Farizeeën

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Bekende Farizeeërs

    Deze pagina is overgezet naar een nieuw softwaresysteem
    en kan in de laatste versie tijdelijk verder worden bewerkt op:
     
    https://christipedia.miraheze.org/wiki/Farizee%C3%ABn

    Farizeeën (ook gespeld Farizeeërs) waren een invloedrijke, streng-wettische sekte ten tijde van de Heer Jezus. Ze waren de strengste sekte van het Joodse godsdienst, zoals Paulus zegt:

    Hnd 26:5 daar zij van vroeger, van de eerste tijd af, van mij weten (als zij het willen getuigen) dat ik naar de strengste sekte van onze godsdienst heb geleefd: als farizeeer.

    farizeeer_en_tollenaar.jpgDe naam Farizeeën betekent letterlijk afgescheidenen. Ze waren afgescheiden van het gewone volk dat de wet onvoldoende kende en naleefde.

    Kennis en naleving van de wet waren hoofdzaak voor hen.  

    Joh 7:45 De dienaars dan kwamen tot de overpriesters en farizeeen, en die zeiden tot hen: Waarom hebt u Hem niet meegebracht?
    Joh 7:46 De dienaars antwoordden: Nooit heeft een mens zo gesproken als deze mens spreekt.
    Joh 7:47 De farizeeen dan antwoordden hun: Bent u soms ook misleid?
    Joh 7:48 Heeft soms iemand van de oversten in Hem geloofd, of van de farizeeen?
    Joh 7:49 Maar deze menigte die de wet niet kent, is vervloekt!
    Joh 7:50 Nicodemus, die vroeger ‘s nachts naar Hem toe was gekomen, die een van hen was, zei tot hen:
    Joh 7:51 Veroordeelt onze wet soms de mens, tenzij zij eerst van hem hoort en weet wat hij doet?

    Mr 2:23 En het gebeurde dat Hij op de sabbat door de korenvelden ging, en zijn discipelen begonnen onder het lopen de aren te plukken.
    Mr 2:24 En de farizeeen zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op de sabbat wat niet geoorloofd is?

    Saulus van Tarsus was, voordat hij tot bekering kwam, wat zijn verhouding tot de wet betreft een farizeeer:

    Flp 3:6 een Hebreeer uit de Hebreeen; wat de wet betreft een farizeeer; wat de ijver betreft een vervolger van de gemeente; wat de gerechtigheid betreft die in de wet is, onberispelijk.

    De farizeeën waren niet alleen gericht op het houden van de wet van Mozes, maar leefden ook geboden na die daaraan waren toegevoegd en zij voegden zelf nieuwe geboden toe. Al sinds de ballingschap werkten de Joden nieuwe geboden uit voor nieuwe omstandigheden. Deze regels vormden 'de overlevering van de ouden'.

    Mt 15:1 Toen kwamen er tot Jezus farizeeen en schriftgeleerden uit Jeruzalem en zeiden:
    Mt 15:2 Waarom overtreden uw discipelen de overlevering van de ouden?
    Mt 15:3 Want zij wassen hun handen niet, wanneer zij brood eten.

    De toevoeging van menselijke geboden was niet zonder gevolgen. Deze geboden van mensen maakten bij de Farizeeen bijbelse geboden krachteloos.

    Mt 15:1 Toen kwamen er tot Jezus farizeeen en schriftgeleerden uit Jeruzalem en zeiden:
    Mt 15:2 Waarom overtreden uw discipelen de overlevering van de ouden?
    Mt 15:3 Want zij wassen hun handen niet, wanneer zij brood eten. Hij echter antwoordde en zei tot hen: Waarom overtreedt ook u het gebod van God ter wille van uw overlevering?
    Mt 15:4 Want God heeft gezegd: ‘Eer uw vader en moeder’ en: ‘Wie vader of moeder vloekt, moet de dood sterven’.
    Mt 15:5 Maar u zegt: ‘Wie tot zijn vader of moeder zegt: Het is een gave, wat u ook van mij ten nutte zou kunnen komen’, -die zal zijn vader of zijn moeder geenszins eren.
    Mt 15:6 En u hebt zo het woord van God krachteloos gemaakt ter wille van uw overlevering.
    Mt 15:7 Huichelaars, treffend heeft Jesaja over u aldus geprofeteerd:
    Mt 15:8 ‘Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij vandaan;
    Mt 15:9 en tevergeefs vereren zij Mij, door leringen te leren die geboden van mensen zijn’.

    In tegenstelling tot de vrijzinnige Sadduceeën waren de Farizeeën rechtzinnig in de leer. Ze hielden vast aan het geloof in de opstanding van de doden. Deze hoop had Saulus van Tarsus als Farizeeër en na zijn bekering tot Jezus Christus had deze hoop rijker inhoud gekregen.

    Hnd 23:6 Daar nu Paulus wist dat het ene deel uit sadduceeen en het andere uit farizeeen bestond, riep hij in de Raad: Mannen broeders, ik ben een farizeeer, een zoon van farizeeen; over de hoop en de opstanding van de doden sta ik terecht.

    Hoewel orthodox in de leer dachten zij zeer lichtvaardig over echtscheiding. De Heer Jezus corrigeerde hun opvatting in dezen:

    Lu 16:14 Dit alles nu hoorden ook de farizeeen, ...
    Lu 16:15 En Hij zei tot hen: (...)
    Lu 16:17 Nu is het gemakkelijker dat de hemel en de aarde voorbijgaan, dan dat een tittel van de wet vervalt.
    Lu 16:18 Ieder die zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt overspel; en wie met een door haar man verstotene trouwt, pleegt overspel.

    De Farizeeën waren in aanzien bij het volk.

    Lu 16:15 En Hij zei tot hen: U bent het die u rechtvaardig voordoet voor de mensen, maar God kent uw harten; want wat hoog is bij mensen, is een gruwel voor God.

    De Joodse Raad, die godsdienstige aanlegenheden behartigde, bestond voor een belangrijk deel uit Farizeeen.

    Hnd 23:6 Daar nu Paulus wist dat het ene deel uit sadduceeen en het andere uit farizeeen bestond, riep hij in de Raad: Mannen broeders, ik ben een farizeeer, een zoon van farizeeen; over de hoop en de opstanding van de doden sta ik terecht.

    Met de strenge wetsbetrachting raakten sociale deugden als liefde en barmhartigheid, hoewel door de wet bevolen, op de achtergrond. De Farizeeën vonden het veel belangrijker dat de wet van de sabbat gehouden werd (volgens hun strenge opvatting), dan dat op de sabbat een mens genezen werd (Marc 2:23v).

    Mr 2:23 En het gebeurde dat Hij op de sabbat door de korenvelden ging, en zijn discipelen begonnen onder het lopen de aren te plukken.
    Mr 2:24 En de farizeeen zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op de sabbat wat niet geoorloofd is?
    Mr 2:25 En Hij zei tot hen: Hebt u nooit gelezen wat David deed toen hij gebrek leed en honger had, hij en zij die bij hem waren?
    Mr 2:26 Hoe hij het huis van God binnenging onder hogepriester Abjathar en de toonbroden at die men niet mag eten behalve de priesters, en ook gaf aan hen die bij hem waren?
    Mr 2:27 En Hij zei tot hen: De sabbat is gemaakt om de mens, en niet de mens om de sabbat.
    Mr 2:28 Daarom is de Zoon des mensen Heer ook van de sabbat.
    Mr 3:1 En Hij kwam opnieuw in de synagoge; en daar was een mens met een verschrompelde hand.
    Mr 3:2 En zij letten op Hem of Hij hem op de sabbat zou genezen, om Hem te kunnen aanklagen.
    Mr 3:3 En Hij zei tot de mens met de verschrompelde hand: Kom in het midden staan!
    Mr 3:4 En Hij zei tot hen: Is het geoorloofd op de sabbat goed te doen of kwaad te doen, een leven te behouden of te doden? Maar zij zwegen.
    Mr 3:5 En Hij keek hen rondom met toorn aan, bedroefd over de verharding van hun hart, en zei tot de mens: Strek uw hand uit. En hij strekte die uit en zijn hand werd hersteld.
    Mr 3:6 En de farizeeen gingen terstond naar buiten met de herodianen en beraadslaagden tegen Hem, hoe zij Hem zouden ombrengen.

    Het strenge wetsbetrachting ging bij de Farizeeën gepaard met zekere ondeugden. Ze waren huichelachtig en geldzuchtig. Ze deden zich beter voor dan ze in hun harten waren.

    Lu 12:1 Toen intussen de duizenden van de menigte bijeengekomen waren, zodat zij elkaar verdrongen, begon Hij allereerst tot zijn discipelen te zeggen: Past u op voor het zuurdeeg, dat is de huichelarij van de farizeeen.

    Mt 15:7 Huichelaars, treffend heeft Jesaja over u aldus geprofeteerd:
    Mt 15:8 ‘Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij vandaan;
    Mt 15:9 en tevergeefs vereren zij Mij, door leringen te leren die geboden van mensen zijn’.

    Lu 16:14 Dit alles nu hoorden ook de farizeeen, die geldzuchtig waren, en zij beschimpten Hem.
    Lu 16:15 En Hij zei tot hen: U bent het die u rechtvaardig voordoet voor de mensen, maar God kent uw harten; want wat hoog is bij mensen, is een gruwel voor God.

    Farizeeen_beschuldigen_Christus-Duccio_di_buoninsegna.jpg 
    Afbeelding: Christus beschuldigd door Farizeeën. Schilderij van Duccio_di_buoninsegna

    Bekende Farizeeërs

    Door de Bijbel bekende Farizeeërs zijn Nicodemus, Gamaliël en Saulus van Tarsus (Paulus). De Farizeeën die met dienaars spraken, toen deze van Jezus terugkwamen zonder hem gegrepen te hebben, beweerden dat niemand van de Farizeeën in Jezus geloofde (Joh. 7:45v). Nicodemus, die een van hen was, was echter 's nachts in het geheim tot Jezus gekomen, had hem met de eretitel 'Rabbi' aangesproken en zijn geloof aan de goddelijke zending van Jezus uitgesproken (Joh. 3). Nicodemus nam het tegenover de andere Farizeeën voor Jezus op (Joh. 7:50v). 

    De apostel Paulus was vroeger een Farizeeër die de wet betrachtte en daarin onberispelijk was.

    Flp 3:6 een Hebreeer uit de Hebreeen; wat de wet betreft een farizeeer; wat de ijver betreft een vervolger van de gemeente; wat de gerechtigheid betreft die in de wet is, onberispelijk.
    Flp 3:7 Maar wat winst voor mij was, heb ik om Christus’ wil schade geacht.

    (TELOS)

    Hnd 23:6 Daar nu Paulus wist dat het ene deel uit sadduceeen en het andere uit farizeeen bestond, riep hij in de Raad: Mannen broeders, ik ben een farizeeer, een zoon van farizeeen; over de hoop en de opstanding van de doden sta ik terecht.
    (TELOS)

     
     

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.