Genesis

Van $1

    Deze pagina is overgezet naar een nieuw softwaresysteem
    en kan in de laatste versie tijdelijk verder worden bewerkt op:
     
    https://christipedia.miraheze.org/wiki/Genesis

    Genesis is de naam van het eerste boek van de Bijbel, tevens het eerste boek van de vijf boeken van Mozes (Pentateuch). Genesis betekent: "begin", "wording", "oorsprong". In dit boek wordt de schepping beschreven, het begin van de wereld; de schepping van hemel en aarde, van plant, dier en mens (Gen. 1 en 2). Genesis telt vijftig hoofstukken. 

    Inhoudsopgave:


    Het hoofdonderwerp is: de schepping, het verval van de mensheid door de zonde, en de mogelijkheid dat de gemeenschap tussen haar en God, haar Schepper, hersteld worde. Hoop en geloof worden levendig gehouden door het voorbeeld van enkele uitverkorenen, die, door hun gehoorzaamheid aan God, erf­genamen worden van beloofde zegeningen, welke voortdurend worden ondersteld, met betoning van genade aan zondaars en een versterking van het geloof in de rechtvaardigen. De naam 'Wording' ('Genesis') past op het gehele boek. De wording van hemel en aarde, van de mens, van de rustdag (sabbat) en het huwelijk, van de zonde en van de verlossing, van de talen en de volkeren en van het volk Isräel wordt ons in Genesis medegedeeld. De Joden noemen het Beresjiet, d. i. "In den beginne". Deze woorden zijn in het Hebreeuws één woord, 'Beresjiet'.  

    In Genesis kan de mens antwoorden vinden op levensvragen als: Bestaat er een hogere macht (God)? Waar komt de wereld vandaan? Waar komt de mens vandaan? Wat is de mens? Waar kom ik vandaan? Wat is de oorzaak van het lijden in de wereld? 

    Genesis_bladzijde.jpg
    Het boek Genesis begint in de Statenvertaling met de woorden "In den beginne".

    Het gehele boek omvat een tijdperk van 2369 jaren[2]. De eerste millennia van de menselijke geschiedenis worden in dit boek vermeld. Ten eerste, bijzonderheden uit de periode vóór de zondvloed, die 1656 jaren[3] beslaat, en vervolgens belangrijke gebeurtenissen uit de 713 jaren[3] die daarop volgen, tot het sterven van Jozef, de zoon van Jakob. 

    De eerste elf hoofdstukken van de Bijbel verslaan gebeurtenissen die van fundamentele invloed zijn geweest op de loop van de wereldgeschiedenis. Deze hoofdstukken richten onze blik echter ook op de eindtijd en de voleinding van de wereld[1]

    Overzicht en indeling

    Geschiedkundige indeling

    Naar de geschiedkundige inhoud kan men het boek Genesis in twee hoofddelen (vóór en na de zondvloed) of drie hoofddelen verdelen: 

    1. De schepping, zondeval, en geschiedenis van de mensen vóór de zondvloed, daaronder begrepen het eerste verbond
    2. De zondvloed, tweede verbond met Noach, wederbevolking der aarde; de verstrooiing en spraakverwarring.
    3. De roeping en de geschiedenis van Abraham en zijn zonen, tot aan het derde geslacht, eindigend met de dood van Jozef. 

    Vóór de zondvloed 

    Vóór de zondvloed, waarschijnlijk heel spoedig na de schepping van de mens, had de zondeval plaats met alle gevolgen daaraan verbonden (Gen. 3:1-24). De dood deed zijn intrede. De Here bekleedt het eerste mensenpaar met vellen.

    De broedermoord (Gen. 4: 1 -12) toont aan waartoe de in de zonde gevallen mens in staat is. De ontwikkeling van veeteelt, muziek en techniek wordt met enkele woorden genoemd (Gen. 4 : 20 - 22). De van God vervreemde mens toont zijn kunnen. Later moet telkens na een zeer lang leven de uitdrukking volgen "en hij stierf" (Gen. 5: 5 - 31). Een uitzondering had plaats bij Henoch, die met God wandelde en zonder te sterven door God werd opgenomen (Gen. 5: 24).

    Deze periode wordt afgesloten met Gods oordeel, de zondvloed, waardoor alle voortbrengselen van de mens werden vernietigd en het hele mensengeslacht omkwam met uitzondering van Noach en zijn gezin (Gen. 6- 8).

    Na de zondvoed

    Na het oordeel van de zondvloed krijgt de mens opnieuw de kans om naar Gods gedachten te leven (Gen. 9 en 10). Noach en zijn drie zonen zijn de stamvaders van een nieuw mensengeslacht. Na een openbare zonde wordt Jafeth de vader van het blanke ras, Sem de oorsprong van de Semieten en Cham de vader van de kleurlingen. De torenbouw van Babel (Gen. 11) toont aan, dat de mens het gebod van God negeerde en trachtte de mensen bijeen te houden in plaats van zich te verspreiden. De spraakverwarring volgde hierop als oordeel.

    Uit het geslacht van Sem komt Abram voort, die later Abraham genoemd wordt (Gen. 12). De hoofdstukken 12 tot 25 vermelden allerlei bijzonderheden uit het leven van deze eerste aartsvader. lsmaël, zijn eerste zoon, wordt geboren. Van Abrahams zoon lsaäk wordt betrekkelijk weinig vermeld (Gen. 24 - 28). Dit geldt ook van Esau, de eerstgeboren zoon van lsaäk terwijl van zijn andere zoon, Jakob, de tweelingbroer van Esau, veel is opgetekend (Gen. 27 - 49).

    Het boek Genesis besluit tenslotte met de aangrijpende geschiedenis van Jozef, één van de zonen van Jakob, en met de zegen, die Jakob over de twee zonen van Jozef en over zijn eigen zonen uitspreekt (Gen. 37 - 50).

    Toledoth-indeling

    Naar het gebruik van de woorden 'dit is (zijn) de geboorte(n) van', de zogenaamde Toledoth-formule (van Hebr. toledoth, geboorten, geslachten, geschiedenissen), kan men Genesis als volgt indelen (Toledoth-indeling):

    1. Gen. 1-2:4. 'Dit zijn de geboorten van de hemelen en van de aarde'
    2. Gen. 2:5-5:2. 'Dit het boek van Adams geboorten'
    3. Gen. 5:3-6:9a. 'Dit zijn de geboorten van Noach'
    4. Gen. 6:9b-10:1. 'Dit zijn de geboorten van de zonen van Noach'
    5. 10:2-11:10a. 'Dit zijn de geboorten van Sem'
    6. Gen. 11:10b-11:27a. 'Dit zijn de geboorten van Terah'
    7. Gen. 11:27b-25:19a. Dit zijn de geboorten van Ismaël en Izak
    8. Gen. 25:19a-37:2a. Dit zijn de geboorten van Ezau en Jacob 

    Volgens sommige geleerden berust deze indeling op elf genealogische kleitabletten die Mozes tot zijn beschikking zou hebben gehad. Elke tablet zou afsluiten met de woorden 'dit is (zijn) de geboorte(n) van'. Gen. 11:27b-25:19a zou dan op de tabletten 7 en 8 berusten, Gen. 25:19a-37:2a op de tabletten 9, 10 en 11[4]

    Hoofdstukken

    Genesis telt - niet oorspronkelijk, maar naar een latere indeling - 50 hoofdstukken. Hun inhoud is in 't kort: 

    Gen. 1. Geschiedenis van de Schepping der wereld.
    Gen. 2. Schepping van Adam en Eva en gebod.
    Gen. 3. Val van de mens en de strafgevolgen ervan.
    Gen. 4. 
    Geboorte van Kaïn en Abel, broedermoord, enz.
    Gen. 5. Geboortelinie van Adam tot Noach.
    Gen. 6-8. De zondvloed enz.

    Gen. 9. Noach om zijne dronkenschap bespot en Cham vervloekt.
    Gen. 10. 
    Geslachtsregister.
    Gen. 11. 
    Babels torenbouw. Oorsprong der talen.
    Gen. 12. Abrahams vertrek naar Kanaän en Sarageschaakt.
    Gen. 13. Twist tusschen Abraham en Lot.
    Gen. 14. Oorlog. Lot gevangen en weder verlost.
    Gen. 15. Abrahams geloof.
    Gen. 16. Hagars vlucht en Ismaëls geboorte.
    Gen. 17. Belofte van lzaäk, besnijdenis, en naamsverandering van Abraham en Saraï.
    Gen. 18. Engelenverschijning aan Abraham en Gods voornemen wegens Sodom en Gomorra.
    Gen. 19. Lots uitleiding uit Sodom. Sodom verwoest, en Lots bloedschande.
    Gen. 20. Sara geschaakt door Abimelech , en verdere gevolgen.
    Gen. 21. 
    Geboorte van Izaak. Hagar en lsmaël in de woestijn.
    Gen. 22. Abrahams offerande.
    Gen. 23. Dood van 
    Sara.
    Gen. 24. 
    Izaäks huwelijk met Rebekka.
    Gen. 25. Abrahams dood, geboorte van Ezau en Jakob, en de verkoop van het eerstgeboorterecht.
    Gen. 26. Izaäk gezegend, huwelijk van Ezau.
    Gen. 27. Izaäk misleid zegent Jakob, enz.
    Gen. 28. Jakobs reiss en droom.
    Gen. 29. Jakob misleíd, huwt Lea en Rachel.
    Gen. 30. De gewenste huwelijkszegen van Jakob.
    Gen. 31. Jakobs vlucht voor Laban, en vriendschapsverbond.
    Gen. 32. 
    Jakobs vrees voor Ezau en worsteling met de Engel.
    Gen. 33. Jakob scheidt in vrede van Ezau.
    Gen. 34. Dina geschonden door Sichem en bloedíge gevolgen.
    Gen. 35. 
    Jakob wordt Israël genaamd, Rachels en Izaäks dood en bloedschande van Ruben.
    Gen. 36. Geslachtsregister van Ezau. 
    Gen. 37. Jozef mishandeld door zijn broers en verkocht, en Jakobs droefheíd.
    Gen. 38. Juda's huwelljk en Thamars bloedschande.
    Gen. 39. Jozefs deugd beproefd, en in de gevangenis.
    Gen. 40. De uitlegging van de dromen in de gevangenis.
    Gen. 41. Jozef verheven tot heer over Egypte. 
    Gen. 42. De broers van Jozef in grote verlegenheid.
    Gen. 43. Tweede reis naar Egypte. Goede ontvangst van Jacobs zonen met Benjamin bij Jozef aan diens hof.
    Gen. 44. Na hun vertrek Jozefs broers opnieuw in verlegenheid gebracht. Juda bereid slaaf te worden in plaats van Benjamin. 
    Gen. 45. Jozef maakt zich bekend en nodigt zijn vader om in Egypte te komen wonen.
    Gen. 46. Ontmoeting van Jakob en Jozef. 
    Gen. 47. Jakob in Egypte en hongersnood.
    Gen. 48. Jakob, ziek, zegent Jozef.
    Gen. 49. Jakob zegent zijn zonen, voorzegt hun toekomst en sterft. 
    Gen. 50. Jozef begraaft en beweent zijn vader. Hij stelt zijn broers gerust. Einde van Jozefs leven.

    Genesis 1-2

    Onder invloed van filosofische en wetenschappelijke ontwikkelingen in de laatste eeuwen (evolutietheorie, hypothesen over de ouderdom van het heelal en de aarde) wordt veel getwijfeld aan het historische karakter van het scheppingsbericht van Gen. 1 en 2. Is het allemaal wel echt gebeurd wat daar beschreven is?

    Het was God die alles maakte
    De Bijbel zelf laat op andere plaatsen zien dat de gebeurtenissen werkelijk hebben plaatsgevonden: God heeft het heelal, de hemel en de aarde, de mensen, man en vrouw geschapen. 

    Jesaja 40:26 Heft uw ogen naar omhoog en ziet: wie heeft dit alles geschapen? Hij, die het heer daarvan in groten getale uitleidt en elk daarvan bij name roept door de grootheid zijner sterkte en omdat Hij geweldig van kracht is; er blijft niet één achter.
    Jesaja 42:5 Zo zegt God, de HERE, die de hemel schiep en hem uitspande; die de aarde uitbreidde met alles wat daaruit ontsproot; die aan de mensen die daarop wonen, de adem gaf en de geest aan hen die daarop wandelen:
    Jesaja 43:7 ieder die naar mijn naam genoemd is, en die Ik geschapen heb tot mijn eer, die Ik geformeerd heb, die Ik ook gemaakt heb.
    Maleachi 2:10 Hebben wij niet allen één Vader? Heeft niet één God ons geschapen? 
    Markus 10:6 Maar van het begin der schepping heeft Hij hen als man en vrouw gemaakt
    1 Kolossenzen 1:16 want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen

    In korte tijd, door Gods woord
    God kan in zeer korte tijd grote en vele dingen scheppen. Dat blijkt uit het scheppingsverslag. En dat wordt bevestigd door de woorden van Ps 33:9:

    Ps. 33:9  Want Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er.
    (SV)

    Uit Genesis 1 blijkt dat de geschapen dingen door Gods woord ontstaan zijn. Bijvoorbeeld: "En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht" (Gen. 1:3). Dit wordt bevestigd door de woorden van Ps. 33:9 (zie hierboven) en Hebr. 11:3

    Ps 33:6 Door het Woord van de HEERE is de hemel gemaakt, door de Geest van Zijn mond heel hun legermacht.
    Ps 148:5 Laten zij de Naam van de HEERE loven, want toen Híj het gebood, werden zij geschapen.
    (HSV)
    Heb 11:3 Door het geloof begrijpen wij dat de werelden door Gods woord bereid zijn, zodat wat men ziet, niet ontstaan is uit wat zichtbaar is.

    TELOS)

    Zes dagen
    Velen willen nog wel aannemen dat God de hemel en de aarde en hun volheid geschapen heeft, maar twijfelen aan de volgorde en de tijdsorde die de Schrift meedeelt, geven de tekst slechts een grove symbolische betekenis, "God is de grote Schepper die alles gemaakt heeft", of nemen de Scheppingsdagen als grote tijdvakken in plaats van zes gewone dagen.

    In Gen. 1 wordt voor 'dag' het Hebreeuwse woord 'yom' gebruikt. In verbinding met een hoofdtelwoord ('één dag', 'dag één') of rangtelwoord ('eerste dag', 'tweede dag') betekent het in de Schrift altijd een gewone dag.

    In Genesis 1 lezen we steeds: "het was avond geweest en het was morgen geweest". Deze herhaalde toevoeging van avond (Hebr ”erev”) en morgen (Hebr. ”boker”) pleit nog eens te meer voor een letterlijke duiding van 'dag'. 

    Dat God in zes gewone dagen de hemel en de aarde gemaakt heeft, wordt elders in de Bijbel bevestigd:  

    Ex. 20:9 Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen. 
    Ex. 20:10 Gedenk de sabbatdag, dat u die heiligt.
    Ex. 20:11 Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die.
    (HSV)

    Zoals God in zes dagen werkte en op de zevende dag rustte, zo moesten de Israelieten Hem daarin navolgen en evenzo doen. Er is geen reden om de ene reeks van dagen letterlijk en de andere reeks symbolisch te verstaan.

    Exodus en Genesis zijn boeken van Mozes. De uitdrukking "zes dagen" komt 12 maal in de boeken van Mozes voor, waarvan 2 keer in Ex. 20:9-11. Er is geen goede bijbelse reden om de woorden "zes dagen" in 11 van de 12 gevallen letterlijk te nemen en alleen in het ene geval van Ex. 20:11, dat over de scheppingsdagen spreekt, syumbolisch te verstaan. Alle 12 keren zijn die "zes dagen" letterlijk te verstaan. 

    Op grond van de Schrift geloofde iemand als Calvijn aan een schepping in zes dagen. 

    Grammaticaal-statistisch onderzoek wijst uit dat Gen 1 letterlijke geschiedschrijving is, zie http://www.refdag.nl/artikel/1400527/

    De eerste verzen van Genesis 1 zijn voorgelezen door de bemanning van de Apollo 8, als kerstboodschap op 24 december 1968: boodschap. Apollo 8 was de eerste bemande ruimtevaart in een baan om de aarde.

    Het scheppingsbericht is niet in tegenspraak met de wetenschappelijke aardkunde (geologie). Wat de vorming van de aardbol betrert, deze wordt in het Mozaïsche verhaal slechts in algemene termen vastgesteld: "In het begin schiep God de hemel en de aarde." In het gehele eerste hoordstuk van Genesis moet men nauwkeurig letten op het onderscheid tusschen de woorden "schiep" en "maakte". De zesdaagse arbeid heeft geheel en al betrekking op de werking Gods op de oppervlakte der aarde, en de voorwerpen, die van daar uit gezien worden, aldus:

    1. De schepping van het licht en de scheiding tussen licht en duisternis.
    2. De scheiding der wateren boven de aarde en onder op de aarde door tussenvoeglng van een uitspansel.
    3. Een verdere verdeling van de wateren beneden, in zee en land, gevolgd door de wasdom van het plantaardige leven.
    4. Het maken van de zon, de maan en de sterren.
    5. Voortbrenging van levende schepselen in het water en in de lucht.
    6. Voortbrenging van dieren en van de mens uit de stoffelijke aarde.

    De korte bescbrijving van de schepping in het vierde gebod (Exod. 20) heeft slechts, in algemene bewoordingen, betrekking op het door Goddelijke macht in aanzijn roepen van zlchtbare verschijnselen boven de oppervlakte der aarde; maar nergens wordt enlge toespeling gemaakt op de wijze, waarop hetgeen zlch onder de aardkorst bevindt, werd gevormd. 

    Meer informatie
    Hoe moeten, gezien de strijd der meningen over schepping-of-evolutie, de eerste hoofdstukken van Genesis gelezen worden? Zie Mart-Jan Paul, Genesis 1-3: Hoe moeten de eerste hoofdstukken van de Bijbel gelezen worden? Toespraak in Drachten, 21 febr. 2009. Internet: http://www.nd.nl/images/library/File/Drachten%20-%2021%20febr%2009.doc

    Genesis in het Nieuwe Testament 

    In het Nieuwe Testament worden tal van gebeurtenissen aangehaald, die in de periode vóór de zondvloed hebben plaats gevonden. Bijv.:

    • de verhouding tussen Adam en Eva, als type van Christus en de gemeente (Efeze 5: 25-32).  
    • Adam als type van Christus (1 Kor. 15: 45 - 47)
    • De zondeval met de vreselijke gevolgen (Rom. 5: 12).
    • Het bloedige offer van Abel, dat welgevallig was voor God (Hebr. 11: 4).
    • De weg van Kaïn, die eindigt in het verderf (Judas: 11).
    • De profetie van Henoch over het eindoordeel van de levenden (Judas: 14, 15).
    • De opname van Henoch, zonder te sterven (Hebr. 11: 5).
    • De toestand van de mensen vóór de vloed; de zondvloed als een oordeel van God ( Matth. 24 : 38, 39). 

    In het Nieuwe Testament komen veel teksten voor  die betrekking hebben op Abraham. Bijvoorbeeld:

    • Abraham (Gen. 12) als vader van de Joden (Joh. 8: 33 - 58),
    • Abraham (Gen. 15) als vader van de gelovigen uit de Joden en uit de heidenen (Rom. 4: 1-22; Gal. 3:7).
    • Abraham als vreemdeling in het beloofde land· (Gen. 20; Hebr. 11: 9).
    • Abraham als offeraar van zijn zoon Isaäk in gehoorzaamheid aan God. (Gen. 22; Hebr. 11 : 17 - 19)
    • Abrahams geloof werd door zijn werken zichtbaar en dit geloof werd hem tot gerechtigheid gerekend (Gen. 15; Jak. 2: 20 - 23)

    Ook Isaäk wordt in het Nieuwe Testament genoemd (Hebr. 11: 20 Gal. 4: 28) als iemand, die een geloofsdaad verrichtte, door zijn zonen te zegenen (Gen. 27) en wordt gezien als zoon van de belofte; hierin is hij een schaduwbeeld van gelovige christenen.

    Jakobs naam wordt in verband met het wezen van de verkiezing (Gen. 25) genoemd en ook omdat hij als grootvader de zonen van Jozef zegende. (Gen. 45; Rom. 9: 10 - 13; Hebr. 11: 21)

    Jozef wordt vermeld, omdat hij door het geloof rekening hield met de uittocht uit Egypte (Gen. 50: 24; Hebr. 11: 22).

    Andere volken

    De (verbasterde) herinneringen aan gebeurtenissen beschreven in Genesis vinden we ook terug in documenten van oude culturen, zie de lezing door Paul James Griffiths: film (Engels).

    Meer informatie

    Bronnen

    In dit artikel is, onder toestemming, in aug. 2010 gebruik gemaakt van tekst uit H. Moll, Wat zegt Gods Woord over ...?, deel 3, blz. 8-10. Oostburg: uitgeverij W.J Pieters, z.j. 
    In januari 2012 en mei 2013 is tekst opgenomen uit Bijbelsch Handboek en Concordantie. Rotterdam (J.M. Bredée, ca. 1892), pagina's 8, 10. 
    G.G. v. M., Korte inhoud der hoofdstukken van het Oude en Nieuwe Verbond tot gemak van hen die den Bijbel in hun huisgezinnen waarderen en gebruiken (Utrecht: J.G. Andriessen, 1842) blz. 1-2. De tekst hiervan is verwerkt op 6 jan. 2014.

    De foto van de eerste bladzijde van de bijbel is gemaakt door Kees Langeveld, 16 januari 2012. 

    Voetnoten

    1. ↑ Hugo Bouter, In het begin; een overzicht van Genesis 1-11 Download in pdf-formaat (64 blz) van Oudesporen.nl
    2. ↑ Het aantal van 2369 jaren wordt genoemd door Bijbelsch Handboek en Concordantie (Rotterdam: J.M. Bredée, ca. 1892), blz. 10. Ook door H. Moll, Wat zegt Gods Woord over...? Deel 3, p.8. Oostburg: W.J. Pieters, zonder jaar 
    3. ↑ Deze getallen zijn ontleend aan H. Moll, Wat zegt Gods Woord over...? Deel 3, p.8. Oostburg: W.J. Pieters, zonder jaar. 
    4. ↑ Vgl. Damnien F. Mackey, The first book of Mozes and the 'Toledoth' of Genesis, op Specialtyinterests.net, zonder jaar.  

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
    BestandGrootteDatumToegevoegd door 
     Genesis_bladzijde.jpg
    Geen beschrijving
    49.67 kB22:24, 16 jan 2012Kees LangeveldActies
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.