Openbaring

Van $1

    Openbaring betekent (1) het openbaren, d.i. bekendmaken, onthullen, of (2) het geopenbaarde, dat wat bekend gemaakt is. Alle kennis aangaande God is vrucht van Gods Openbaring aan de mens.

    Het heeft God behaagd, tot Zijn eer en tot ons geluk, Zich van de vroegste tijden af aan de mens te openbaren. Deze openbaring Gods wordt onderscheiden in een algemene en een bijzondere openbaring.

    Algemene openbaring

    De algemene openbaring is begonnen in de schepping en wordt voortgezet in de onderhouding en regering van alle dingen. Zij is van grote en blijvende betekenis. In de natuur rondom ons, in de geschiedenis van volken en personen, in het hart en geweten van ieder mens openbaart God zich in Zijn almacht en wijsheid, in Zijn goedheid en rechtvaardigheid.

    Vrucht van die algemene openbaring is de natuurlijke Godskennis, welke moet worden onderscheiden in een ingeschapen en verkregen Godskennis.

    Ingeschapen Godskennis: Ieder mens heeft in zich een indruk van een Hoger Wezen. Deze indruk is ons even eigen als de redelijkheid. Geen volk ter wereld of het heeft een godsdienst. Dit kon niet zo zijn als het niet lag in de natuur van de mens.

    Verkregen Godskennis is die kennis aangaande God welke de mens verkrijgt uit de beschouwing van zichzelf en al het geschapene.

    Deze algemene openbaring is, toen het menselijk geslacht van God is afgevallen, onvoldoende geworden, omdat ze ons God niet leert kennen zoals Hij door zondaren tot zaligheid gekend moet worden. Zij spreekt ons niet van Christus, de Zaligmaker, en verkondigd ons niet genade en vergeving. Toch is ze niet vruchteloos. Ze is voldoende om de mens te overtuigen, verantwoordelijk te stellen, en alle onschuld te benemen.

    Bijzondere openbaring

    Door de zonde is ons dus nodig geworden een bijzondere openbaring, en God heeft ons die in Zijn wonderlijke goedheid geschonken. De openbaring is bijzonder, wat haar inhoud aangaat en wat betreft de middelen, welke God daartoe gebruikte.

    Inhoud. Haar inhoud is Christus-openbaring: genade bij God voor een verdoemelijk zondaar, in de Heere Jezus Christus. Terstond na de val is God begonnen haar te schenken (het beloofde zaad van de vrouw), en met de menswording van de Zoon Gods is zij voleindigd. Deze Christus-openbaring is één organisch en historisch geheel. Onder de oude bedeling is de komende, onder de nieuwe is de gekomen Christus geopenbaard.

    Middelen. De middelen van deze bijzondere openbaring zijn in hoofdzaak drie:

    Ten eerste, verschijningen van de Heer (in ruime zin: mondelinge toespraak, gezichten, engelen, dromen). Onder deze verschijningen neemt een bijzondere plaats in die van de Engel van de HEER, ook wel genoemd de Engel van het Verbond; want deze is niet een geschapen hemelbode, maar de tweede persoon in de goddelijke Drie-eenheid, in Wiens vleeswording onder de nieuwe dag de openbaring van God haar volheid bereikt, Hebr. 1:1. 

    Na zijn opstanding heeft de Heer Jezus zich meermalen geopenbaard aan zijn leerlingen, d.w.z. Hij verscheen aan hen, bijvoorbeeld bij de zee van Tiberias.

    Joh 21:1 Hierna openbaarde Jezus Zich opnieuw aan de discipelen bij de zee van Tiberias; en Hij openbaarde Zich zo: (TELOS)

    Zie Verschijningen van Gods Zoon van voor het hoofdartikel 

    Een tweede middel van bijzondere openbaring is de profetie. God deelde Zijn gedachten mee aan de profeten door een bijzondere inwerking van de Heilige Geest, en deze ontvingen tot taak, de waarheid Gods uit te roepen tegenover de leugen van Satan en mensen. De profetie heeft betrekking op het verleden (geschiedenis), op het heden (prediking), en op de toekomst (voorzegging). In de vleeswording van Gods Zoon komt deze profetie tot volkomenheid, want Hij is onze hoogste Profeet en Leraar, die de Heilige Geest ontving zonder mate, en ons daarom de raad en de wil van God tot onze verlossing volkomen geopenbaard heeft.

    Een derde middel van bijzondere openbaring is het wonder. God openbaart Zich niet alleen in woorden, maar ook in daden. Vooral door buitengewone machtsdaden bevestigd Hij de waarheid van het gesproken woord. Door wonderen voltrekt Hij Zijn oordeel over de goddelozen. Door wonderen zondert Hij af en bewaart Hij het volk Israël als drager van Zijn openbaring, totdat in Christus de volle openbaring komt. In Christus is het grote, volstrekte wonder verschenen. Hij is van Boven neergedaald en toch de waarachtige en volkomen mens. In, met en door Hem is de openbaring Gods voltooid.

    Bijbel

    Deze bijzondere openbaring heeft God voor ons doen te boek stellen in de Bijbel. De Bijbel is de beschreven openbaring, het beschreven Woord van God.

    Ook met de algemene openbaring worden wij in kennis gesteld door de Heilige Schrift. Ofschoon uit de natuur afkomstig, is zij toch in de Schrift opgenomen, omdat wij vanwege de verduistering van ons verstand, haar nooit zuiver uit de natuur kunnen afleiden. In de Schrift, het boek van Zijn bijzondere openbaring, heeft God ons, naar het woord van Calvijn, de bril geschonken, die ons in staat stelt, God en de werken Zijner handen in natuur en geschiedenis op de rechte wijze te beschouwen.

    Of de bijzondere openbaring wel of niet terstond te boek is gesteld, weten wij niet. Mogelijk heeft Adam al geschreven. Wat God geopenbaard had, werd door mondelinge of schriftelijke overlevering van het ene op het andere geslacht overgedragen. Mozes schreef de eerste vijf boeken van de Bijbel 25 eeuwen na de schepping van Adam en Eva. De aanvankelijke overlevering kon geschieden, omdat de mensen nog niet over de gehele aarde verspreid waren, en hun leeftijd vele eeuwen omvatte. Zo leefde Adam nog vijftig jaar met Lamech, de vader van Noach, Noach leefde tot aan Abrahams geboorte, en Sem nog vijftig jaar in Izaäks tijd.

    De bijzondere openbaring omvatte dikwijls veel meer dan dat later is opgetekend. Niet alleen hebben vele profeten en apostelen, die toch allen organen van de bijzondere openbaring waren, niets schriftelijks nagelaten, maar ook zijn bijvoorbeeld de boeken van de profeten maar een korte samenvatting van wat zij mondeling tot hun tijdgenoten gesproken hebben. Johannes zegt aan het slot van zijn Evangelie (20 :30; 21 :25) dat Jezus veel meer gesproken en gedaan heeft dan dat door hem kon worden beschreven.

    In de Bijbel heeft God voor de geslachten van alle eeuwen zoveel uit Zijn bijzondere openbaring bewaard als tot onze zaligheid nodig was, om Hem te kennen en te verheerlijken in Christus. Voor ons bestaat er geen andere openbaring dan die ons in de Bijbel gegeven is: de 'heilige boeken' van de heidenvolken kunnen ware dingen zeggen, ze zijn niet 'de waarheid', zoals de Heer Jezus van Gods Woord betuigde: 'Uw Woord is de waarheid'.

    Joh 17:17 Heilig hen door de waarheid: uw woord is de waarheid.
    (TELOS)

    Bronnen

    C. Lindeboom, Bijbelgids, of Handleiding tot het verkrijgen van Bijbelkennis (Middelburg: Stichting de Gihonbron, 2009; bewerking door J. Pluimers van de uitgave uit 1929), blz. 19-21. Hieruit is, onder toestemming, op 14 okt. 2012 tekst gebruikt.  
     

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.