Onderdanig

Van $1

    Onderdanigheid is een houding die wij aan God en ook in menselijke gezagsverhoudingen verplicht zijn. We moeten onderdanig zijn aan God, de overheid, de vrouw aan haar man, kinderen aan hun ouders. 

    Inhoud:

    Betekenis in het Nederlands

    Onderdanig heeft volgens Van Dale (2001) twee betekenissen[2] :

    1. zich aan iemand ondergeschikt betonend, bereidwillig om hem te gehoorzamen, zoals in “iemand onderdanig zijn”, “iemand onderdanig gehoorzaam zijn”. “Uw onderdanige dienaar” is een beleefdheidsformule en drukt dienstwilligheid uit; ook als scherts gebezigd, ter aanduiding van de spreker of schrijver zelf.
    2. onderworpen, nederig, gedwee, zoals in: “Ik zal onderdanig en gehoorzaam zijn”, “een onderdanige brief”

    Onderdanigheid betekent[3] “nederige dienstwilligheid”, synoniem: onderworpenheid. “De eed van onderdanigheid afleggen.” Een onderdanige wijze is een wijze die van onderworpenheid, van nederige dienstwilligheid getuigt[1].

    Een onderdaan is volgens het woordenboek van Van Dale: iemand die aan een ander onderworpen is; alleen onder een regering of vorst(-in). 

    Woorden in de Bijbel

    Hoe staat het met de woorden 'onderdaan', 'onderdanig' en 'onderdanigheid' in de Bijbel? Ze komen in de Statenvertaling van het Oude Testament niet voor. 'Onderdaan' komt in de Statenvertaling van de hele Schrift niet voor; 'onderdanigheid' slechts twee maal:  

    1 Timotheüs 2:11 Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid.               
    1 Timotheüs 3:4 Die zijn eigen huis wel regeert, zijn kinderen in onderdanigheid  houdende, met alle stemmigheid.
    (SV)

    De Nieuwe Bijbelvertaling (2006-2007) heeft slechts 3x 'onderdanig'. 

    2Sa 22:45 Vreemdelingen toonden zich onderdanig, ze gehoorzaamden mij zodra ze van mij hoorden, 
    Ps 18:44 (18:45) gehoorzaamde mij zodra het van mij hoorde. Vreemdelingen toonden zich onderdanig,
    Mr 15:19 Ze sloegen hem met een rietstok tegen het hoofd en bespuwden hem, en bogen onderdanig voor hem.
    (NBV)

    Woorden in het Nieuwe Testament

    In het Nieuwe Testament is het Griekse woord vertaald door 'onderdanigheid' : hupotagè. Dit woord betekent allereerst: onderdanigheid, gedwee, ook tucht, gehoorzaam(-heid). Dit komt ook voor als ‘onderwerping’ in 2 Kor. 9:13; Gal. 2:5. 'Onderdanig' komt in de Statenvertaling 16x voor, alleen in het Nieuwe Testament; in de evangeliën alleen in:

    Lukas 2:51 En Hij ging met hen af, en kwam te Nazareth, en was hun onderdanig. En Zijn moeder bewaarde al deze dingen in haar hart. (SV)

    De overige keren in de brieven: Ef. 5:21,22,24; Kol. 3:18; Titus 2:5, 9; 3:1; Hebr. 13:7; 1 Petr. 2:13, 18: 3:1,5,22; 5:5 (2x). De Herziene Statenvertaling heeft 'onderdanig' behouden. De NBG51-vertaling heeft ze in de meeste Schriftplaatsen behouden, in enkele heeft zij ‘onderwerpen’.

    Het Griekse woord hupotassō heeft 1. een actieve betekenis: onder iemand plaatsen, ondergeschikt maken aan, onderwerpen Ook de Statenvertalingheeft op veel plaatsen 'onderwerpen'; 2. een passieve betekenis: onderdanig (zijn), ondergeschikt blijven, met de betekenis van een houding van vrijwilligheid en liefdesovergave. De vrouwen aan de eigen mannen; de gemeente aan Christus (Ef.) en de slaven aan hun meesters, en ieder aan de overheden en machten (Tit.), de gemeente aan de  voorgangers (Hebr.). Alle menselijke orde(-ning), en de engelen en machten aan Christus (Petr.). 

    Het woord hupotassō komt van tassō dat eveneens een actieve en passieve zin heeft. Actief: opstellen, (zijn) plaats (taak) aanwijzen of iemand tot een bepaalde categorie (soort) rekenen. Ook wel (vast-)stellen (taksomenoi); een vervoeging waar vermoedelijk ons woord 'taxeren' van komt (Hand. 28:23), bepalen, voorschrijven, verordenen, bevelen (Statenvertaling: bescheiden, zie Kanttekeningen bij Matth. 28:16). Passief: behoren tot. Met het voorvoegsel hupo (onder) krijgt het dan de betekenis van onder-(iemand)stellen, -plaatsen. Dat betekent niet minder waarde te hebben, maar zegt iets van de hoe-danigheid of zo-danigheid (namelijk onder-danigheid) van de plaats waar men gesteld is[4].

    Woorden in het Oude Testament

    NBG (1951) 2 Kon 24:1 In zijn dagen trok Nebukadnessar, de koning van Babel, op en Jojakim werd hem onderdanig, drie jaar; maar daarna kwam hij weer tegen hem in opstand.

    Het woord ‘èved’ heeft de betekenis van ‘dienen’ en is hier de tegenstelling van in opstand komen! Dus als knecht dienen. Het woord knecht of slaaf is er identiek mee, waarom de Statenvertaling ook heeft: ‘werd zijn knecht’. Het heeft de betekenis ook van onderdaan van een koning, bijv. Gen. 20:8: Abimelechs onderdanen, Farao’s dienaren (Gen. 40:20). De Statenvertaling heeft in beide teksten ‘knechten’. Mozes wordt zo ook de knecht des Heeren (Dt. 34:5; Joz. 1:13) genoemd in het OT, gelijk de Christus (Jes. 42:1 enz.), maar dienaar in het Nieuwe Testament (Hebr. 3:5). En Christus Knecht (Math. 12:18) en (Be-)dienaar (Hebr. 8:2). 

    Een ander Hebreeuws woord voor onderdanig is van een stam van het woord ‘kachasj’ = huichelachtige houding (van ‘verloochenen’). Statenvertaling heeft: ‘geveinsdelijk onderwerpen’. Dt. 33:29; Ps. 66:3; 81:16.

    Een ander Hebreeuws vertaald door 'onderdanig' in de Herziene Willibrodvertaling (1995) is een werkwoordsvorm van de grondstam ‘āvad’ (werken, dienen, vereren), waarvan ‘èved’ (dienst, knecht, slaaf) is afgeleid en een meervoudsvorm van ‘èved’, dus knechten. In de herziene Willibrordvertaling (1995):                                         

    2 Kron 10,4: Ze zeiden: ‘Uw vader heeft ons een zwaar juk opgelegd; verlicht de zware arbeid waartoe uw vader ons verplicht heeft en het harde juk dat hij ons opgelegd heeft; dan zullen wij u onderdanig zijn.’ 
    2 Kron 10,7: Ze zeiden: ‘Als u inschikkelijk bent voor het volk en ze ter wille wilt zijn, en u spreekt ze vriendelijk toe, dan zullen ze u voor altijd onderdanig zijn.’
    2 Kron 12,8: '...maar het zal hem onderdanig moeten zijn om te ervaren wat het is: Mij te dienen of aardse koningen.’
    (WV95)

    De Statenvertaling heeft respectievelijk: dienen, knechten (Rehabeams lichtere dienst) zijn (2x), bij de laatste in verband met dienst van de Heere of van aardse koningen. Daar de NBG51-vertaling, de NBV-vertaling en de Willibrord95-vertaling in het Oude Testament wel het woord 'onderdanig' hebben, kan men nu kijken naar het gebruikte woord en de betekenis in het OT vanuit de Hebreeuwse grondtekst. Als we de concordantie opslaan bij knecht (èved) zien we enkele kolommen vol teksten, te beginnen met: ‘Een knecht der knechten zij hij zijn broederen, Gen. 9:25, over Kanaän, de zoon van Cham gezegd. Dit betekent dat Kanaän nog een orde lager gezet werd dan een knecht. Koning David noemt zich een knecht van de HEERE (Ps. 116:16): hij neemt gewillig een lage plaats in voor de Heere. 

    Het werkwoord dienen heeft in het Hebreeuws maar twee woorden heeft: āvad en sjārath. (In het Grieks zijn er voor dienen 10 woorden. Enkele bekende, in onze taal afgeleid van deze zijn: diaken, diakonie, therapeut, liturgie.) Het Hebreeuwse āvad geeft aan dat hetzij vrijwillig of niet, men degene die een hogere plaats heeft, dient. Het andere Hebreeuwse woord, sjārath, betekent bedienen, dus als persoonlijke dienaar dienst doen (de priesters, Aäron, Ex. 28:35,43) en iemand dienen. Zo diende Jozef Potifar en de schenker en de bakker (Gen. 39:4; 40:4)  In de dienst van God staan om hem te dienen (Deut. 10:8). We zien dus ook hier een verhouding heer – knecht; dus komt het op hetzelfde neer als in het Nieuwe Testament. 

    Aan wie onderdanig?

    De Bijbel spreekt van onderdanigheid of onderworpenheid ten opzichte van verschillende personen, instellingen of zaken:

    1. Onderdanigheid jegens God
    2. Onderdanigheid jegens de overheid
    3. Onderdanigheid van vrouw jegens de man
    4. Onderdanigheid van kinderen jegens hun ouders
    5. Onderdanigheid van slaven tot hun meester
    6. Onderdanigheid aan voorgangers onder de gelovigen
    7. Onderdanigheid van de gelovigen onder elkaar
    8. Onderworpenheid der schepping aan de mens
    9. Onderworpenheid aan de Zoon en van Deze aan de Vader
    10. Onderwerping van de belijdenis aan het Evangelie

    Toelichting: 

    1. Van de onderwerping onder God spreekt Jakobus, als hij vermaant: „onderwerpt u aan God (Jak. 4 : 7). 
       
    2. Van onderdanigheid aan de overheid en alle menselijke ordening spreekt Rom. 13: 1vv.; Tit. 3 : 1;1 Petr. 2 : 13; Matth. 8 : 9. Onderdanen moeten gehoorzaamheid betonen, niet alleen uit dwang, maar om des gewetens wil (Rom. 13: 5), zodat men God niet beledigt, die ons deze plicht heeft opgelegd, opdat men een goed en rustig geweten bewaart. Hiertoe behoort, dat men de wetten van de overheid ook niet heimelijk overtreedt. Daar verder de overheid in zekere zin in Gods plaats staat, zijn wij tot eerbiediging jegens haar verbonden en mogen wij haar feilen niet boosaardig kritiseren. Aan de overheid hebben wij bereidwillig de belasting te betalen (Rom. 13: 7). Een voorname plicht die helaas al te weinig in beoefening wordt gebracht, is ernstige voorbede voor de overheid (1 Tim. 2: 1-2).
       
    3. Van de onderdanigheid van de vrouw tot de man spreken 1 Kor. 14 : 34; Ef. 5: 22; Kol. 3 : 18; Tit. 2: 5.

      Efe 5:24 Maar zoals de gemeente aan Christus onderdanig is, zo ook de vrouwen aan hun mannen in alles.
      Efe 5:25 Mannen, hebt uw vrouwen lief, evenals ook Christus de gemeente heeft liefgehad en Zichzelf voor haar heeft overgegeven,

      Efe 5:32 Deze verborgenheid is groot, maar ik doel op Christus en op de gemeente.
      Efe 5:33 In elk geval, ook u, laat ieder van u zijn eigen vrouw zo liefhebben als zichzelf; en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man.

      Efe 6:1 Kinderen, weest jullie ouders gehoorzaam in de Heer, want dat is terecht.
      (TELOS)

      Col 3:18 Vrouwen, weest aan uw mannen onderdanig, zoals het betaamt in de Heer,

      Col 3:19 Mannen, hebt uw vrouwen lief en weest niet bitter tegen hen.
      Col 3:20 Kinderen, weest jullie ouders in alles gehoorzaam, want dit is welbehaaglijk in de Heer.
      (TELOS)

      De man is het hoofd van de vrouw, gelijk Christus het hoofd is van de man en van Gemeente, 1 Cor. 11, Ef. 5. Man en vrouw zijn gelijkwaardig, maar hun taak en plaats is verschillend. De onderdanigheid van de vrouw 'betaamt in de Heer' (Col. 3:18), mogelijk niet (meer) langer in de maatschappij, in de publieke opinie van de mensen rondom. De vrouw heeft haar man onderdanig te zijn 'in alles' (Ef. 5:24; vgl. Col 3:18 en 20).  

      De plicht van onderdanigheid aan de zijde van de vrouw gaat gepaard met de liefdeplicht van de man. Christus regeert met liefde en gerechtigheid, zó behoort een man met liefde, maar ook in gerechtigheid zijn gezin te regeren. Christus is voor de man en de Gemeente voor de vrouw een voorbeeld om na te volgen. 

      Aan een liefhebbende man is het makkelijker onderdanig te zijn dan aan een liefdeloze man. Aan een onderdanige vrouw is het makkelijker liefde te bewijzen dan aan een opstandige of ongehoorzame vrouw. De liefde van de een is een gunstige omstandigheid, maar geen voorwaarde voor de onderdanigheid van de ander; omgekeerd is onderdanigheid een gunstige houding, maar geen voorwaarde voor liefde.  

      Onderdanigheid aan God gaat die aan mensen te boven, anders gezegd: wij moeten God meer gehoorzaam zijn dan mensen. Dat geldt in alle maatschappelijke verhoudingen: huwelijk, gezin, overheid. Onderdanigheid aan God kan soms de ongehoorzaamheid van de vrouw aan haar man vereisen. Een voorbeeld is de zwangere vrouw die haar man niet onderdanig is, omdat hij wil dat zij een abortus ondergaat. 
       
    4. Van de onderdanigheid (vrees, gehoorzaamheid) van kinderen jegens hun ouders spreekt Lev. 19:3; Deut. 21:18v; Mal. 1:6; Ef. 6:1; Col. 3:20
       
    5. Van de onderdanige verhouding van de slaven tot hun meesters spreekt Tit. 2: 9; Ef. 6 : 5; 1 Petr. 2:18; Tit. 6: 1).

      Tit 2:9 Vermaan de slaven aan hun eigen meesters onderdanig te zijn, in alles welbehaaglijk te zijn, niet tegen te spreken, (TELOS)

       
    6. Van de onderdanigheid aan voorgangers onder de gelovig spreekt Hebr. 13:7 

      Heb 13:17 Weest aan uw voorgangers gehoorzaam en weest hun onderdanig, want zij waken over uw zielen als degenen die rekenschap zullen afleggen, opdat zij dit met vreugde en niet zuchtend doen, want dat is voor u niet nuttig. (TELOS)
       
    7. Van de wederkerige onderdanigheid van de gelovigen onder elkaar spreekt Ef. 5: 21 en  1 Petr. 5. 5). De een kome de ander voor met eerbiediging, en doe hem graag de liefdediensten die hij behoeft, Rom. 12: 10.
       
    8. Van de onderwerping of onderdanigheid van de redeloze schepping aan de mens, die bestemd is om over haar te heersen, spreekt Gen. 1: 18.
       
    9. Aan Jezus werden na zijn verhoging de engelen en de geweldigen en de krachten onderworpen, 1 Petr. 3: 22. Alles werd hem onder zijn voeten onderworpen, Hebr. 2: 8; Fil. 3 : 21. Eens echter, wanneer Hem alles onderworpen zal zijn, als Hij zijn middelaarswerk zal hebben voleindigd, zal ook de Zoon zelf onderworpen worden aan Hem, die hem alles onderworpen heeft, opdat God zij alles en in allen, 1 Kor. 15 : 28. Dan zal niet alleen de Vader maar God (Vader, Zoon en Heilige Geest) alles in allen zijn, of alle schepselen zo vervullen, dat er een eeuwige rust zal aanwezig zijn
       
    10. Paulus roemt de Corinthiërs om hun gehoorzaam belijden van het Evangelies van Jezus Christus , woordelijk de “onderwerping van uw belijdenis”, die zich in gehoorzaamheid en liefde als levend bewezen heeft.

    De Heer Jezus was onderdanig aan zijn aardse ouders en aan zijn hemelse Vader. Daarin is Hij ons voorbeeld. De Heer betoonde dadelijke gehoorzaamheid (gehoorzaamheid in heel zijn doen en laten) en onderdanigheid en gewilligheid aan zijn Vader en Zijn ouders. Zo volbracht Hij de Wet. Hij betoonde ook lijdelijke gehoorzaamheid (gehoorzaam ondergaan van smaad, verwerping en lijden) en onderworpenheid en gewilligheid. Zo droeg Hij de straf voor de zonde en nam Hij de zonden van Zijn onderdanen weg. De gemeente is Christus, haar bruidegom, onderdanig. Zijn liefdevolle omgang als Hoofd van Zijn bruid is een voorbeeld hoe-danig de man met zijn vrouw, die hem onder-danig is, heeft om te gaan. Hoe-danig is ons leven, is het onder-danig aan de Heer? 

    Bron

    H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Onderdanig. Van dit lemma is op 9 febr. 2015 tekst verwerkt.

    Voetnoten

    1. ↑ Woordenboek van de Nederlandse Taal (1875) s.v. Onderdanig

    2. ↑ Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie, jaar 2000.

    3. ↑ Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie, jaar 2000. 

    4. ↑ Vergelijk de Heidelbergse Catechismus, Zondag 39, over het vijfde gebod.

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.