Damascus

Van $1

    Damascus (Arabisch: Dimashq ash-Sham; Frans: Damas) is de hoofdstad van Syrië. De stad telt ongeveer 1,7 miljoen inwoners (1995, 2007)[1] en is daarmee de grootste stad van het land. De inwoners heten Damasceners of Damascenen. De apostel Paulus werd in Damascus gedoopt (Hand. 9:18). 

    Indeling van deze pagina:



    (De kaart kan met de muisaanwijzer worden gesleept)

    Damascus ligt in de vlakte ten oosten van de berg Hermon. 

    Damascus behoort tot de oudste steden van de wereld. Van de stad is al sprake in het derde millennium voor Christus. Zij is de oudste ononderbroken bewoonde stad van de wereld. Wel werd de stad in 732 v.C. veroverd door Assyrië, waarna de stad werd geplunderd en de bevolking gevankelijk werd weggevoerd. Het is een oude handelsstad. De muur om de oude binnenstad dateert uit de Romeinse tijd. 

    In Damascus is een straat die gelijk zou zijn aan de straat De Rechte waar Ananias de bekeerling Saulus ontmoette, die uit Jeruzalem was gekomen om christenen te arresteren, maar onderweg door de Heer Jezus op het rechte pad werd gebracht. Jeruzalem ligt 205 km ten noordoosten van Damascus. Er is in Damascus een kapel gewijd aan Ananias.

    De weeftechniek genaamd Damast is afgeleid van de stadsnaam Damascus.

    Verwoesting van Damascus

    In de dagen van Uzzia en de drie opvolgende koningen van Juda, dat is in de 80-jarige periode van 767 tot 687 v. Chr., treedt de profeet Jesaja op. Van hem is een 'last van Damascus', dat is een zware en droevige profetie over de stad. 

    Jes 17:1 De last van Damaskus. Ziet, Damaskus zal weggenomen worden, dat zij geen stad meer zij, maar zij zal een vervallen steenhoop zijn.
    Jes 17:2 De steden van Aroer zullen verlaten worden; voor de kudden zullen zij wezen, die zullen [daar] nederliggen, en niemand zal ze verschrikken.

    Jes 17:3 En de vesting zal ophouden van Efraïm, en het koninkrijk van Damaskus, en het overblijfsel der Syriers; zij zullen zijn gelijk de heerlijkheid der kinderen Israëls, spreekt de HEERE der heirscharen.
    (SV)

    Is deze profetie vervuld? Hoofdstuk 17 gaat vooral over Israël en het woeden der volken. Damascus als stad bestaat vandaag de dag nog steeds. Over de vervulling van deze oude profetie is dan ook verschil van mening. Er zijn drie mogelijkheden:

    1. De profetie is geheel vervuld;
    2. De profetie is geheel onvervuld;
    3. De profetie is gedeeltelijk vervuld.

    Sommige uitleggers zien een gehele of gedeeltelijke vervulling in de verovering, plundering en wegvoering van de stad door de Assyrische koning Tiglathpileser in 732 v.C. 

    2Kon 16:7 Achaz nu zond boden tot Tiglath-pilezer, den koning van Assyrie, zeggende: Ik ben uw knecht en uw zoon; kom op, en verlos mij uit de hand van den koning van Syrië, en uit de hand van den koning van Israël, die zich tegen mij opmaken. 
    2Kon 16:8 En Achaz nam het zilver en het goud, dat in het huis des HEEREN, en in de schatten van het huis des konings gevonden werd, en hij zond den koning van Assyrie een geschenk.
    2Kon 16:9 Zo hoorde de koning van Assyrie naar hem; want de koning van Assyrie toog op tegen Damaskus, en nam haar in, en voerde hen gevankelijk naar Kir, en hij doodde Rezin.
    (SV)

    Onduidelijk is of het oordeel 'dat zij geen stad meer zij' (Jes. 17:1) inhoudt een voorgoed dan wel tijdelijk ophouden stad te zijn. Is de voorzegde toestand van 'een vervallen puinhoop' een tijdelijke of een blijvende?  

    De bedreiging tegen Damaskus schijnt vervuld. Maar de vervulling is mogelijk slechts gedeeltelijk en wacht dan nog een eindvervulling. Hoofdstuk 17 bevat elementen die naar toekomstige gebeurtenissen schijnen heen te wijzen: Jacob zal wegteren, een overblijfsel ('nalezing') zal bestaan, de mens zal zien op zijn Maker, het oordeel over de vele volken die Israël uitplunderen.

    Jes 17:7 Op die dag zal de mens de blik richten op Hem Die hem gemaakt heeft, en zijn ogen zullen zien op de Heilige van Israël.
    Jes 17:8 Dan zal hij de blik niet richten op de altaren, het werk van zijn handen. En naar wat zijn vingers gemaakt hebben, zal hij niet kijken: de gewijde palen en de wierookaltaren.
    (HSV)

    Geschiedenis

    De oudste verwijzing naar de stad is op de oude kleitabletten met spijkerschrift die in de oude Syrische stad Ebla zijn gevonden. Blijkens deze kleitabletten bestond Damascus al in het derde millennium voor Christus.

    De oudste overblijfselen van Damascus dateren van ongeveer 2500 v.Chr.

    Op een tell ca. 15 km ten zuidoosten van Damascus zijn resten gevonden die teruggaan tot 1700 v.C. en ouder.

    Ongeveer 1475 wordt de naam Di-ms-qu zover bekend voor het eerst vermeld in een lijst van Syrische steden, door de Egyptische farao Thoetmozes III veroverd.

    Vanaf de 12de eeuw v.C. vormde Damascus het centrum van een Aramees rijk, waarvan de Bijbel (Oude Testament) de lotgevallen in zijn verhouding tot Israël vermeldt. 

    In de 1e helft van de 10e eeuw v. Chr. maakt Israëls koning David Syrië schatplichtig (vgl. 2 Sam. 8:10 vv.)

    Ca. 950 v.C. weet de Syrische koning Rezon de onafhankelijkheid ten opzichte van Israël te herwinnen (vgl. 1 Kon. 11:23). Hij sticht een machtige dynastie.

    Damascus was de hoofdstad van het rijk der Arameeërs in de 9e eeuw v.Chr.

    In tal van oorlogen, met afwisselend geluk gevoerd, pogen de koningen van Damascus de zuidelijke koninkrijken Israël en Juda te onderwerpen, totdat in 732 v.C. de Assyrische koning Tiglatpileser III Damascus verovert. 

    8e eeuw, 2e helft: Efraim (tientstammenrijk) en Syrie spannen samen tegen Juda. In die tijd ontvangt de Judese profeet Jesaja een ernstige rechterlijke Godsspraak over Damascus (Jes. 17):

    Jes 17:1 De last van Damaskus. Ziet, Damaskus zal weggenomen worden, dat zij geen stad meer zij, maar zij zal een vervallen steenhoop zijn.
    Jes 17:2 De steden van Aroer zullen verlaten worden; voor de kudden zullen zij wezen, die zullen [daar] nederliggen, en niemand zal ze verschrikken.
    Jes 17:3 En de vesting zal ophouden van Efraïm, en het koninkrijk van Damaskus, en het overblijfsel der Syriers; zij zullen zijn gelijk de heerlijkheid der kinderen Israëls, spreekt de HEERE der heirscharen.
    (SV)

    732 v.C.: Damascus wordt veroverd door de Assyriërs met hun koning Tiglat-Pileser III. De stad wordt verwoest en de Syrische koning Rezin wordt terechtgesteld.

    2Kon 16:7 Achaz nu zond boden tot Tiglath-pilezer, den koning van Assyrie, zeggende: Ik ben uw knecht en uw zoon; kom op, en verlos mij uit de hand van den koning van Syrië, en uit de hand van den koning van Israël, die zich tegen mij opmaken. 
    2Kon 16:8 En Achaz nam het zilver en het goud, dat in het huis des HEEREN, en in de schatten van het huis des konings gevonden werd, en hij zond den koning van Assyrie een geschenk.
    2Kon 16:9 Zo hoorde de koning van Assyrie naar hem; want de koning van Assyrie toog op tegen Damaskus, en nam haar in, en voerde hen gevankelijk naar Kir, en hij doodde Rezin.
    (SV)

    Tiglatpileser maakt Syrië tot een provincie van het Assyrische rijk.

    Later wordt de stad een deel van het Nieuw-Babylonische Rijk en weer later van het Perzische rijk.

    333/332 v.C.: Het Griekse leger van Alexander de Grote verovert de stad: door verraad valt Damascus in handen van Parmenio, Alexanders veldoverste. 

    Na de verovering door de Macedoniërs staat Damascus gedurende zo'n duizend jaar onder de invloed van de Griekse en Romeinse culturen.

    64 v.C.: Syrie met Damascus wordt een Romeinse provincie. In de Romeinse tijd wordt een muur om de stad gebouwd.

    37 n.C.: de Nabateeën krijgen zeggenschap over de stad (vgl. 2 Kor. 11:32).

    In de eerste eeuw na Christus waren er volgens het Nieuwe Testament chirstenen, Joden en synagogen in Damascus. Op weg naar Damascus om daar christenen te arresteren, ontving de farizeeer Saulus een hemels gezicht waarin de Heer Jezus hem verscheen en zijn plan verijdelde. In een straat genoemd De Rechte ontmoette Ananias de bekeerling Saulus. Na zijn bekering begon Saulus, die later als Paulus bekend werd, in Damascus te prediken dat Jezus de beloofde Massias en de Zoon van God is. 

    Hnd 9:1 Terwijl nu Saulus nog steeds dreiging en moord blies tegen de discipelen van de Heer, ging hij naar de hogepriester
    Hnd 9:2 en vroeg hem om brieven naar Damaskus, voor de synagogen, om, als hij er vond die van de Weg waren, zowel mannen als vrouwen geboeid naar Jeruzalem te brengen.
    Hnd 9:3 Terwijl hij echter reisde, gebeurde het dat hij Damaskus naderde; en plotseling omstraalde hem een licht uit de hemel;
    Hnd 9:4 en hij viel op de grond en hoorde een stem die tot hem zei: Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?
    Hnd 9:5 En hij zei: Wie bent U, Heer? En hij zei: Ik ben Jezus, die jij vervolgt.
    Hnd 9:6 Maar sta op en ga de stad binnen en er zal tot je gesproken worden wat je moet doen.
    Hnd 9:7 De mannen nu die met hem reisden, stonden sprakeloos, daar zij wel de stem hoorden, maar niemand zagen.
    Hnd 9:8 Saulus nu stond op van de grond; en hoewel zijn ogen open waren, zag hij niets. En zij leidden hem bij de hand en brachten hem in Damaskus.
    Hnd 9:9 En hij kon drie dagen niet zien en hij at en hij dronk niet.
    Hnd 9:10 Nu was er een discipel in Damaskus, genaamd Ananias; en de Heer zei tot hem in een gezicht: Ananias! En hij zei: Zie, hier ben ik, Heer.
    Hnd 9:11 En de Heer zei tot hem: Sta op en ga naar de straat, de Rechte geheten, en zoek in het huis van Judas naar iemand van Tarsus, genaamd Saulus; want zie, hij bidt.
    Hnd 9:12 En hij heeft in een gezicht gezien dat een man, genaamd Ananias, binnenkwam en hem de handen oplegde, opdat hij weer kon zien.
    Hnd 9:13 Ananias echter antwoordde: Heer, ik heb van velen over deze man gehoord, hoeveel kwaad hij uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan;
    Hnd 9:14 en hier heeft hij volmacht van de overpriesters om allen die uw naam aanroepen te boeien.
    Hnd 9:15 De Heer zei echter tot hem: Ga, want deze is Mij een uitverkoren vat om mijn naam te dragen zowel voor volken als koningen en zonen van Israel;
    Hnd 9:16 want Ik zal hem tonen hoeveel hij moet lijden voor mijn naam.
    Hnd 9:17 Ananias nu ging en kwam het huis binnen; en hij legde hem de handen op en zei: Saul, broeder, de Heer heeft mij gezonden, Jezus, die u verschenen is op de weg waarlangs u kwam, opdat u weer kunt zien en met de Heilige Geest vervuld wordt.
    Hnd 9:18 En terstond vielen hem als het ware schubben van de ogen en hij kon weer zien; en hij stond op en werd gedoopt.
    Hnd 9:19 En toen hij voedsel had genomen, werd hij versterkt. Hij nu was enige dagen bij de discipelen in Damaskus.
    Hnd 9:20 En terstond predikte hij in de synagogen Jezus, dat Deze de Zoon van God is.
    Hnd 9:21 En allen die het hoorden, raakten buiten zichzelf en zeiden: Is deze niet degene die in Jeruzalem hen verdelgde die deze naam aanroepen, en die daarom hier gekomen is om hen geboeid naar de overpriesters te brengen?
    Hnd 9:22 Saulus echter werd steeds krachtiger en bracht de Joden die in Damaskus woonden in verwarring door te bewijzen dat Deze de Christus is.
    Hnd 9:23 Toen er nu vele dagen verlopen waren, beraadslaagden de Joden samen om hem te doden.
    Hnd 9:24 Hun aanslag werd Saulus echter bekend. En ook bewaakten zij dag en nacht de poorten om hem te kunnen doden.
    Hnd 9:25 Zijn discipelen echter namen hem ‘s nachts mee en lieten hem door de muur in een mand naar beneden zakken.
    Hnd 9:26 Toen hij nu in Jeruzalem aankwam, probeerde hij zich bij de discipelen te voegen; en zij waren allen bang voor hem, daar zij niet geloofden dat hij een discipel was.
    Hnd 9:27 Barnabas echter nam hem mee en bracht hem bij de apostelen en vertelde hun, hoe hij onderweg de Heer had gezien, en dat Deze tot hem had gesproken en hoe hij in Damaskus vrijmoedig had gesproken in de naam van Jezus.
    (TELOS)

     

    635 n.C. wordt de stad door de Arabische Omajjaden veroverd.

    661- 750 is Damascus gedurende bijna een eeuw de hoofdstad van het Arabische Rijk onder de dynastie der Omajjaden. De kalief, afkomstig uit dezelfde dynastie, heeft in Damascus zijn zetel. In die tijd worden er diverse grote moskeeën gebouwd, waarvan de Omajjadenmoskee verreweg de belangrijkste is.

    750: de Omajjaden worden verslagen door de Abbasiden, waarna Damascus haar functie als rijkshoofdstad aan Bagdad verliest.

    1260 veroveren de Mongolen en daarna de uit Egypte afkomstige Mammelukken de stad.

    1407: Damascus wordt verwoest door de Mongolen

    1516: Damascus wordt door de Turken van het Ottomaanse rijk veroverd op de Perzen. Het Ottomaanse Rijk bestond van de 14e tot begin 20e eeuw. Damascus bleef onder Ottomaans bewind tot de Eerste Wereldoorlog.

    1914-1918: In de Eerste Wereldoorlog verovert Generaal Allenby namens het Verenigd Koninkrijk, gesteund door Arabische troepen, de stad. 

    1918: Na de ondergang van de Turkse heerschappij van de Ottomanen wordt Damascus de hoofdstad van het Franse mandaatgebied Syrië. Sinds 1918 wordt de stad weer het zelfstandige en welvarende middelpunt van Syrië. 

    1946: De Fransen verlaten de stad. Damascus wordt de hoofdstad van het onafhankelijke Syrië.

    2011: In maart ontbranden in Syrie, in navolging van volksopstanden elders in de Arabische wereld, ernstige onlusten, uit ongenoegen met het regiem van Assad. De onlusten ontaarden daarna in een burgeroorlog, waarin ook Damascus een strijdtoneel wordt.

    2013: In de stad wordt tijdens de burgeroorlog gifgas ingezet. 

    Meer informatie

  • Bronnen

    • Artikel Damascus op Cafe-Syria.com
    • Artikel Damascus op Wikipedia.nl
    • 'Damascus', Microsoft Encarta Winkler Prins Encyclopedie 2007.

    Voetnoten

    1. ↑ Schatting uit 1995, zie artikel Syria population op Cafe-Syria.com. Aantal uit 2007, zie artikel Damascus op Wikipedia (Eng.)

  • Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.