Heil

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Bronnen

    Deze pagina is overgezet naar een nieuw softwaresysteem en kan in de
    laatste versie tijdelijk worden bekeken en verder worden bewerkt op:
     
    https://christipedia.miraheze.org/wiki/Heil

    Heil (Eng. salvation) is 1. welzijn, geluk, voorspoed, en/of 2. redding, verlossing, de daad of gebeurtenis die heil aanbrengt. Het hoogste heil is de verlossing en hemelse zaligheid, die God schenkt aan een ieder die in Zijn Zoon en Heilaanbrenger Jezus Christus gelooft.

    Hebreeuwse woorden. Voor 'heil' of 'heil aanbrengen' komen in het Hebreeuws van het Oude Testament de volgende woorden voor. 

    1. Yasha = redden, verlossen, behouden, verlost worden, gered worden, heil aanbrengen, heil geven, zalig maken. Een werkwoord. Het Strongnummer is 03467. Het woord komt 205x voor. De Statenvertaling heeft 133x 'verlossen', 33x 'behouden', 11x 'heiland', 9x 'verlosser'.
       
    2. Jesjoewah = heil. Een zelfstandig naamwoord. Strongnummer: 03444. Jesjoewah is een passief deelwoord van het werkwoord yasha (zie hierboven). Het woord komt 78x voor. Het heil kan inhouden: redding, verlossing, maar ook welvaart, voorspoed of overwinning. De Statenvertaling heeft 56x 'heil', 14x 'verlossing', 3x 'behoudenis', 4x 'zaligheid', 1x 'verlossen'. De NBG51-vertaling heeft 45x 'heil', 15x 'verlossing', 3x 'hulp', 3x 'overwinning', 3x 'redding', 3x 'Verlosser', 2x 'uitreddingen', 1x 'geluk'.
      De Schriftplaats waar het woord het eerst voorkomt is Gen. 49:18 "Op uw zaligheid wacht ik, HEERE!"
       
       
    3. Jesja = heil. Een zelfstandig naamwoord. Strongnummer: 03468. Evenals jesjoewah komt het van het werkwoord yasha. Het woord jesja komt 36x voor en betekent 'heil'. Het heil kan inhouden: verlossing, redding, behoudenis, veiligheid, welzijn, voorspoed. De Statenvertaling heeft 32x 'heil', 2x 'verlossing', 1x 'behoudenis', 1x 'veiligheid'.  De NBG51-vertaling heeft 29x 'heil', 3x 'hulp', '2x 'redding', 1x 'heilsdaden', 1x 'veiligheid'. 

    Jehosjoewa of Jehosjoea is een eigennaam die komt van de Godsnaam Jhwh en het werkwoord yasha (zie hierboven). De naam betekent 'Jhwh is heil', 'Jhwh brengt verlossing'. Het Strongummer is 03091. De naam komt 218x voor in het Oude Testament. De Statenvertaling heeft 207x 'Jozua' en 11x 'Josua'. De NBG651-vertaling heeft 215x 'Jozua' en 3x 'Jehosua'. Een verkorte vorm van Jehosjoewa is de eigennaam en plaatsnaam Jesjoewa. Strongnummer: 03442. Het woord komt 29x voor. De Statenvertaling en de NBG51-vertaling hebben 28x Jesua.

    Jezus' naam. De naam van Jezus, onze Heiland, komt via het Grieks van die Hebreeuwse eigennamen. In de betekenis van zijn naam ligt zijn goddelijke zending besloten: Jhwh brengt ons heil door hem. Een engel maakte aan Jozef duidelijke wat het heil inhoud: zijn volk verlossen van hun zonden. 

    Etymologie. ‘Heil’ is ontstaan als zelfstandig naamwoord van het bijvoeglijk naamwoord heel, dat oorspronkelijk ‘ongeschonden, zonder gebreken’, en op het lichaam toegepast: ‘gezond’ betekent (vgl. helen = genezen). Dit heil betekende vroeger dan ook vooral ‘gezondheid, geluk, voorspoed’. In Christelijke zin: ‘zieleheil, de zaligheid’, met inbegrip van de verlossing van ons lichaam. Vergelijk Heiland = (naar de oorspronkelijke betekenis) de Helende, de Genezende, de Gezondmaker. Het bijvoeglijk naamwoord heilig kreeg de betekenis van ‘afgezonderd, zeer goed’, Lat. „sanctus” (sint), op welke wijze is niet duidelijk.

    Verwante begrippen. Inhoudelijk met heil verwant zijn de begrippen geluk en voorspoed. Geluk is de algemene uitdrukking voor het geheel van de gunstige omstandigheden die iemand te beurt vallen en voor de aangename toestand, waarin hij dientengevolge verkeert. Voorspoed is beperkter: het ziet alleen op de goede gang van de zaken. Men kan voorspoed hebben en toch het ware geluk missen.

    Heil in de Schrift. In de heilige Schrift houdt het algemene begrip ‘heil’ in: een gelukkige toestand van rust en tevredenheid, waar wij geen in- of uitwendige stoornis voelen (Ps. 119 : 155 ; 91: 16), of de daden die zo'n toestand teweegbrengen (heilsdaden). 

    In zover de onrust vaak komt uit uitwendige onaangename ontmoetingen, betekent heil: bevrijding van de druk der vijanden, van ziekte, smarten, lichamelijk ongemak in het algemeen (Jer. 46: 11; 1 Sam. 11: 13; Jes. 45 : 8; Exod. 14: 13), door een machtige, wonderbare hulp van God (Richt. 15 : 18), die daarom ook Heiland wordt genoemd (1 Sam. 14: 39; 2 Sam. 22: 3; Ps. 106: 21; 17 : 7; 1 Tim. 2: 3).

    Ps 27:1 [Een psalm] van David. De HEERE is mijn licht en mijn heil (Hebr. yesha), voor wie zou ik vrezen? De HEERE is mijn levenskracht, voor wie zou ik angst hebben? (HSV)

    1Ti 2:3 Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland
    1Ti 2:4 die wil dat alle mensen behouden worden en tot kennis van de waarheid komen. 
    1Ti 2:5 Want er is een God en een middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus,

    1Ti 2:6 die Zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen, ... 
    (TELOS)

    In zover de onrust en onzaligheid uit inwendige bronnen ontspringen, doelt ‘heil’ op bevrijding van het drukkende schuldgevoel, de beschuldiging van het geweten, de heerschappij van zondige neigingen en begeerten, de vrees voor het oordeel en de eeuwige dood; tevens omvat het de zaligheid, die uit de vereniging met God, het hoogste goed en met Christus, de erfgenaam van alle zaligheden van God ontspringt.

    Het begrip ‘heil’ heeft in de Bijbel nu eens betrekking op enkele leden van Gods volk , dan weer op het hele volk; het heeft zijn bepaalde trappen en ontwikkelingen tot op de laatste voleinding op de nieuwe aarde en in de stad Gods (1 Kor. 1: 30; 2 Tim. 2: 18).

    Daarbij is altijd vast te houden een begrip van een inwerking van de goddelijke macht en liefde, die al onze gedachten en verwachtingen overtreft (1 Kor. 2: 9). Het heil heeft zijn laatste grond in de diepte van het goddelijk wereldplan, is aangekondigd terstond na de zondeval (Gen. 3 : 15), is voorbereid op menigvuldige wijze en is zijn hele volheid en kracht verschenen in onze Heiland Jezus Christus.

    Tit 2:11 Want de genade van God, heilbrengend voor alle mensen, is verschenen (TELOS)

    Opb 21:3 En ik hoorde een luide stem vanuit de troon zeggen: Zie, de tabernakel van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn, hun God. 
    Opb 21:4 En Hij zal elke traan van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschrei, noch pijn zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. 

    Opb 21:5 En Hij die op de troon zat, zei: Zie, Ik maak alles nieuw. En Hij zei tot mij: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig.
    (TELOS)



    Bekend Engels lied 'It is well with my soul'

    Bronnen

    Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908), s.v. heil; - geluk - voorspoed. Hiervan is enige tekst verwerkt.

    T. Pluim, Keur van Nederlandsche woordafleidingen (1911), s.v. Heil. Hiervan is enige tekst gebruikt.

    H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Eerste deel A - J. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1867) s.v. Heil. Heiland. Tekst hiervan is 14 aug. 2015 verwerkt.

    Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.