Elohim

Van $1

    Elohim, ook Elohiem geschreven, is in de Bijbel het meest gebruikte Hebreeuwse woord voor God.

    Van de drie Hebreeuwse woorden Elohim, El en Eloah die in het Nederlands vertaald zijn door 'God' is Elohim veruit het meest voorkomende woord. Het komt in het Oude Testament 2606 keer voor. De Statenvertaling vertaalt het 2331x door 'God'. 

    Elohim is de eerste naam van God die in de Bijbel genoemd. 

    Ge 1:1 In den beginne schiep God (Elohim) den hemel en de aarde.
    (SV)

    Elohim is het meervoud van van Eloah, dat 'de Machtige' betekent. Eloah is mogelijk een verlengde vorm van El, dat 'de Sterke" betekent. Zekerheid over de oorsprong (afleiding) van Elohim is er niet. In Elohim ligt de betekenis besloten van verhevenheid boven, en dus van vrijmacht over alles[1]. Elohim is de Almachtige.

    Ge 17:1 Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht!
    (SV)

    De combinatie El Elohim wordt voor God als de allerhoogste en voornaamste God gebruikt. Zie verder bij paragraaf El Elohim.

    Joz 22:22 De God (=El) der goden (=Elohim), de HEERE, de God (=El) der goden (=Elohim), de HEERE, Die weet het; Israël zelf zal het ook weten! ...
    (SV)

    Elohim is een unieke vorm die alleen in het Hebreeuws voorkomt, niet in andere Semitische talen en ook niet in het Bijbels Aramees. El en Eloah komen wel buiten het Bijbels Hebreeuws voor.

    Elohim is een merkwaardige mannelijke meervoudsvorm die als naam van God verbonden wordt met werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en voornaamworden in het enkelvoud, bijvoorbeeld "Elohim (meervoud) bara ('schiep', werkwoord in het enkelvoud)".

    Elohim komt de eerste maal voor in het eerste vers van de Bijbel:

    Ge 1:1 In den beginne schiep (bara) God (Elohim) den hemel en de aarde.
    Ge 1:2 De aarde nu was woest en ledig, en duisternis [was] op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.
    Ge 1:3 En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht.
    (SV)

    In het scheppingsbericht van Genesis 1 wordt God dikwijls en alleen met de naam Elohim genoemd. In het 26e vers, in verband met de schepping van de mens, wordt Elohim voor de 26e keer genoemd en dan opeens met het meervoudige voornaamwoord ons.

    Ge 1:26 En God (Elohim) zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.
    (SV)

    De drie-eenheid van God, welke in het Nieuwe Testament geopenbaard wordt, wordt al aangeduid in het eerste vers van de Bijbel. Niet met de naam El, maar met de naam Elohiem wordt de Schepper hier voorgesteld. In het tweede vers vinden we dan de Geest van God, in het derde vers het Woord van God. 

    In het begin van het Johannesevangelie is ook sprake van het begin, de schepping, het licht en de duisternis, en zien we een twee-eenheid van God en het Woord.

    Joh 1:1 In het begin was het Woord; en het Woord was bij God, en het Woord was God.
    Joh 1:2 Dit was in het begin bij God.
    Joh 1:3 Alle dingen zijn door Hem geworden, en zonder Hem is niet een ding geworden dat geworden is.
    Joh 1:4 In Hem was leven, en het leven was het licht van de mensen.
    Joh 1:5 En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen. 
    (TELOS)

    Elohim met werkwoorden in het meervoud

    Zoals gezegd komt de meervoudsvorm Elohim bijna altijd voor met werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en voornaamwoorden in het enkelvoud. In het volgende gedeelte echter komt Elohim voor met een werkwoord in het meervoud.

    Ge 20:10 Voorts zeide Abimelech tot Abraham: Wat hebt gij gezien, dat gij deze zaak gedaan hebt?
    Ge 20:11 En Abraham zeide: Want ik dacht: alleen is de vreze Gods in deze plaats niet, zodat zij mij om mijner huisvrouw wil zullen doden.
    Ge 20:12 En ook [is] [zij] waarlijk mijn zuster; zij is mijns vaders dochter, maar niet mijner moeder dochter; en zij is mij ter vrouwe geworden.
    Ge 20:13 En het is geschied, als God (Elohim) mij uit mijns vaders huis deden dwalen, zo sprak ik tot haar: Dit zij uw weldadigheid, die gij bij mij doen zult; aan alle plaatsen waar wij komen zullen, zeg van mij: Hij [is] mijn broeder!
    Ge 20:14 Toen nam Abimelech schapen en runderen, ook dienstknechten en dienstmaagden, en gaf dezelve aan Abraham; en hij gaf hem Sara zijn huisvrouw weder.
    (SV)

    De Naardense bijbel vertaalt vers 13 aldus:

    Ge 20:13 en het geschiedde: met dat Goden mij deden dwalen weg van mijn vaders huis, zei ik tot haar: dit is de vriendschap van jouw kant die je kunt bewijzen aan mij: in elke plaats waar wij aankomen, zeg daar van mij ‘hij is mijn broer’!

    Een tweede voorbeeld van Elohim met een werkwoord in het meervoud:

    Ge 35:7 En hij bouwde aldaar een altaar, en noemde die plaats El Beth–el; want God (Elohim) waren hem aldaar geopenbaard geweest, als hij voor zijns broeders aangezicht vlood.

    De Naardense bijbel vertaalt vers 7 aldus:

    Ge 35:7 Daar bouwt hij een altaar en roept voor dit oord uit: El Bet El,- Godheid van Godshuis!, omdat daar de Godskrachten zich aan hem hebben onthuld toen hij op de vlucht was voor het aanschijn van zijn broer.

    In Beth-El had Jacob in een droom God gezien. God stond boven aan een ladder die van de aarde reikte tot de hemel en waarlangs de engelen op en neer klommen. Daar Jezus de verschijning van God is, zag Jacob toen de Zoon van God.

    Een derde voorbeeld van Elohim in verband met een meervoudig vorm van het werkwoord:

    2Sa 7:22 Daarom zijt Gij groot, HEERE God! Want er is niemand gelijk Gij, en er is geen God dan alleen Gij, naar alles, wat wij met onze oren gehoord hebben.
    2Sa 7:23 En wie is, gelijk Uw volk, gelijk Israel, een enig volk op aarde, hetwelk God (= Elohim) zijn heengegaan Zich tot een volk te verlossen, en om Zich een Naam te zetten, en om voor ulieden deze grote en verschrikkelijke dingen te doen aan Uw land, voor het aangezicht Uws volks, dat Gij U uit Egypte verlost hebt, de heidenen en hun goden [verdrijvende].
    (SV)

    Een vierde voorbeeld van Elohim in verband met een meervoudig vorm van het werkwoord:

    Ps 58:11 (58–12) En de mens zal zeggen: Immers is er vrucht voor den rechtvaardige; immers is er een God (= Elohim), Die op de aarde richten.
    (SV)

    Wanneer de Heer Jezus oordelen over de wereld brengt en geopenbaard is, zal het voor iedereen duidelijk wordt dat God de rechtvaardigen beloont en de goddelozen oordeelt.  

    Elohim twee personen

    Soms wordt Elohim gebruikt voor twee verschillende personen in dezelfde passage. Dit zien we bijvoorbeeld in Psalm 45:

    Ps 45:6 (45–7) Uw troon, o God (Elohim) ! is eeuwiglijk en altoos; de scepter Uws Koninkrijks is een scepter der rechtmatigheid.
    Ps 45:7 (45–8) Gij hebt gerechtigheid lief, en haat goddeloosheid; daarom heeft U, o God (Elohim)! Uw God (Elohim) gezalfd met vreugdeolie, boven Uw medegenoten.
    (SV)

    God, die op de troon gezeten is, door God gezalfd. Christus is de Gezalfde van God. God heeft Hem (=Christus) tot Koning gezalfd. Zowel voor de God die zalft als de God op de troon wordt Elohim gebruikt.

    In de volgende passage zien we dat Jahweh zegt dat Hij het huis van Juda zal verlossen door Jahweh, hun God (Elohim).

    Hos 1:6 En zij ontving wederom, en baarde een dochter; en Hij zeide tot hem: Noem haar naam Lo–ruchama; want Ik zal Mij voortaan niet meer ontfermen over het huis Israels, maar Ik zal ze zekerlijk wegvoeren.
    Hos 1:7 Maar over het huis van Juda zal Ik Mij ontfermen, en zal ze verlossen door den HEERE, hun God (Elohim), en Ik zal ze niet verlossen door boog, noch door zwaard, noch door krijg, door paarden noch door ruiteren.
    (SV)

    Ook in dit gedeelte komt de meerheid in de Godheid tot uiting.

    El Elohim

    De combinatie El Elohim wordt voor God als de allerhoogste en voornaamste God gebruikt. Hij staat boven alle goden. 

    Joz 22:22 De God (=El) der goden (=Elohim), de HEERE, de God (=El) der goden (=Elohim), de HEERE, Die weet het; Israël zelf zal het ook weten! Is het door wederspannigheid, of is het door overtreding tegen den HEERE, zo behoudt ons heden niet;
    (SV)

    Vergelijk:

    Ex 18:11 Nu weet ik dat de HEERE groter is dan alle goden, want in de zaak waarin zij overmoedig handelden, [stond Hij] boven hen.
    Ps 95:3 Want de HEERE is een groot God, ja, een groot Koning boven alle goden.
    Ps 97:7 Beschaamd moeten zijn allen die beelden dienen en zich op de afgoden beroemen. Buig u voor Hem neer, alle goden.
    (HSV)

    Ps 82:1 Een psalm van Asaf. God (= Elohim) staat in de vergadering van God (=El), Hij oordeelt te midden van de goden (=Elohim):
    (HSV)

    Andere wezens dan God

    Elohim wordt in het OT niet alleen voor God, maar ook voor andere wezens gebruikt: goden en menselijke personen, zoals rechters. Wanneer Elohim voor andere wezens wordt gebruikt, wordt het altijd vertaald in het meervoud, bijv. 'goden'.

    Jer 5:19 En het zal geschieden, wanneer gij zult zeggen: Waarom heeft ons de HEERE, onze God (Elohim), al deze dingen gedaan? dat gij tot hen zeggen zult: Gelijk als gijlieden Mij hebt verlaten, en vreemde goden (elohim) in uw land gediend, alzo zult gij de uitlandse dienen, in een land, dat het uwe niet is.

    Ps 82:1 Een psalm van Asaf. God (Elohim) staat in de vergadering Godes (El); Hij oordeelt in het midden der goden (elohim);

    Jezus is Elohim

    Ik ben de Alfa en de Omega, zegt [de] Heer God, Die is, en Die was, en Die komt, de Almachtige.
    (Openbaring 1:8)

    De uitdrukking ‘Heer God’ zonder lidwoord 'de' staat in het Nieuwe Testament voor de Hebreeuwse uitdrukking: Jahweh Elohim. Jahweh Elohim is Degeen die is en die was en die komt, de Almachtige. Hij is dezelfde als Jezus.

    Opb 22:12 Zie, Ik kom spoedig, en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden zoals zijn werk is.
    Opb 22:13 Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde.
    Opb 22:14 Gelukkig zij die hun lange kleren wassen, opdat zij recht hebben op de boom van het leven en zij door de poorten de stad binnengaan.
    Opb 22:15 Buiten zijn de honden, de tovenaars, de hoereerders, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder, die de leugen liefheeft en doet.
    Opb 22:16 Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden om u deze dingen te betuigen voor de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster.

    Joodse verklaringen

    Het Jodendom erkent de de Heer Jezus niet als Verlosser en Zoon van God en verwerpt de Drie-Eenheidsleer. Waarom wordt de ene God dan door een meervoudsvorm aangeduid? Enkele orthodox-Joodse verklaringen van de meervoudsvorm zijn:

    • De meervoudsvorm wordt gebruikt om de grootheid en verhevenheid van God uit te drukken. Ook het Hebreeuwse woord voor hemel is in het Hebreeuws een meervoudsvorm, waarmee de uitgestrektheid van de hemel wordt uitgedrukt
    • Van de krachten in de natuur (zon, maan, wind, vruchtbaarheid, enz.) maakten de heidenen afzonderlijke goden, maar God is één en de bron van die krachten (meervoud). De meervoudsvorm Elohim drukt dat uit.

    Meer informatie

    Engels artikel over Elohim, met uitspraak (geluidsfragment): http://www.hebrew4christians.com/Names_of_G-d/Elohim/elohim.html
    Engels artikel 'Elohim' in Catholic Encyclopedia: http://www.newadvent.org/cathen/05393a.htm

    Voetnoten

    1. ↑ Aldus Van Lingen in: Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901).

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.