Hosea (boek)

Van $1

    Hosea is de naam van een profetisch boek in het Oude Testament. De profeet Hosea stelt in de 8e eeuw vóór Christus de afgodische onttrouw van Israël (10-stammenrijk) aan de kaak, kondigt Gods oordelen aan, maar spreekt ook van vergeving en herstel. 

    Inhoud:


    Schrijver en tijd

    Hosea.jpg

    De naam Hosea is sterk verwant met de naam Jozua of Jeshua en betekent: “hulp, redding.” 

    Hosea was profeet in het tienstammenrijk Israël in de achtste eeuw voor Christus. 

    Hos 1:1  Het woord des HEEREN, dat geschied is tot Hoséa, den zoon van Beeri, in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz, Hizkia, koningen van Juda, en in de dagen van Jerobeam, zoon van Joas, koning van Israël. (SV)

    De dagen van de Judese koningen Uzzia tot en Hizkia waren de jaren 787 - 697 v.Chr. De dagen van de heerschappij van Jerobeam II waren 787 - 747 v.Chr. Hosea profeteerde tussen ca. 750 en 715 voor Christus, gedurende de laatste decennia van het rijk Israël, dus in dezelfde tijd waarin Jesaja in Juda profeteerde (2 Kon. 15; 2 Kron. 26-29). Hosea was een tijdgenoot van de profeten Amos, Jesaja en Micha. Het tienstammenrijk ging ten onder in 722 v.Chr, toen de hoofdstad Samaria door de Assyriërs werd ingenomen. 

    Het 10-stammenrijk (Israël-Efraïm) was tot de grofste afgoderij vervallenHosea begon te profeteren tijdens de regering van koning Jerobeam II. In die tijd beleefde het 10-stammenrijk rijk economisch gezien een gouden eeuw. Maar geestelijk gezien ging het snel bergafwaarts en verviel het volk massaal tot afgoderij. Gevolg: uitbuiting, corruptie en geweld. 

    Opvallend voor de persoon Hosea is zijn trieste huiselijke situatie. Zijn vrouw Gomer was hem ontrouw en God gebruikte deze situatie om Israël te wijzen op haar ontrouw aan God. Hosea stelt Israëls ontrouw (afgoderij) voor onder het beeld van een ontrouwe vrouw. 

    Hoewel Hosea een groot deel van zijn leven in Samaria doorbracht, zijn er aanwijzingen in dit Bijbelboek dat hij zijn laatste jaren in Judea leefde.

    Na Jerobeam II (ca. 786 - 746) ging het snel bergafwaarts met Israël. Assyrië kreeg steeds meer macht over het land. In 722 voor Christus werd de hoofdstad Samaria door de vijand verwoest. De bevolking werd weggevoerd in ballingschap, en het land werd bevolkt door een rest Joden en door de Assyriërs gedeporteerde bevolkingsgroepen. Uit deze verbinding ontstond een religie, deels dienst aan de God van Israël, deels aan andere goden. Later ontstond een felle haat tussen deze Samaritanen en de Joden. 

    De boodschap

    Het tienstammenrijk (Israël-Efraïm) was tot de grofste afgoderij vervallen en het doel van Hosea's profetieën was, hen te overtuigen van hun zondige daden. De boodschappen waren voornamelijk op de Israëlieten uit het noordelijk rijk gericht; de naam Efraïm, komt dan ook 35 keer voor in dit boek. Efraïm was de leidende stam van het 10 stammenrijk. Ook de naam Israël komt veelvuldig voor, terwijl Juda maar 14 keer wordt genoemd en Jeruzalem er zelfs helemaal niet in voor komt. 

    Hosea stelt Israëls afgoderij voor onder het beeld van een ontrouwe vrouw. Israël wordt vergeleken met de ontrouwe vrouw van de profeet. 

    Het oordeel kon niet uitblijven. Hosea kondigde de Israëlieten de verschrikkelijke oordelen van God aan die op hun gedrag moesten volgen in de hoop, dat zij zich zouden bekeren. 

    Ontrouw bij mensen is voor God, die trouw is en blijft, een pijnlijke zaak. Toch laat God ondanks alles zijn volk niet los, zijn liefde blijft naar haar uitgaan. De liefde van God komt in dit boek sterk tot uiting. De tuchtende liefde van God. 

    Opvallende passages zijn Hos. 2:18-22,d at spreekt van het herstel van het volk, dat in de toekomst plaats zal vinden; Hos. 3:4, dat de  toestand van Israël in het heden duidelijk tekent; Hos. 14 is een ontroerende oproep tot bekering, die ook nu nog tot zondaars komt.

    De taal van Hosea's profetieën is zeer dichterlijk en gevoelvol en de beelden zijn vaak ontleend aan het landelijk volksleven. Zijn profetieën zijn meer poëtisch dan de meeste andere profeten en bevatten veel treffende gelijkenissen. 

    Hosea is de eerste van de bundel twaalf “kleine profeten.” Niet omdat hun prediking van minder inhoud was, maar zuiver vanwege de omvang van hun op schrift gestelde profetieën.

    Indeling

    Het boek telt 14 hoofdstukken en kan in twee hoofddelen worden verdeeld.

    Deel 1Hos. 1 - 3. In het eerste hoofddeel van zijn profetie bestraft de profeet Israëls geestelijke echtbreuk met zijn gevolgen in symbolische inkleding.  

    Israël wordt vergeleken met een ontrouwe vrouw, hetgeen wijst op zijn afgoderij; beloften van vergeving en herstel. Hosea trouwt in opdracht van God met een ontrouwe vrouw. De namen van de kinderen uit dit huwelijk geboren krijgen een profetische betekenis. Hosea straft zijn vrouw, maar koopt haar ook vrij. Ze krijgt geen kans meer naar andere mannen te gaan, maar ook Hosea onthoudt zich lange tijd van seksuele gemeenschap met Gomer. Zo gaat het ook met Israël, God verwerpt dat volk vanwege ontrouw, maar uiteindelijk koopt Hij het vrij en komt er herstel.

    Deel 2Hos. 4 - 14.  In het tweede hoofddeel stelt de profeet dezelfde waarheden met duidelijke woorden voor. Het bevat verschillende boodschappen van heil en onheil over het volk. De stijl van deze hoofdstukken is emotioneel en vlammend. Een prachtig stuk is Hos. 11:7-11, waaruit blijkt dat Gods liefde groter is dan zijn toorn op zijn volk. Het boek eindigt met een oproep tot bekering. Dit hoofddeel kan in vieren worden onderverdeeld: 

    Hos. 4 - 6:3.  Een veroordeling van de bloedschande en gruweldaden van het volk, en verdere beloften van vergeving.
    Hos. 6:4 - Hos. 8. De aankondiging van de Assyrische ballingschap, die zou komen omdat ze zich niet bekeerden maar in het kwaad volhardden.
    Hos. 9 - 13:8. Nieuwe profetieën over vreselijke straffen, die hen wachten. 
    Hos. 13:9 - Hos. 14. Vriendelijke, dringende uitnodigingen tot berouw en herstel, terwijl de weg wordt gewezen, waarop dit plaats moest vinden.

    Inhoud van de hoofdstukken

    Hos. 1: De profeet moet, op last van God, een hoer trouwen en aan de kinderen bij haar verwekt, zinnebeeldige namen geven, om daardoor het zedelijk bedorven karakter van de Israëlieten voor te dragen. De Godspraak belooft ten laatste een herstel van het volk. 

    Hos. 2: Het voorgaande wordt duidelijker op de Israëlieten toegepast, hun zonde onder het oog gebracht, ze worden met straffen bedreigd en zo er bekering volgt, Gods ontferming aangeboden. 

    Hos. 3: Zinnebeeldige voorstelling van de ballingschap der Israëlieten, en de daarop volgende bekering. 

    Hos. 4: Bestraffende voorstelling van de zonden van het volk en van hun priesters, bedreiging van straf, en waarschuwing aan Juda.

    Hos. 5: Verdere strafrede van Gods oordelen over Israël, met voorzegging van toekomstige bekering. 

    Hos. 6: De Israëlieten vermanen elkaar tot bekering, met vertrouwen op Gods genade en klacht over Israëls onbestendigheid in het goede en hardnekkigheid in het kwade.

    Hos. 7: Beschrijving van de verwarde toestand van Israëls volk en bedreiging van de ondergang van het rijk.

    Hos. 8: Bedreiging aan Israël omwille van hun menigvuldige zonden. 

    Hos. 9: De Israëlieten zullen geen reden hebben, zich te verblijden over de vruchtbaarheid van het land, zullen als ballingen rondzwerven om het geloof aan valse profeten, verdere klacht over Israël, gebed van de profeet en aanzegging van de straffen van God.

    Hos. 10 Klacht over Israëls menigvuldige zonden en voorzegging van de droevige en ellendige toestand die haar te wachten stond.

    Hos. 11: Gods liefde over Israël, ontvangen straf door ondankbaarheid, hun ballingschap en Gods' uiteindelijke ontferming en herstel in hun vaderland.

    Hos. 12: De rechtvaardigheid der straffen over Israël, wegens hun ontrouw aan God.

    Hos. 13: Door de steeds blijvende afgoderij en zonde van de Israëlieten, zullen Gods straffen hen ten deel vallen, en het rijk onder de verschrikkelijkste rampen een einde nemen, evenwel met belofte aan Efraïm.

    Hos. 14: Vermaning aan Israël tot bekering. met belofte van vergeving en geluk op aarde.

    Bron

    H. Moll, Wat zegt Gods Woord over ...?, deel 3 (Oostburg: W.J Pieters, z.j.), blz. 69-70.  Hieruit is, onder toestemming, in januari 2012 tekst opgenomen.

    Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Hos.4:1. Hieruit is op 8 nov. 2013 enige tekst genomen.

    G.G. v. M., Korte inhoud der hoofdstukken van het Oude en Nieuwe Verbond tot gemak van hen die den Bijbel in hun huisgezinnen waarderen en gebruiken (Utrecht: J.G. Andriessen, 1842) blz. 19-20.

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
    BestandGrootteDatumToegevoegd door 
     Hosea.jpg
    Geen beschrijving
    13.57 kB15:09, 27 feb 2011Andre WisseActies
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.