Hagar

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Bron
    2. 2. Voetnoot

    Deze pagina is overgezet naar een nieuw software-
    systeem en kan tijdelijk verder worden bewerkt op:
     
    https://christipedia.miraheze.org/wiki/Hagar

    Hagar was een Egyptische dienstmaagd van Sara en moeder van Ismaël. Zie Ge 16:1-16; 21:9-20; 25:12.

    Haar naam betekent ‘vluchteling’ naar het Arabisch[1].

    Sara was onvruchtbaar en gaf haar slavin aan Abram, opdat hij nageslacht kon verwekken, want God had beloofd dat Abram een talrijk nageslacht zou krijgen. Toen Hagar zwanger werd, verachtte ze haar (kinderloze) meesteres. Toen ze door Sara echter hard werd aangepakt en vernederd, vluchtte ze, in de richting van Egypte.

    Maar "de Engel van de HEERE vond haar bij een waterbron in de woestijn, bij de bron aan de weg naar Sur.” (Gen. 16:7). 

    Abraham_in_Kanaan (Access Foundation).jpg

    Kaart[3]: de woestijn Sur (Eng. 'wilderness of Shur') en de plaats waar de Engel Hagar vond (Eng. "Beer-lahai-roi").

    De Engel vraagt haar, beveelt haar en belooft haar.

    Ge 16:7  De Engel van de HEERE vond haar bij een waterbron in de woestijn, bij de bron aan de weg naar Sur.
    Ge 16:8 En Hij zei: Hagar, slavin van Sarai! Waar komt u vandaan en waar gaat u heen? Zij zei: Ik ben op de vlucht voor mijn meesteres Sarai.
    Ge 16:9 Toen zei de Engel van de HEERE tegen haar: Keer terug naar uw meesteres, en onderwerp u aan haar gezag. 
    Ge 16:10  Verder zei de Engel van de HEERE tegen haar: Ik zal uw nageslacht zeer talrijk maken, zodat het vanwege de menigte niet geteld kan worden.
    Ge 16:11 Ook zei de Engel van de HEERE tegen haar: Zie, u bent zwanger; u zult een zoon baren en u moet hem de naam Ismaël geven, omdat de HEERE uw verdrukking gehoord heeft.
    Ge 16:12 En hij zal zijn een wilde ezel [van een] mens; zijn hand zal tegen allen zijn, en de hand van allen tegen hem; en hij zal wonen tegenover al zijn broeders.
    (HSV)

    Ismaël
    De Engel openbaart Hagar dat ze een zoon zal baren. Ze moet hem Ismaël noemen, wat 'God hoort' betekent. Over Ismaël, zie verder bij art. Ismaël.

    'U, God des aanziens'
    God had naar Hagar, de vernederde en gevluchte slavin, omgezien. Zij noemde de naam van God, die door de Engel van de HEER - de openbaring van God - tot haar gesproken had: ‘U, God des aanziens’, d.w.z. ‘U bent de God Die naar mij omziet!' Want zij zei: 'Heb ik hier dan Hem gezien Die naar mij omgezien heeft?' (Gen. 16:13). 

    Ge 16:13 Toen noemde zij de naam des HEREN, die tot haar gesproken had: Gij zijt een God des aanziens; want, zeide zij, heb ik hier ook omgezien naar Hem, die naar mij ziet?
    (NBG51)
    Ge 16:13 Toen riep zij de HEER, die tot haar had gesproken, zo aan: ‘U bent een God van het zien. Want, ‘zei ze, ‘heb ik hier niet hem gezien die naar mij heeft omgezien?’
    (NBV)

    Lachai-Roi
    De waterbron, waar de Engel van Jahweh haar had gevonden, in de woestijn, op de weg van Sur, gaf men de naam Lachai-Roï = ‘de Levende Die naar mij omziet’. De put ligt tussen Kades en Bered (Gen. 16:7).

    Met Ismaël weggestuurd
    Vijftien jaar later, op het feest ter gelegenheid van het spenen van Izak, spotte Ismaël, waarop Sarah Abraham smeekte Hagar en haar zoon weg te sturen. Ook God vond dat nodig en Abraham stuurde hen weg.


    Hagar_en_Ismael_in_de_woestijn_Navez.jpg

    Schilderij[2]: 'Hagar in de woestijn', door François-Joseph Navez, 1820

    God beschermde haar en haar zoon, en redde hem toen Hagar dacht dat hij ging sterven.

    Zinnebeeld
    Een zinnebeeldige verklaring van bovenstaande geschiedenis geeft Gal. 4:24-31. Hagar komt overeen met het verbond van de wet en met Jeruzalem dat toen in slavernij was. Sara komt overeen met het verbond van de belofte en met het Jeruzalem hierboven, die vrij is. De conclusie met betrekking tot de gelovige is: "Zo dan, broeders, wij zijn niet de kinderen van de slavin, maar van de vrije." De gelovige is niet onder de wet, noch naar het vlees, maar is vrij, onder de genade. De gelovigen zijn het zaad van Abraham naar de belofte, ze zijn van Christus, door wie het evangelie en de zegeningen van het nieuwe verbond zijn gekomen. Zij horen bij de stad van God, het Jeruzalem hierboven, dat vrij is.

    Bron

    A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Hagar. Hieruit is op 27 feb. 2013 tekst genomen, vertaald en verwerkt.

    Voetnoot

    1. ↑ S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Hagar. Van Ronkel was destijds hoofdonderwijzer aan een Joodse school en beëedigd vertaler.

    2. ↑ Afbeelding ontleend aan Wikipedia, bronpagina. Licentie: Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported, 2.5 Generic, 2.0 Generic en 1.0 Generic.

    3. ↑ Kaart ontleend van Zaine Ridling (red.), Bible Atlas. Access Foundation. De gebruiksvergunning is: attribution, non-commercial.   

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.