Issaschar

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Bronnen
    2. 2. Voetnoot

    Issaschar (Hebr. Jissachar; Eng. Issachar) is in de bijbel de naam van

    1. een zoon van Jacob en Lea;
    2. het nageslacht of de stam van die zoon;
    3. het grondgebied dat de nakomelingen van Issaschar bij hun binnenkomst in het land Kanaän ten erfdeel werd toegewezen;
    4. een Korachietische Leviet, de zevende zoon van Obed-Edom; hij was deurwachter van de tempel

    De naam komt 43x in het Oude Testament voor en betekent “er bestaat beloning”, “er is loon”, naar de samenstelling van de Hebreeuwse woorden Jisch of Jesch, ‘er is’, en Sachar, ‘loon’, van het werkwoord Sachôr, ‘huren, bekopen, bezoldigen’. Want Lea zei: “God heeft mij mijn loon gegeven” (Gen. 30: 18)

    Issaschar was de negende zoon van Jacob en de vijfde zoon van Jakob en Lea. Hij is de vader van de naar hem genoemde stam.

    Vader Jacob sprak van hem aan het eind van zijn leven de volgende woorden.

    Ge 49:14 Issaschar is een ezel met sterke beenderen, die tussen twee lasten ligt.
    Ge 49:15 Toen hij de rust zag dat die goed was, en het land dat het lieflijk was, boog hij zijn schouders om te dragen en verrichtte hij slaafse herendienst.
    (HSV)

    Issaschars zonen waren Tola, Pua, Job en Simron. 

    Zijn stam telde bij de uittocht uit Egypte 54.400 weerbare mannen, bij de komst in Kanaän 64.300, en onder David was het aantal tot 87.000 strijders geklommen, zodat Issaschar na Juda de talrijkste der 12 stammen was.

    Zijn grondgebied werd in het noorden door Zebulon en Naftali, in het oosten door de Jordaan, in het zuiden door Westelijk Manasse begrensd.

    Stammen_van_Israel (1).jpg

    Kaart[1]: ligging van het grondgebied van Issaschar
     

    Het stamgebied telde 16 steden met haar omstreken, waaronder 4 Levietensteden. Evenwel zie men niet voorbij, dat de steden Beth-Sean, Jibleam, Endor, Thaänach en Megiddo wel binnen de grenzen van Issaschar lagen, maar aan de Manassieten behoorden. Enkele andere steden, welke bezittingen waren van andere stammen, verkeerden in hetzelfde geval.

    De beroemdste plaatsen in deze stam zijn in het noorden de berg Tabor, in het midden de kleine Hermon en het heuvelrijke Gilboa, in het Westen de Karmel, voorts de grote en mooie vlakte van Jizreël.

    Deze stam viel een vruchtbare landstreek (vgl. Jacobs zegen in Gen. 49:15) ten deel, welker grenzen in Joz. 19: 17-23 bepaald worden.

    Ge 49:14 Issaschar is een ezel met sterke beenderen, die tussen twee lasten ligt.(HSV)

    In dit beeld van een ezel is niets beschimpends; de oosterse ezel is statiger dan de westerse. Homerus vergelijkt Ajax bij een ezel; de dappere Kalif Merwan II heet de ezel van Mesopotamië.

    De ezel Issaschar (“er is loon”) ligt tussen twee lasten. Dit wil niet zeggen, dat hij lui was, of de rust liefhad. Immers, een ezel die nederligt en voor een ogenblik rust geniet, tussen twee pakken, is veeleer het beeld van een werker, een slover, die, in plaats van één pak, twee pakken draagt, om des te meer te kunnen verdienen, om loon te bekomen. De karaktertrek van zijn stam zou daarmee in overeenstemming zijn.

    Ge 49:15 Toen hij de rust zag dat die goed was, en het land dat het lieflijk was, boog hij zijn schouders om te dragen en verrichtte hij slaafse herendienst. (HSV)

    Toen de ezel Issaschar de rust zag, dat zij goed was, en het land, dat het lieflijk was, dacht hij er niet aan, om tot enige staatkundige macht of betekenis te komen; integendeel, toen hij die verkregen had, zo boog hij zijn schouder, om te dragen, en was dienende slaafse herendienst.

    In zijn onverschilligheid en traagheid liet hij zich tot een schatplichtige knecht maken. Om loon deed Issaschar alles. Indien er maar geld te verdienen was. Daarom betaalde hij ook liever schatting (tribuut), dan zich gedurig in oorlog te wikkelen.

    De Issascharieten, die op hun vruchtbare grond van landbouw en veeteelt leefden, gaven zich reeds vroeg aan rust en onbezorgdheid over, zonder alle Kanaänieten eerst uit hun erfdeel verdreven te hebben, en werden schatplichtig.

    Maar ten laatste ontwaakten zij uit hun sluimer en stonden Barak tegen Sisera dapper ter zijde. Op hun gebied werd in deze oorlog de beslissende slag geleverd. Later werd Thola, één hunner, richter over Israël.

    Twee honderd hoofden met hun broeders uit deze stam sloten zich bij David te Hebron aan, om hem tot koning te verheffen, daar zij de tekenen der tijden verstonden, en begrepen wat Israël doen moest.

    De derde koning over het rijk der tien stammen was mede uit Issaschar afkomstig.

    Velen van hen, door Salmaneser in het land achtergelaten, vierden naderhand te Jeruzalem het paasfeest en gaven daardoor nog blijk van hun godsdienstige zin.

    Hun stamgebied behoorde na de ballingschap tot het landschap Galilea.

    Bronnen

    P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Issaschar' is op 8 juli 2014 verwerkt.

    Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Gen. 49:14-15. Tekst hiervan is verwerkt op 8 juli 2014.

    Voetnoot

    1. ↑ Kaart ontleend van Zaine Ridling (red.), Bible Atlas. Access Foundation. De gebruiksvergunning is: attribution, non-commercial.   

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.