Hoeksteen

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Bron
    2. 2. Voetnoot

    De hoeksteen (Eng. corner stone; Du. Eckstein) van een Oosters gebouw was de funderingssteen (grondsteen) op de hoek van het gebouw, welke twee muren ervan met elkaar verenigde. Jezus Christus is de hoeksteen van de Gemeente van God, ons gemeenschappelijk levenshuis.

    Het Griekse woord in het Nieuwe Testament is het bijvoeglijke naamwoord ακρογωνιαιος akrogoni’aios, dat twee maal voorkomt (Ef. 2:20; 1 Petr. 2:6). Het is samengesteld uit de woorden voor ‘uiterste’ (buitenste, Grieks ακρον, akron ) en ‘hoek’ (Gr. γωνια, gonia).

    In Tel Hazor in het noordoosten van Israël is een oude citadel (vesting) uit de tijd van Achab, Jerobeam II en Pekah gevonden, die harde en glad behouwen hoekstenen heeft. Een enkele hoeksteen is zelfs 1,5 meter lang. De imposante hoekstenen waren gebouwd op diepe fundamenten[1].

    De Schrift spreekt op verschillende plaatsen van de grond- en hoeksteen van een gebouw. Dit was in de regel een bijzonder fraaie steen, vgl. Jes. 28: 16 en Zach. 3: 9

    Jes 28:16 daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik leg in Sion een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare hoeksteen, die vast gegrondvest is.
    Zac 3:9 Want zie, wat betreft de steen die Ik voor Jozua neergelegd heb, op die ene steen zullen zeven ogen zijn. Zie, Ik zal [er] Zijn gravering [in] aanbrengen, spreekt de HEERE van de legermachten. Ik zal de ongerechtigheid van dit land op één dag wegnemen.(HSV)

    Het plaatsen van de hoeksteen ging gepaard met een betoning van vreugde, vgl. Job 38:6; Ezr. 3:10. Toen God de hoeksteen van de aarde gelegd had, juichten de engelen (‘morgensterren’, ‘kinderen van God’):

    Job 38:4  Waar was u toen Ik de aarde grondvestte? (…)
    Job 38:6 Waarop zijn haar pijlers neergezonken? Of wie heeft haar hoeksteen gelegd,
    Job 38:7 toen de morgensterren samen vrolijk zongen, en al de kinderen van God juichten?
    (HSV)

    Toen het fundament van de tweede tempel gelegd was, was er vreugde bij de Israëlieten.

    Ezr 3:11 Zij zongen in beurtzang bij het prijzen en bij het danken van de HEERE dat [Hij] goed is, dat Zijn goedertierenheid over Israël tot in eeuwigheid is. Heel het volk hief een groot gejuich aan bij het prijzen van de HEERE, omdat de fundering voor het huis van de HEERE gelegd was. (HSV)

    Ook de aarde, Gods bouwwerk, heeft als het ware een grondslag en hoeksteen. In het begin schiep God de aarde. Op de derde dag van de scheppingsweek deed God het droge uit de wateren van de oerzee tevoorschijn komen, opdat de mensen op het droge, dat God ‘aarde’ noemde, konden wonen. God vroeg aan Job wie de hoeksteen van de aarde heeft gelegd.

    Job 38:4  Waar was u toen Ik de aarde grondvestte? Maak het bekend, als u echt inzicht hebt.
    Job 38:5 Wie heeft haar afmetingen bepaald? U weet het immers [wel]. Of wie heeft het meetlint over haar uitgespannen?
    Job 38:6 Waarop zijn haar pijlers neergezonken? Of wie heeft haar hoeksteen gelegd,
    Job 38:7 toen de morgensterren samen vrolijk zongen, en al de kinderen van God juichten?
    (HSV)

    De oude Israëliet vergeleek dikwijls een familie, een stam, een volk met een huis, en noemde daarom zinnebeeldig de aan het hoofd van een stam of volk staande vorst de hoeksteen van de stam of het volk . Men vergelijke b.v. Jes. 19, 13, waar Egypte de hoeksteen van zijn stammen heet, volgens sommigen niet alleen door zijn geografische ligging, daar het boven aan den oosthoek van Afrika ligt, maar ook omdat het het grootste en voornaamste koninkrijk van dit werelddeel was en vele andere volkeren van dit rijk afstamden en afhankelijk waren ; anderen willen: tot de uiterste hoek van zijn stammen, d. i. van zijn kasten. Vgl. verder Richt. 20: 2; 1 Sam. 14: 38; Zach. 10: 4.

    In Ps. 118: 22 en Jes. 28: 16 is de hoeksteen de allesomvattende, zinnebeeldige aanduiding van de Messias, waarop het Godsrijk rust.

    Ps 118:22 De steen [die] de bouwers verworpen hadden, is tot een hoeksteen geworden.
    Ps 118:23 Dit is door de HEERE geschied, het is wonderlijk in onze ogen.
    (HSV)

    De verachte en verworpen steen is door God tot een belangrijke, funderende hoeksteen gesteld.

    Jes 28:16 daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik leg in Sion een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare hoeksteen, die vast gegrondvest is. Wie gelooft, zal zich niet [weg] haasten. (HSV)

    Zac 3:8  Luister toch, hogepriester Jozua, u en uw vrienden die vóór u zitten, - zij zijn immers een wonderteken-want zie, Ik ga Mijn Knecht, de SPRUIT, doen komen.
    Zac 3:9 Want zie, wat betreft de steen die Ik voor Jozua neergelegd heb, op die ene steen zullen zeven ogen zijn. Zie, Ik zal [er] Zijn gravering [in] aanbrengen, spreekt de HEERE van de legermachten. Ik zal de ongerechtigheid van dit land op één dag wegnemen.
    (HSV)

    Jezus Christus is de hoeksteen van het gebouw der Gemeente Gods.

    Efe 2:19 Dus bent u geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar u bent medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God,
    Efe 2:20 opgebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Jezus Christus Zelf hoeksteen is,
    Efe 2:21 in Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, opgroeit tot een heilige tempel in de Heer;
    Efe 2:22 in Wie ook u mee opgebouwd wordt tot een woonplaats van God in de Geest.
    (TELOS)

    ‘Goed samengevoegd’ slaat wellicht (mede) op de verbindende functie van de hoeksteen. In Christus zijn heidenen en Joden, die 'dwars' op elkaar stonden, verenigd. Jezus is een belangrijke funderende en verbindende factor in de Gemeente.

    1Pe 2:4  tot Wie u komt, tot een levende steen, door mensen wel verworpen maar bij God uitverkoren en kostbaar,
    1Pe 2:5 en u wordt ook zelf als levende stenen gebouwd, als een geestelijk huis tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden te offeren, die voor God aangenaam zijn door Jezus Christus.
    1Pe 2:6 Want er staat in de Schrift: ‘Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren, kostbare hoeksteen, en wie in Hem gelooft, zal geenszins beschaamd worden’.
    1Pe 2:7 Voor u dan die gelooft, is dit kostbare; maar voor de ongelovigen: ‘De steen die de bouwlieden hebben verworpen, deze is tot een hoeksteen geworden’, en’ een steen des aanstoots en een rots der ergernis’.
    1Pe 2:8 Daar zij ongehoorzaam zijn, stoten zij zich aan het woord, waartoe zij ook bestemd zijn.
    (TELOS)

    Bron

    Ed. Rhiem, C.H. van Rhijn (red.), Bijbelsch woordenboek voor ontwikkelde lezers der Heilige Schriften (Utrecht: Kemink & Zoon, z.j.) s.v. Hoeksteen, Steen. Tekst hieruit is op 23 en 24 jan. 2014 verwerkt.

    Voetnoot

    1. ↑ A. van Deursen, Bijbels Beeldwoordenboek. Kampen: J.H. Kok, 1976, blz. 14.

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.