Barmhartigheid

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Bronnen

    Deze pagina is overgezet naar een nieuw softwaresysteem
    en kan in de laatste versie tijdelijk verder worden bewerkt op:

    https://christipedia.miraheze.org/wiki/Barmhartigheid

    Barmhartigheid is een hart hebben voor de ongelukkige, arme of ellendige en de inzet om hem of haar te helpen. Bij de barmhartige gebeuren drie dingen:

    • Hij neemt de nood van een ongelukkige waar.
    • Het gaat hem ter harte gaan en hij wordt innerlijk bewogen. Hij heeft een gevoel voor het lijden van de ander.
    • Hij helpt, “bewijst barmhartigheid”.

    Barmhartigheid behelst, evenals deernis, mededogen, medelijden, erbarming en ontferming, een gevoel voor het lijden van iemand anders. Dat hebben ze alle gemeenschappelijk. Maar er is ook verschil. Deernis, medelijden en mededogen zijn meer passief, lijdend; barmhartigheid, ontferming en erbarming zijn meer actief, bedrijvend.

    Barmhartige Samaritaan - Margetson.jpgBarmhartigheid is meer dan een gevoel voor het lijden van iemand anders, is meer dan medelijden. Een voorbeeld in de Bijbel is te vinden in Lucas 10:30v, waar sprake is van een slachtoffer van een roofoverval. Een man, door rovers geslagen en beroofd, wordt halfdood langs de weg achtergelaten. Een priester en later een leviet zien hem liggen en gaan aan de overkant voorbij. Mogelijk hadden ze wel enig menselijk meegevoel, maar waren er redenen om niet te helpen. Dan komt een derde persoon:

    Lukas 10:33 Een Samaritaan echter, die op reis was, kwam bij hem en toen hij hem zag, werd hij met ontferming bewogen.
    Lukas 10:34 En hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden, terwijl hij daar olie en wijn op goot, zette hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem.
    Lukas 10:35 En de volgende dag haalde hij twee denaren tevoorschijn, gaf ze aan de herbergier en zei: Verzorg hem, en wat u meer ten koste mocht leggen, zal ik u vergoeden wanneer ik terugkom.

    (TELOS)

    De Samaritaan had medelijden èn kwam te hulp. Het bleef niet bij een gevoel voor het lijden van het slachtoffer.

    De woorden deernis, medelijden en mededogen drukken voornamelijk het gevoel uit. Deernis, hoezeer een woord van de edelere stijl, is eigenlijk minder sterk dan medelijden en mededogen, waarmee het verwant is; het geeft alleen leed, leedwezen, over eens anders ongeluk te kennen.

    In medelijden en mededogen versterkt het voorzetsel mede de kracht van de uitdrukking, en zet daaraan de betekenis bij, dat men met, nevens de ongelukkige, en bijna op gelijke wijze als hij, diens leed ondervindt.

    Het woord mededogen komt van het werkwoord dogen, dat thans verouderd, doch in het woord gedogen aanwezig is. Dogen betekende dulden, ook in de zin van lijden. Mededogen zou dus, in oorsprong, met medelijden overeenkomen; het woordgebruik heeft 'mededogen' tot de hogere schrijfstijl beperkt. Met iemand, die een klein, of kortstondig leed ondergaat, die bijvoorbeeld hoofd- of tandpijn heeft, voelt men medelijden, niet mededogen.

    Het woord 'barmhartigheid' is in een vertaling van het Latijnse woord 'misericordia'. ‘Miser’ betekent arm, ellendig, ongelukkig. ‘Cor’ betekent ‘hart’. Barmhartigheid is een aangelegenheid van het hart, dat uitgaat naar degene die arm, ellendig of ongelukkig is.

    De woorden barmhartigheid, erbarming en ontferming hebben een gemeenschappelijke oorsprong, te weten het woord arm. In de vroegste tijden van de vorming of beschaving der talen die tot de Duitse stam behoren, heeft men de eerste helft van het Latijnse woord misericors vrij stijf en gebrekkig overgezet door 'arm'.

    Lat. miser = ongelukkig, arm, ellendig
    Lat. miseria = ellende, ongeluk, misère
    Lat. cor = hart
    Lat. misericors = barmhartig

    Het 'arm' is door samensmelting met het voorzetsel be in barm veranderd.

    Bij het woord ontferming is 'arm' door de tussenkomende t in ferm overgegaan. De uitgang ing van 'arm' een zelfstandig naamwoord en duidt de bedrijvende, dadelijke werking aan. Deze werking wordt wederom, door het voorzetsel ont, in zoverre gewijzigd, dat het gehele woord ontferming een begin der daad van medelijden te hebben en te betonen uitdrukt. Waar men dus wil te kennen geven, dat dit gevoel van medelijden niet reeds, op de eerste aanblik van de bedrukte, aanwezig is, maar eerst naderhand gewekt wordt, komt het woord ontferming wel inzonderheid te pas. Een vergramde baas bijvoorbeeld, of de beledigde Godheid, smeekt men om ontferming.

    Vrij nabij aan deze betekenis komt die van het woord erbarming, waarin echter het eerste ontstaan van de aandoening minder sterk is uitgedrukt. Men erbarmt zich over een ongelukkige, dien geen bijzondere, of zogenaamde volkomene, maar slechts algemene mensenplicht ons gebiedt te helpen. 

    Erbarming, zowel als ontferming, is voorts alleen het gewekt gevoel en de daaruit voortspruitende bereidwilligheid tot de daad van hulpbetoning; barmhartigheid toont deze bereidwilligheid, niet uit een tijdelijk gevoel, maar in haar blijvende bron, in de aan de barmhartige ziel reeds eigen en gewoon geworden vaardigheid om te helpen. Door de barmhartigheid worden wij bewogen, om ons over de ongelukkigen te erbarmen; en de barmhartige kan geen ongelukkige zien, zonder erbarming met hem te hebben. Barmhartigheid staat dus tot erbarming enigermate als deugd tot plicht. Wel is waar, dat in de H. Schrift van het doen en oefenen van barmhartigheid gesproken wordt, doch dan zijn daaronder werken van barmhartigheid verstaan.

    Christus is de belichaming van Gods barmhartigheid.

    Romeinen 15:8 Want ik zeg, dat Christus een dienstknecht van de besnijdenis geworden is terwille van de waarheid van God, om de beloften van de vaderen te bevestigen,
    Romeinen 15:9 en opdat de volken God verheerlijken wegens de barmhartigheid, zoals geschreven staat: ‘Daarom zal ik U belijden onder de volken en uw naam lofzingen’.

    (TELOS)

    De oude Latijnse vertaling (Vulgaat) heeft hier 'misericordiam', Statenvertaling, Herziene Statenvertaling, Telosvertaling en NBV hebben 'barmhartigheid'; NBG51, Naardense bijbel en Willibrord-95 hebben 'ontferming'; Willibrord-78 heeft 'erbarming'. Deze vertalingen drukken alle de praktische uitwerking van Gods gevoel voor de ellende en het lijden van de mensen uit.

    Bronnen

    In dit artikel is in januari 2011 tekst verwerkt uit: P. Weiland en G.N Landré , Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 27.

    De afbeelding is van een werk van W.M. Margetson, in: Jesse Lyman Hurlbut, Story of the Bible (1905)
     

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
    BestandGrootteDatumToegevoegd door 
     Barmhartige Samaritaan - Margetson.jpg
    W.M. Margetson. Uit: Hurlbut, Story of the Bible (1905)
    29.64 kB12:19, 6 jan 2012Kees LangeveldActies
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.