Achaz (koning)

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Leeftijdenkwestie
    2. 2. Bron
    3. 3. Voetnoot

    Deze pagina is overgezet naar een nieuw softwaresysteem
    en kan in de laatste versie tijdelijk verder worden bewerkt op:
     
    https://christipedia.miraheze.org/wiki/Achaz_(koning)

    Achaz was een slechte koning van het koninkrijk Juda (2-stammenrijk) in de 8e eeuw voor Chr. Hij was de zoon van koning Jotham, regeerde 16 jaar van 741 – 725 v. Chr. en diende de afgoden. Hij werd opgevolgd door zijn vrome zoon Hizkia.

    De naam Achaz (Hebreeuws: אָחָז ; Engels: Ahaz) betekent “heeft vastgehouden”.

    In de Bijbel is over zijn leven te lezen in onder meer 2 Koningen 16, Jesaja 7-9 en 2 Kronieken 28. Buiten de gewijde geschiedenis is niet veel bekend over het leven van Achaz.

    Hij was de opvolger van zijn vader Jotham, een goede koning. Hij regeerde van 741-725 v.Chr.[1]. Hij kwam op twintigjarige leeftijd op de troon en regeerde 16 jaar. Hij was een slechte en zwakke koning. Hij omhelsde de religie van omliggende volken en liet in het hele land offerplaatsen met gegoten beelden voor hun goden, de Baäls (Hebr. Baäliem) oprichten. Hij offerde zelfs één of meerdere van zijn eigen zonen door hen door het vuur te laten gaan.

    Op politiek gebied kwam Achaz snel in de problemen toen koning Resin van Aram (met als hoofdstad Damascus) en koning Pekah (Pekach) van Israël een coalitie sloten en gezamenlijk tegen Juda ten strijde trokken. Achaz zag zich gedwongen hulp in te roepen van koning Tiglat-Pileser van Assyrië. Hij betaalde grote sommen goud en zilver voor deze hulp en Juda werd feitelijk een schatplichtige vazalstaat van Assyrië. Tiglat-Pileser veroverde hierna Damascus en liet koning Resin ter dood brengen. In 722 v.Chr. veroverden de Assyriërs ook het koninkrijk Israël (10-stammenrijk) en werden de inwoners verbannen.

    Achaz verving het brandofferaltaar door een altaar gemaakt naar het voorbeeld dat hij bij een bezoek aan Tiglatpileser in Damascus had gezien.

    Tijdens de regeerperiode van Achaz predikten de profeten Jesaja, Hosea en Micha tegen zijn beleid op godsdienstig gebied. De koning luisterde niet. Het huis van David werd rijp voor het oordeel. Op één dag werden 120.000 mensen gedood en 200.000 vrouwen en kinderen werden vervoerd naar Samaria, maar deze kwamen weer vrij dankzij de profeet Oded.

    Gods genade onttrok zich echter niet en Achaz ontving een teken dat "een maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en Zijn naam Immanuël noemen.", Jes. 7:14. Hoewel alles faalde in Juda als in Israël, God had iemand op het oog door wie de zegen uiteindelijk zou worden verzekerd.

    Achaz stierf op 36-jarige leeftijd en werd begraven in Jeruzalem. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Hizkia.

    Leeftijdenkwestie

    Hizkia, zoon van Achaz, was 20 jaar oud toen hij zijn vader als koning opvolgde. Volgens de beide boeken Koningen en Kronieken was Achaz 20 jaar toen hij koning werd. Hij regeerde 16 jaar. Dus op zijn 36e werd hij opgevolgd door een 25-jarige zoon. Dat maakt dat Achaz op zijn 11e zijn zoon Hizkia. Misschien is bij de overschrijving een fout in een van de leeftijden geslopen: ofwel vader Achaz was ouder, of zoon Hizkia was niet zo oud. De oude Griekse vertaling van het Oude Testament, de LXX, vermeldt in het boek Kronieken 25 jaar als de leeftijd waarop Achaz koning werd. In dat geval kreeg Achaz op zijn 16e een zoon.

    Bron

    Artikel Achaz Wikipedia.nl. Tekst hiervan is verwerkt op 28 sept. 2013.

    A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Ahaz. Hieruit is op 28 sept. tekst genomen, vertaald en verwerkt.

    Voetnoot

    1. ↑ Aldus de tijdrekenkundige tabel in de editie van de Statenvertaling van Jongbloed uit 1995. A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Ahaz, heeft 742-727 v.C..

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.