Jacob (aartsvader)

Van $1

    Jacob is een zoon van Izak en Rebekka, een kleinzoon van Abraham en een stamvader van de Israeliëten.

    Inhoud


    Zijn naam betekent "die de hiel vastgrijpt", "die de verzenen vasthoudt", van het werkwoord Akob, de hielen vasthouden. Want bij de geboorte hield hij de hiel van zijn tweelingbroer Ezau vast:

    Ge 25:26 Daarna kwam zijn broer tevoorschijn, terwijl zijn hand de hiel van Ezau vasthield; daarom gaf men hem de naam Jakob. Izak was zestig jaar oud bij hun geboorte. (HSV)

    De naam 'Jacob' kreeg de overdrachtelijke betekenis van 'die beetneemt', 'hielenlichter': bedrieger. Nadat Jacob door list en bedrog de vaderlijke zegen voor Ezau gepakt had, jammerde zijn oudere tweelingbroer bij zijn vader:

    Ge 27:36 ... Wordt hij niet terecht Jakob genoemd, omdat hij mij nu twee keer bedrogen heeft? Mijn eerstgeboorterecht heeft hij [mij] afgenomen, en zie, nu heeft hij mij mijn zegen afgenomen. Verder zei hij: Hebt u dan geen zegen voor mij overgehouden? (HSV)

    Later (Gen. 35:10) gaf God Jacob de naam Israël (Hebr. Jisraël), zie verderop.

    Hoewel Jacob een tweelingbroer van Ezau is, wordt hij “de jongere” genoemd, aangezien hij na Esau geboren is. Vóór de geboorte van de tweeling werd gezegd, "de oudere zal de jongere dienen." De beloften die God aan Abraham had gedaan en aan diens zoon Isaäk had bevestigd, werden aldus aan Jakob bevestigd. 

    Toen ze opgroeiden, werd Ezau een jager, terwijl Jakob een rustige man was die in tenten woonde. Vader Isaak hield van Esau, die hem smakelijk wildbraad kon bereiden, en moeder Rebekka had Jakob lief. 

    Het voorafbeeldende karakter van deze drie aartsvaders is als volgt te beschrijven: in het algemeen gesproken, Abraham is de wortel van alle belofte, en het beeld van het leven van het geloof; Isaac is een type van de hemelse mens, die de gemeente ontvangt, en Jakob vertegenwoordigt Israël als erfgenaam van de beloften naar het vlees. Het verschil kan gezien worden door het vergelijken van Gen 22:17 ('sterren' en ‘zand'), met Gen. 26:4 (alleen 'sterren'), en Gen. 28:14 (alleen 'stof van de aarde').

    Hoewel Jacob erfgenaam van de beloften was, zocht hij de zegen niet door het geloof, maar probeerde haar door list en bedrog te verkrijgen: eerst door het kopen van het eerstgeboorterecht toen zijn broer hongerig en doodmoe was; en daarna bij het verkrijgen van de zegen van zijn vader door leugen en bedrog: een zegen die, in Gods weg, zeker voor hem zou zijn geweest, als hij had gewacht: vgl. Gen 48:14-20.

    Jacob moest weg uit het huisgezin van Isaak, maar God was trouw aan hem, en sprak tot hem, niet openlijk als aan Abraham, maar in een droom. De ladder die naar de hemel reikte, en de engelen die langs de ladder opstegen en neerdaalden - het gezicht toonde aan dat hij op aarde het voorwerp van zorg van de hemel was. God deed hem een rijke belofte:

    Ge 28:13 En zie, de HEERE stond boven aan die [ladder] en zei: Ik ben de HEERE, de God van uw vader Abraham en de God van Izak; dit land waarop u ligt te slapen, zal Ik u en uw nageslacht geven. 
    Ge 28:14 Uw nageslacht zal [talrijk] zijn als het stof van de aarde en u zult zich uitbreiden naar het westen, het oosten, het noorden en het zuiden. In u en uw nageslacht zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden. 

    Ge 28:15 En zie, Ik ben met u, Ik zal u beschermen overal waar u heen zult gaan, en Ik zal u terugbrengen in dít land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik tot u gesproken heb!
    (HSV)

    De belofte behelst 1) land Kanaän als bezit, 2) talrijk nageslacht, 3) zegen voor de mensheid, 4) God met hem, bescherming. 5) terugkeer naar Kanaän. De beloften dat het land Kanaän in het bezit van Jacobs nakomelingen zou komen, en alle volken in zijn zaad gezegend zouden worden, werden bevestigd aan hem, met dit verschil dat in verband met de laatste belofte (zegen voor de volken) sprake is van "in u en in uw zaad," omdat deze belofte ook de aardse zegeningen voor zijn zaad in het toekomstige vrederijk van inhield. 

    God zei ook dat Hij Jacob zou bewaren waar hij ook ging, en hem terug zou brengen naar het beloofde land. Jakob noemde de plaats van het gezicht 'Beth-el', 'het huis van God en de poort van de hemel'. De omschrijving duidt de positie van Israël aan: niet in de hemel, maar de poort van de hemel is van hen. Jacob deed een gelofte dat als God hem zou zegenen en hem in vrede terugbrengen, Jahweh zijn God zou zijn. Dit was echter niet de taal van het geloof.

     
    De volgende kaart toont de reizen van Jacob:
     Reizen van Jacob (Access Foundation).jpg
    Kaart: de reizen van Jacob
    (Bron: Zaine Ridling (red.), Bible Atlas. Access Foundation).
     

    Jacob, die zijn broer had bedrogen, werd op gelijke wijze behandeld door Laban: Lea werd hem tot vrouw gegeven in plaats van Rachel, hoewel hij Rachel, degene die hij liefhad, naderhand kreeg. 

    Van zijn vrouwen Lea en Rachel, en uit zijn bijvrouwen Bilha en Zilpa, kreeg dertien kinderen: twaalf zonen (zie verderop) en van Lea ook een dochter genaamd Dina

    Hij had niet geleerd om God te vertrouwen, maar gebruikt subtiele manieren om zijn bezittingen te vermeerderen, terwijl zijn loon tien keer veranderde. Maar God waakte over hem en vroeg hem terug te keren naar het land van zijn vaders. Toen zijn oom Laban hem najaagde, waarschuwde God de man noch goed noch kwaad e spreken met Jakob. Laban en Jacob sloten een verbond en gingen daarna ieder zijn weg.

     
    Onmiddellijk daarna ontmoette Jacob de engelen van God, hij herkende hen als Gods heirschaar.

    Toen moest Jacob zijn broer Esau ontmoeten, en ongetwijfeld sloeg zijn geweten aan, want hij was zeer verontrust. Hij bad tot God om hulp, maar zat vol plannen, en zond geschenken om zijn broer te paaien. Jacob verdeelde zijn volk in twee groepen, opdat, indien een van beiden door Esaus mannen geslagen werd, de andere groep zou kunnen ontsnappen. 

    Toen Jacob alleen was God nam hem onder handen: een man (genaamd “de engel” in Hos 12:4.) worstelde met hem. Jacob raakte kreupel, maar hij klampte zich vast, en in het geloof zei: "Ik zal U niet laten gaan, tenzij Gij mij zegent." Hij werd een overwinnaar gerekend, en zijn naam werd veranderd van Jacob in Israël: "want als een vorst hebt gij met God en met mensen gestreden, en hebt overwonnen." 

    God maakte Zich nog niet onder Zijn naam "God de Almachtige" aan hem bekend.

    God beschermde Jacob tegen Esau, zoals tegen Laban. De broers kusten elkaar en weenden. Hij veinsde dat hij Esau zou volgen naar Seir, maar week naar Sichem, waar hij een stuk veld kocht en zich vestigde, in het midden van de Kanaänieten, in plaats van naar Beth-el te gaan, het huis van God, vanwaar hij was begonnen. 

    Zijn vrede werd al snel verstoord. Zijn dochter Dina ging de dochters van het land bezien en werd onteerd, wat door haar broers Simeon en Levi met moord en doodslag gewroken werd. Jacob geraakte in grote angst.

    God gebruikte deze vernederende zorg om Jakob te tuchtigen en hem te herstellen tot zijn ware roeping. Hij gebood Jacob naar Beth-el te gaan en daar een altaar te maken. Dit onthulde een treurige stand van zaken: hij moest God ontmoeten, zichzelf reinigen, en zijn huisgezin  moest de vreemde goden wegdoen.

    Jacob bouwde een altaar en noemde het El-Beth-el, "de God van Bethel “. God vernieuwde Zijn beloften en openbaarde Zichzelf aan Jakob als God de Almachtige.

    Jacob had Jozef lief, meer dan al zijn andere zonen, die Jozef daarom haatten. Ze haatten hem ook om zijn droomgezichten. Uiteindelijk namen ze hem te grazen en verkochten hem aan Ismaëlieten. 

    Opnieuw werd Jacob bedrogen: zijn zonen logen hem voor dat zij Jozefs kleed bevlekt met bloed gevonden hadden. Jacobs dierbare zoon verscheurd door een wild dier! Vader Jacob was zeer bedroefd en ontsteld.

     
    Jacob_rouwt_over_Jozes_Tissot.jpg
    Jacob rouwt over Jozef.
    Schilderij van James J. Tissot (publiek domein).
     

    Maar God leidde alles ten goede. Jozef werd verhoogd in Egypte en later met zijn vader herenigd. Toen Jakob en zijn huisgezin in Egypte aankwamen, gaf hij als een vorst van God een zegen aan Farao, de koning van Egypte. Hij woonde zeventien jaar in Egypte, en stierf in de goede ouderdom van 147 jaar.

    Aan het einde van zijn leven stond Jacob op het hoogtepunt van Gods gedachten. Door het geloof zegende hij, door Gods leiding de handen gekruist, de twee zonen van Jozef, waarbij de rijkste zegen aan Efraïm toekwam. Dan, als een ware profeet van God, riep Jacob al zijn zonen bij hem, en zegende hen, met een passende profetie aangaande de toekomst van elk.
     

    Jacobs_laatste_ogenblikken_Tissot.jpg
    Jacobs laatste ogenblikken.
    Schilderij van James J. Tissot (publiek domein)
     

    Jacob ontsliep en zijn lichaam werd gebalsemd en overgebracht naar Kanaan en begraven in het familiegraf van Abraham en Isaac.

    Nageslacht van Jacob

    Kinderen van Jacob

    Jacob_nageslacht.jpgNageslacht van Jacob (volgens Gen. 46 in de Statenvertaling)

    Van zijn vrouwen Lea en Rachel, en uit zijn bijvrouwen Bilha en Zilpa, kreeg twaalf zonen en van Lea ook een dochter genaamd Dina (= "Uitspraak", naam door Lea gegeven).

    Van Lea: Ruben, Simeon, Levi, Juda, Issaschar, Zebulon, Dina
    Van Bilha: Dan, Naftali
    Van Zilpa: Gad, Aser
    Van Rachel: Jozef, Benjamin.

    De namen van Jacobs zonen zijn, in volgorde van geboorte, met de betekenis van hun namen:

    1. Ruben (= "Zie, een zoon), de 1e zoon van Lea, door haar dusgenoemd.
    2. Simeon (= "Gehoord"), de 2e zoon van Lea, door haar dusgenoemd.
    3. Levi (= "Aanhankelijkheid" of "Verbonden"), de 3e zoon van Lea, door haar dusgenoemd.
    4. Juda (= "Geprezen"), de 4e zoon van Lea, door haar dusgenoemd.
    5. Dan (= "Oordeel" of "Hij oordeelde"), de 1e zoon van Bilha, de dienstmaagd van Rachel, door Rachel dusgenoemd
    6. Naftali (= "Mijn strijd"), de 2e en laatste zoon van Bilha, de dienstmaagd van Rachel, door Rachel dusgenoemd
    7. Gad (= "Geluk"), de 1e zoon van Zilpa, de dienstmaagd van Lea, door Lea dusgenoemd
    8. Aser (= "Voorspoedig" of "Gezegend"), de 2e en laatste zoon van Zilpa, de dienstmaagd van Lea, door Lea dusgenoemd.
    9. Issaschar (= "Er bestaat beloning"), de 5e zoon van Lea, door haar dusgenoemd.
    10. Zebulon ("Bijwoning" of "Verheven"), de 6e en laatste zoon van Lea, door haar dusgenoemd.
    11. Jozef (= "Hij voege toe"), de 1e zoon van Rachel, door haar dusgenoemd.
    12. Benjamin (= "Zoon der rechterhand"), de 2e en laatste zoon van Rachel, door haar Benoni (= "Zoon van mijn smart") genoemd, maar door Jacob hernoemd in Benjamin.

    Merkwaardig is dat de eerste en de laatste naam het woord 'zoon' bevat. Deze naamgevingen doen ons denken aan de Heer Jezus, die als zoon van Israël en als zoon van God werd geboren. Ruben is "de eerstgeborene van Israël" (Num. 1:20). Van de Heer Jezus is geschreven: 

    Jes 9:6 (9:5) Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst." (HSV)
    Lu 1:32 Deze zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en de Heer, God, zal Hem de troon van zijn vader David geven, (TELOS)
    Heb 1:6 En opnieuw, wanneer Hij de Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: ‘En laten alle engelen van God Hem aanbidden’.(TELOS)

    Na zijn dood, opstanding en hemelvaart heeft God de Heer Jezus doen zitten aan Zijn rechterhand. 

    Mt 22:44 ‘De Heer heeft tot mijn Heer gezegd: Zit aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden onder uw voeten stel’? (TELOS)

    In Exodus 1 worden de namen van Jacobs zonen opgesomd in volgorde van de vrouwen bij wie Jacobs zonen verwekte. Eerst de zonen van Lea, dan van Rachel, dan - tevens in volgorde van geboorte - de zonen van van Bilha en dan van Zilpa. 

    Ex 1:1 Dit nu zijn de namen van de zonen van Israël, die met Jakob naar Egypte waren gekomen. Ieder kwam er met zijn gezin:
    Ex 1:2 Ruben, Simeon, Levi en Juda;
    Ex 1:3 Issaschar, Zebulon en Benjamin;
    Ex 1:4 Dan, Naftali, Gad en Aser.
    Ex 1:5 Alle zielen die van Jakob afstamden, waren zeventig zielen; Jozef was echter [al] in Egypte.

    (HSV)

    In Num. 1 worden, in verband met het Goddelijk bevel tot telling van de mannen, genoemd achtereenvolgens: Ruben (1e van Lea), Simeon (2e van Lea), Juda (4e van Lea; Levi 3e van Lea, wordt overgeslagen), Issaschar (5e van Lea), Zebulon (6e van Lea), Efraim (1e van Jozef, 1e zoon van Rachel), Manasse (2e van Jozef, zoon van Rachel), Benjamin (2e zoon van Rachel), Dan (1e van Bilha), Aser (2e van Zilpa), Gad (1e van Zilpa), Naftali (2e van Bilha).

    Kleinkinderen van Jacob

    Het genealogisch schema hiernaast vermeldt de namen van Jacobs kleinkinderen volgens Gen. 46. Sommige kleinkinderen zijn misschien achterkleinkinderen. 

    Israëlieten: 'Jacob'

    Jacob wordt Israël genoemd en zijn nakomelingen heten dan ook kinderen van IsraëlJacob is dus de stamvader van de Israëlieten geworden, waarom men in de Bijbel voor dit volk de namen 'huis van Jacob', 'vergadering van Jacob', 'nageslacht van Jacob', en ook slechts 'Jacob' gebezigd vindt, ook wel voor het rijk van Juda, Obadja 18, Nah. 2: 3, en voor het rijk van Israël, in tegenstelling tot dat van Juda, Hoséa 12: 3, Micha 1: 5, Jes. 17: 4.  

    De Israëlieten worden collectief vaak aangesproken als ‘Jacob’ of ‘huis van Jakob,' alsof ze niet het hogere karakter, besloten in de naam van 'Israël', hadden bewaard, maar aangesproken moesten worden met de natuurlijke naam van hun voorvader, Jacob. 

    Meer informatie

    H. Bouter jr., Bethel; huis van Jakobs God. Apeldoorn: Medema, z.j. Pagina's: 120. ISBN: 90 6353 115 X. Download (pdf-bestand) van OudeSporen.nl. Kenmerk: geestelijke lessen, typologie. 

    Hugo Bouter, Jacobs laatste woorden; de zegenspreuken van Jakob voor zijn zonen en voor de twaalf stammen. Alblasserdam: Boeken om de Bijbel, 1984, 1e editie. Gouda: Boeken om de Bijbel, 2004, 2e editie. Elektronische uitgave (pdf-formaat) op OudeSporen.nl, download.

    Bronnen

    Dit artikel is in januari 2011 opgezet met vertaalde tekst uit A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Jacob. 

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
    BestandGrootteDatumToegevoegd door 
     Jacob_nageslacht.jpg
    Geen beschrijving
    136.96 kB08:50, 9 mei 2014Kees LangeveldActies
     Jacob_rouwt_over_Jozes_Tissot.jpg
    Jacob rouwt over Jozef. Schilderij van James J. Tissot
    57.09 kB13:04, 14 jan 2011Kees LangeveldActies
     Jacobs_laatste_ogenblikken_Tissot.jpg
    Jacobs laatste ogenblikken. Schilderij van james J. Tissot.
    56.79 kB13:09, 14 jan 2011Kees LangeveldActies
     Reizen van Jacob (Access Foundation).jpg
    Reizen van Jacob (Access Foundation)
    95.58 kB13:23, 14 jan 2011Kees LangeveldActies
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.