Filistijnen

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Typologie
    2. 2. Bronnen
    3. 3. Voetnoten

    De Filistijnen (Eng. Philistineswaren nakomelingen van Mizraïm, zoon van Cham (Gen. 10 :14), een volk aan de kusten van de Middellandse zee in het land Kanaänzuidwestelijk van Judea. Zij vormden een statenbond van vijf stadstaten: Ashkelon, Ashdod, Gaza, Ekron en Gath. In de tijd van de richters verdrukten ze Israél gedurende 40 jaar. Simson trad tegen hen op. De bekendste filistijn is de reus Goliath, die door David werd verslagen. 

    Het woord 'Filistijnen' - in de oude spelling Philistijnen - betekent 'aankomelingen', 'immigranten', zogenoemd omdat ze, van elders afkomstig, zich aan de zuidoostelijke kust van de Middellandse zee hadden gevestigd. 

    Niet-israelietische volken (Wolters).jpg

    Kaart[1]: Filistijnen in het zuidwesten van Kanaän
     

    Het land van de Filistijnen, in eigenlijk Kanaänietisch land, was een smalle strook land van Ekron tot aan de Egyptische grenzen, dat is tot aan de beek of de rivier van Egypte, en de glooiiing van het gebergte van Juda, en lag in de onmiddelijke nabijheid van de stammen Simeon, Juda en Dan. 

    Afstamming. - De Filistijnen waren nakomelingen van Mizraïm, zoon van Cham (Gen. 10 :14). 

    Ge 10:13 Mitsraïm verwekte de Ludieten, de Anamieten, de Lehabieten, de Naftuchieten, 
    Ge 10:14 de Pathrusieten, de Kasluchieten - uit wie de Filistijnen voortgekomen zijn - en de Kaftorieten.
    (HSV)

    Zij waren nakomelingen, met de Kaftorieten, van de Pathrusieten, en de Kasluchieten, twee clans die afstammen van Cham. Gen. 10:14; Deut. 2:23; Jer 47:4; Am 9:7.

    De Filistijnen bewoonden eerst het eiland Kreta (Kaftor of Kafthor). God had deze Kretenzers vandaar weggeleid. 

    Am 9:7 Bent U niet als de Cusjieten voor Mij, Israëlieten? spreekt de HEERE. Heb Ik Israël niet weggeleid uit het land Egypte, de Filistijnen uit Kaftor en de Syriërs uit Kir? (HSV)

    Ten tijde van de profeet Jeremia noemt Jahweh de Filistijnen "het overblijfsel van het eiland Kaftor" (Jer. 47:4).

    Zij kwamen in Kanaän en verdreven de Kanaänietische volksstam der Avieten en vestigden zich in hun woonplaatsen, in het zuidwesten van het land Kanaän, aan de oever van de Middellandse Zee. 

    De 2:23 En de Kaftorieten, die afkomstig zijn uit Kaftor, hebben de Avvieten, die tot aan Gaza in dorpen woonden, weggevaagd en zijn in hun plaats gaan wonen. (HSV)

    Wanneer dit geschied is, weet men niet; reeds ten tijde van Abraham bestond er een Filistijns koninkrijk te Gerar (Gen. 20:1). Zowel Abraham als Isaäk kregen ruzie met hen over de putten, die deze aartsvaders hadden gegraven. Gen 21:25-34; 26:1-18. 

    Bij het leven van Mozes waren de Filistijnen reeds tot de grenzen van Egypte doorgedrongen. Toen vormden zij een staat, bestaande uit vijf vorstendommen, te weten: Asdod, Askelon, Ekron, Gad en Gaza en onderscheidene open plaatsen, door koningen bestuurd. Geheugensteun: AAEGG.

    Het is waarschijnlijk dat zij in het begin een soort kolonie van Egypte waren. Hun vijf steden beheersten de kustweg van Egypte naar Syrië, en er is bewijs dat Egypte had een sterke greep op Kanaän had vóór de komst van Jozua; een invloed die daarna afnam.

    De Filistijnen waren een oorlogszuchtig volk, en dat was de reden dat God de Israëlieten niet via het land van Filistijnen naar Kanaän heeft geleid, Ex. 13:17.

    Ex 13:17  Toen de farao het volk had laten gaan, is het gebeurd dat God hen niet leidde [langs] de weg door het land van de Filistijnen, hoewel dat korter was. Want God zei: Anders zal het het volk berouwen bij het zien van oorlog en wil het naar Egypte terugkeren. (HSV)

    Daar zij een deel van het beloofde land bezaten, hadden de Israëlieten hen moeten verdrijven; maar toen Jozua oud was 'waren alle grenzen van de Filistijnen nog onbezet door de Israëlieten'. 

    Wel leest men van geen vijandelijkheden tussen Israël onder Jozua en de Filistijnen, toch braken zij spoedig genoeg uit. Onophoudelijk werd tussen beide volken met verbittering gestreden, in het tijdvak van de richters, en onder Saul, David, Nadab, Omri, Joram, Uzzia, Achaz en anderen. 

    In de tijd van de richters verdrukten zij Israël 40 jaren, totdat de richter en Nazireeër Simson tegen hen optrad. In de dagen van Eli werden de Israëlieten overwonnen en de ark van het verbond geroofd. Nazireeërschap in Simson was Gods weg tot verlossing, maar de Nazireeër Simson faalde volkomen, hoewel God door hem geduchte slagen aan de Filistijnen toebracht. 

    Toen Saul koning van Israël was vreesde hij de Filistijnen. Zij drongen zijn gebied binnen en in een veldslag met hen verloren Saul en zijn zonen hun leven.

    Pas door David, koning naar Gods hart, werden de Filistijnen echt overwonnen door Israël. Onder Salomo zijn ze schatplichtig.

    Toen het koninkrijk van Israël verdeeld was, herwonnen de Filistijnen hun onafhankelijkheid meer of minder. God gebruikte hen soms om Zijn schuldige volk te straffen, en op andere momenten gaf Hij vrome koningen van Zijn volk macht over de Filistijnen. 

    Daarna werden zij, eerst door de Assyriërs onder Sanherib, vervolgens door de Egyptenaren onder farao Necho, ten laatste door de Chaldeeërs onder Nebukadnezar overwonnen en nagenoeg geheel vernietigdIn de profeten wordt de vernietiging van hun land en hun overblijfsel aangekondigd. Zefanja kondigt de dag van Jhwh aan en noemt de Filistijnen als eerste naburige volk van Israël dat geoordeeld zal worden.

    Sef 2:4 Want Gaza zal verlaten worden en Askelon tot woestenij zijn; Asdod, midden op de dag zal men het verdrijven, en Ekron zal ontworteld worden.
    Sef 2:5 Wee [u], bewoners van het gebied aan de zee, volk van Kretenzers, het woord van de HEERE is tegen u! Kanaän, land van de Filistijnen! Ik zal u verdelgen, zodat er geen inwoner [meer] is.
    Sef 2:6 Het gebied aan de zee zal [tot] weiden worden met putten voor herders en kooien voor kleinvee.
    Sef 2:7 En het gebied zal zijn voor het overblijfsel van het huis van Juda, zodat zij daarin zullen weiden. ’s Avonds zullen zij in de huizen van Askelon neerliggen, want de HEERE, hun God, zal naar hen omzien en een omkeer in hun gevangenschap brengen.

    (HSV)

    Jeremia, een jongere tijdgenoot van Zefanja spreekt een profetie tegen de Filistijnen (Jer. 47). Na die tijd is van hen als volk geen sprake meer.

    Jer 47:4 vanwege de dag die komt om alle Filistijnen te verdelgen, om elke overgebleven helper van Tyrus en Sidon uit te roeien. Want de HEERE zal de Filistijnen verdelgen, het overblijfsel van het kustland van Kaftor. (HSV)

    Van hun binnenlandse aangelegenheden is ons weinig bekend. De vijf versterkte steden van de Filistijnen, met hun onderhorige dorpen, waren Gaza, Ashkelon, Ashdod, Gath en Ekron. De Filistijnen waren afgodendienaren. Zij vereerden, even als de Feniciërs, Astarte (Astarot), Dagon en Atergatis, terwijl Baäl-zebub te Ekron zijn hoofdzetel had. 1 Sam. 5:2; 31:10; 2 Kon. 1:2; Jer. 47; Eze 25:15-17; Am. 1:7,8; Zef. 2:5. Zij waren tegen de besnijdenis gezind. Of hun taal inderdaad tot de Semietische behoorde, is door sommige geleerden betwijfeld, door anderen beweerd.

    De tegenwoordige Palestijnen, van wie velen Israël haten, noemen zich Filistijnen. De tegenwoordige Gazastrook, door Israël afgestaan aan de Palestijnen, valt deels samen met het historische gebied van de Filistijnen. 

    Typologie

    De Filistijnen vertegenwoordigen typologisch of figuurlijk-geestelijk de aanmatiging en binnendringing van de mens in het vlees (niet in de Geest, Rom. 8:9) in datgene wat God toebehoort. Zij woonden met de Israëlieten in het beloofde land, zoals dolik met de tarwe in Gods koninkrijk. In de dagen van Eli werden de Israëlieten overwonnen en de ark van het verbond geroofd. Zij verdrukten Israël 40 jaren, totdat de richter en Nazireeër Simson tegen hen optrad. Zij maakten en hanteerden ijzeren wapens. Deze lichamelijk onbesnedenen staan voor de geestelijk onbesnedenen die slechts in naam christen zijn. 

    Paulus verkeerde 'in gevaren onder valse broeders' (2 Cor. 11:26)

    2Co 11:26 Dikwijls op reis, in gevaren van rivieren, in gevaren van rovers, in gevaren door volksgenoten, in gevaren door de volken, in gevaren in de stad, in gevaren in de woestijn, in gevaren op zee, in gevaren onder valse broeders; (TELOS)

    Paulus wijst op 'binnengeslopen valse broeders,' die gelovigen tot slavernij onder de wet wilden brengen. 

    Ga 2:4 en dat vanwege de binnengeslopen valse broeders, die zich hadden binnengedrongen om onze vrijheid te bespieden die wij in Christus Jezus hebben, met het doel ons tot slavernij te brengen. (TELOS)

    Bronnen

    C. Lindeboom, Bijbelgids, of Handleiding tot het verkrijgen van Bijbelkennis. Middelburg: Stichting de Gihonbron, 2009. Bewerking door J. Pluimers van de uitgave uit 1929. Tekst hieruit is, onder toestemming, in oktober 2011 tekst verwerkt. 

    P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Philistijnen' is op 28 april 2014 verwerkt.

    A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Philistines. Hieruit is op 26 april 2014 tekst vertaald en verwerkt.

    Voetnoten

    1. ↑ A. van Deursen, Schoolatlas voor Bijbelse geschiedenis, Uitg. J.B. Wolters Groningen Batavia, 1940. De kaart is gemaakt door het Cartografisch instituut J.B. Wolters.

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.