Farao

Van $1

    Farao (Eng. Pharaoh) was de gewone koningstitel, de vorstelijke titel van de koningen van Egypte in het oude Egypte. In de bijbelse geschiedenis treden meerdere farao’s op. De bekendste is de farao ten tijde van de Uittocht.

    Amenhotep_II_Uraeus.jpg Amenophis_II_borstbeeld.jpg

    Afbeeldingen van Amenhotep II[1], wellicht de farao die het volk Israël moest laten gaan. 

    De koning van Egypte droeg de titel 'farao' sinds het 18de koningshuis. Vóór de 18de dynastie werd het woord ‘farao’ alleen gebruikt als naam van het paleis (par ao = groot huis) en van de bewoners van het paleis, de koning en zijn hof als groep[2]

    De enkele vermelding 'farao' in de Schrift maakt geenszins duidelijk op welke koning wordt gezinspeeld. Sommige koningen van Egypte worden in de Bijbel zonder deze titel genoemd, namelijk Sisak, Necho, Hophra, Zo, en Tirhaka, van wie de beide laatsten Ethiopiërs zijn.

    De 'Groothuis' van Egypte werd gehouden voor een zoon van de zonnegod Ra (= zon of dag), de oergod. Deze god was in menselijke gestalte op aarde neergedaald en had de toekomstige vorst bij de koningin verwekt. De koningen van de vijfde dynastie noemden zichzelf zonen van Ra en verhieven hem tot rijksgod. De koning werd als mens en als god gezien. Als zoon van de zonnegod was de farao een middelaar, de enige die als hogepriester dienst kon doen[3].

    Elke Egyptische koning had naast zijn eigennaam een eretitel. Als titels zijn bekend 'De Zon, Heer van der Heerlijkheid', 'De Zon, Heer van de Waarheid,' enz.

    In het O.T. wordt verwezen naar de volgende farao’s:

    1.   De Farao die de vrouw van Abram, Sarai, nam in zijn huis (ca. 1919 v.C.), Gen. 12:14-20.

    2.   De Farao die Josef verhief (ca. 1715 v.C.) en in Egypte ontving Jakob en zijn zonen en hun families, Gen. 40 tot 50; Hand. 7:10, 13.

    3.   De Farao die Jozef niet gekend had (ca. 1635 v.C.), hij onderdrukte de Israëlieten, en beval de mannelijke kinderen te doden; onder wiens bewind Mozes werd geboren, en wiens dochter hem als haar zoon adopteerde, Ex 1.

    4.   De farao voor wie Mozes vluchtte toen hij volwassen was (ca. 1531 v.C.), Ex. 2.

    5.   De Farao van de Exodus (ca. 1491 v.C.).

    Na een periode van ongeveer 500 jaar tekst verwijst het O.T. naar:

    6.   De farao wiens dochter Bitja was getrouwd met Mered, uit de stam van Juda, 1 Kron. 4:18.

    7.   De farao wiens dochter was getrouwd met Salomo (ca. 1014 v.C.), 1 Kon. 3:1; 7:8, enz. Deze Farao veroverde en verbrandde de stad Gezer in Kanaän, en gaf de plaats aan zijn dochter, 1 Kon. 9:16

    8.   De Farao die Hadad ontving, toen hij vluchtte van Salomo, en hem zijn schoonzus tot vrouw gaf (ca. 984 v.C.), 1 Kon. 11:14-22.

    In het N.T. worden drie farao’s vermeld:

    1.   De farao die ten tijde van Jozef, de zoon van Jacob, regeerde (Hand. 7:10-13; Gen. 40:1-50:26)

    2.   De farao die ten tijde van Mozes aan de macht was (Hand. 7:18, 21; Hebr. 11:24)

    3.   De farao tijdens de Uittocht (Rom. 9:17).

    Namen en regeringsjaren

    Namen van farao's en hun regeerjaren, 18e - 26e dynastie, 1539-525 v.C.[3]:

    18e dynastie:
    Ahmose 1539-1514 v.C.
    Amenhotep I 1514-1493
    Thoetmoses I 1493-1481
    Thoetmoses II 1481-1479
    Hatsjepsoet 1479-1458
    Thoetmoses III 1479-1425
    Amenhotep II 1427-1400
    Thoetmoses IV 1400-1390
    Amenhotep III 1390-1352
    Amenhotep IV 1352-1336
    Smenchkare 1338-1336
    Toetanchamon 1336-1327
    Eje 1327-1323
    Horemheb 1323-1295

    19e dynastie:
    Ramses I 1295-1294
    Seti I 1294-1279
    Ramses II 1279-1213
    Merenptah 1213-1203
    Amenmesse 1203-1200
    Seti II 1200-1194
    Ramses Sipta 1194-1188
    Twosret 1188-1186

    20e dynastie:
    Sethnachte 1186-1184
    Ramses III 1184-1153
    Ramses IV 1153-1147
    Ramses V 1147-1143
    Ramses VI 1143-1136
    Ramses VII 1136-1129
    Ramses VIII 1129-1126
    Ramses IX 1126-1108
    Ramses X 1108-1098
    Ramses XI 1098-1069

    21e dynastie:
    Smendes 1069-1043
    Amenemnisoe 1043-1039
    Psoesennes I 1039-991
    Amenemope 993-984
    Osorkon de oudere 884-978
    Siamoen 978-959
    Psoesennes II 959-945

    22e dynastie:
    Sjosjenk I (Sisak) 945-924
    Osorkon I 924-889
    Sjosjenk II 890
    Takelot 889-874
    Osorkon II 874-850
    Takelot II 850-825
    Sjosjenk III 825-773
    Osorkon III 878-759
    Sjosjenk IV 783-777
    Pinay 773-767
    Sjosjenk V 767-730
    Osorkon IV 730-716

    25e dynastie:
    Sjabaka 716-702
    Sjebitkoe 702-690
    Taharka 690-664
    Tanoetamon 664-656

    26e dynastie:
    Necho I 672-664
    Psammetichus I 664-610
    Necho II 610-595
    Psammetichus II 595-589
    Apriës (Hofra) 589-570
    Amasis 570-526
    Psammetichus III 526-525

    Bronnen

    A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Pharao. Hieruit is op 27 dec. 2012 tekst genomen, vertaald en verwerkt.

    Stichting De Oude Wereld, Tijdlijn (2009). Bevat namen en regeringsjaren van farao's.

    Voetnoten

    1. ↑ Links: Schildering van Amenhotep II; bronpagina op Wikimedia Commons; auteursrecht: publiek domein.
    Rechts: foto ontleend aan Wikimedia Commons, bronpagina. Foto door Anagoria. Auteursrecht van de foto: Creative Commons Attribution 3.0 Unported. 
    2. ↑, 3. ↑ ‘Farao’, in: Microsoft ® Encarta ® Winkler Prins Encyclopedie 2007. © 1993-2006 Microsoft Corporation/Het Spectrum. 
    3. ↑ Namen en dateringen ontleend aan Stichting De Oude Wereld, Tijdlijn (2009).

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.