Heer

Van $1

    Heer heeft in de Nederlands taal verscheidene betekenissen. Met een hoofdletter geschreven (‘Heer’, ‘Heere’ of ‘Here’) duidt het God of zijn Zoon Jezus Christus aan. God heeft Zijn Zoon tot 'Heer' gemaakt. 

    ‘Het jaar onzes Heren 2016’ is het jaar Christus’ geboorte. Synoniem: anno Domini 2016. ‘In de Heer ontslapen’ betekent: ontslapen als iemand die in de Heer Jezus gelooft.

    ‘Heer’ wordt ook voor mensen gebruikt. Het kan dan de naam en titel van een mannelijk persoon zijn in verhouding tot zijn minderen of onderdanen, gebruikt voor aanzienlijke personen, zoals een vorst, of voor een mannelijke persoon die meester over dienaren en/of dieren is, of voor een gebieder. De man is ‘de heer des huizes’, d.w.z. hoofd van het gezin en van het huishouden.

    Andere betekenissen in verband met mensen: mannelijke personen ter onderscheiding van vrouwen (“dames en heren”, “herentoilet”); een man van opvoeding en beschaving (“zo’n daad past een heer niet”; “wees een heer in het verkeer”).

    ‘Heer’ in het Nieuwe Testament

    In het Nieuwe Testament wordt de naam Heer zeer dikwijls aan God en Jezus gegeven, om zowel de majesteit en Almacht van God, alsook de waardigheid van Jezus als de Messias (Heiland en Koning) aan te geven. Het Griekse woord voor ‘Heer’ in ‘Heer Jezus Christus’ is κυριος, kurios. Het komt van kuros = kracht, macht.

    Een kurios is hij die meester of bezitter is van iemand of iets waarover hij de bevoegdheid heeft om te beslissen. Staatspersonen die macht en gezag hadden over anderen, werden ‘kurios’ genoemd: de regeerder, de vorst, de bestuurder, de Romeinse keizer.

    Dienstknechten en slaven noemen hun meester ‘kurios’. Jezus leerde:

    Mt 6:24 Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de een haten en de ander liefhebben, of zich aan de een hechten en de ander verachten. U kunt niet God dienen en Mammon.
    Mt 10:24 Een discipel is niet boven zijn meester, en een slaaf niet boven zijn heer.
    Mt 10:25 Het is de discipel genoeg dat hij wordt als zijn meester, en de slaaf als zijn heer. Als zij de heer des huizes Beelzebul hebben genoemd, hoeveel te meer zijn huisgenoten!
    (TELOS)

    Na de geboorte van Jezus zeiden engelen tot herders:

    Lu 2:11 want u is heden een Heiland geboren, die Christus de Heer is, in de stad van David. (TELOS)

    Hij is de Messias (Christus) en Heer (Koning).

    De oude Simeon, toen hij baby Jezus in de armen had, zei tot God:

    Lu 2:29 Nu laat U, Heer, uw slaaf in vrede heengaan naar uw woord,
    Lu 2:30 want mijn ogen hebben uw behoudenis gezien,
    Lu 2:31 die U bereid hebt voor het aangezicht van alle volken:
    (TELOS)

    Van ‘kurios’ afgeleid is het Griekse werkwoord κυριευω, kuri’euo. Dit betekent: heer en meester, bezitter zijn van, heersen over, beheersen, macht hebben over, invloed uitoefenen.

    Ro 14:9 Want daartoe is Christus gestorven en levend geworden, opdat Hij zou heersen zowel over doden als over levenden. (TELOS)

    2Co 1:24 Niet dat wij heersen over uw geloof, maar wij zijn medewerkers aan uw blijdschap; want door het geloof staat u. (TELOS)

    Aanspreektitel

    De  Joodse  leraren werden door hun leerlingen, en ook door anderen  heren genoemd (bijv. Matth. 8:2; 14:30; 17:4; 21:3; 27:36; 28:6; Luc. 6:46; Joh. 13:13; 15:15; 20:15,28; Hand. 16:30), waarmee de waardigheid en het gezag van de leraar werd uitgedrukt.  

    Mt 8:21 Een ander van zijn discipelen nu zei tot Hem: Heer, sta mij toe eerst mijn vader te gaan begraven.
    Mt 8:25 En zijn discipelen gingen naar Hem toe, wekten Hem en zeiden: Heer, behoud ons, wij vergaan! 

    Mt 8:2 En zie, een melaatse kwam naar Hem toe en huldigde Hem en zei: Heer, als U wilt, kunt U mij reinigen.
    Mt 9:28 Toen Hij nu in het huis was gekomen, kwamen de blinden bij Hem. En Jezus zei tot hen: Gelooft u dat Ik dit kan doen? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heer!
    (TELOS)

    Een hoofdman noemde Jezus ‘heer’.

    Mt 8:6 Heer, mijn knecht ligt thuis verlamd en lijdt vreselijke pijn.
    Mt 8:8 De hoofdman echter antwoordde en zei: Heer, ik ben niet belangrijk genoeg dat U onder mijn dak binnenkomt, maar spreek slechts met een woord en mijn knecht zal gezond worden. (TELOS)

    Jezus is onze Heer. Zijn leerlingen noemden hem ‘Heer’ (Gr. Kurios).

    Joh 13:12 Toen Hij dan hun voeten gewassen en zijn kleren genomen had en weer aanlag, zei Hij tot hen: Begrijpt u wat Ik u heb gedaan?
    Joh 13:13 U noemt Mij Meester en Heer
    (Gr. Kurios), en u zegt het terecht, want Ik ben het.
    Joh 13:14 Als dan Ik, de Heer
    (Gr. Kurios) en de Meester, uw voeten heb gewassen, dan behoort ook u elkaars voeten te wassen;
    Joh 13:15 want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook u doet zoals Ik u heb gedaan.
    Joh 13:16 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: een slaaf is niet groter dan zijn heer (Gr. Kurios), en een gezant niet groter dan hij die hem heeft gezonden.
    Joh 13:17 Als u deze dingen weet, gelukkig bent u als u ze doet.
    (TELOS)

    Hij waarschuwde echter tegen zeker ijdel gebruik van titel Heer:

    Mt 7:21 Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer, zal het koninkrijk der hemelen binnengaan, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemelen is.
    Mt 7:22 Velen zullen in die dag tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet door uw naam geprofeteerd en door uw naam demonen uitgedreven en door uw naam vele krachten gedaan? (TELOS)

    Eigenaar of bezitter

    Een heer in de zin van meerdere als eigenaar of bezitter heeft een zeker recht van eigendom over personen of zaken.

    Mt 12:8 Want de Zoon des mensen is Heer van de sabbat. (TELOS)

    Hij heeft daarom het recht om de Sabbat, de door God voor zijn oude verbondsvolk ingestelde rustdag, tot zijn voordeel te gebruiken.

    Mr 12:9 Wat zal de heer van de wijngaard dan doen? Hij zal komen en de landlieden ombrengen en de wijngaard aan anderen geven. (TELOS)

    De heer van de wijngaard is de eigenaar ervan.

    Mr 13:35 Waakt dan! Want u weet niet wanneer de heer van het huis komt, ‘s avonds of te middernacht of met het hanengekraai of ‘s morgens vroeg; (TELOS)
    Mt 13:27 De slaven van de heer des huizes nu kwamen en zeiden tot hem: Heer, hebt u niet goed zaad in uw akker gezaaid? Waar heeft hij dan dolik vandaan? (TELOS)

    Jezus noemde zijn hemelse Vader ‘Heer van de hemel en van de aarde’. Alles is eigendom van de Vader.

    Mt 11:25 In die tijd antwoordde Jezus en zei: Ik prijs U, Vader, Heer van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen en ze aan kleine kinderen hebt geopenbaard. (TELOS)

    Bronnen

    Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000.

    Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.

    C.C. Sturm, A. Sterk, Handwoordenboek van het Nieuwe Testament. Eerste deel (Haarlem, 1782). 

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.