Ouderling, oudste

Van $1

    Deze pagina is overgezet naar een nieuw softwaresysteem en kan in de
    laatste versie tijdelijk worden bekeken en verder worden bewerkt op:
     
    https://christipedia.miraheze.org/wiki/Ouderling

    Een ouderling (of oudste) in de gemeente van God is een mannelijke gelovige die tot taak heeft de gemeente te hoeden

    In het Nieuwe Testament verwijst 'oudsten' naar [1]:

    1. De hoofden van de voornaamste Joodse families. Sommigen van hen waren lid van de Hoge Raad (Sanhedrin). Ze worden genoemd in de vier Evangeliën.
    2. Oudere mannen die in de gemeente van de Heer Jezus een leidende en hoedende rol vervullen.
    3. In het boek van de Openbaring wordt een groep van 24 'oudsten' genoemd die deel uitmaken van het hemelse hof en waarschijnlijk het volk van God vertegenwoordigen

    Schriftplaatsen over ouderlingen: Hand 20:13-38; 1 Tim. 3:1-16; 1 Tim. 5:17-25; Titus 1; 1 Pet. 5:1-9; Hd. 11:30; 14:20-23; 15:4-6; Fil. 1:1; 1 Pet. 1:1; 1 Th. 5:12; Heb. 13:17; Jac. 5:14-15.

    Inhoudsopgave:


    Bijbelse vereisten

    Hier handelen we over de oudsten (ouderlingen) in de gemeente van God. Hoe wil God dat zijn gemeente wordt geleid en wat voor kwalificaties geeft Gods woord voor de oudsten/ouderlingen? 

    Onbesproken

    1 Tim. 3:2; Titus 1:7. Onschuldig, het hebben van een onbetwistbare integriteit, onberispelijk, niets op aan te merken, zo'n karakter hebben dat niemand iets op je aan kan merken op iets dat jou onbruikbaar zou kunnen maken. Het gedrag van een oudste moet een voorbeeld zijn voor de kudde van God en vrij van schandalen en beschuldigingen. Daarom moet het gedrag van een oudste zo zijn, dat elke aanklacht als absurd zou kunnen worden beschouwd en al ongegrond wanneer iemand er mee komt. Een onbesproken persoon is: iemand die niet valt aan te klagen (Thayer), iemand die geen reden geeft tot aanklacht (Amplified Bible), iemand met een onberispelijke reputatie (Phillips), iemand met een onbetwistbare integriteit en die onberispelijk is (Amplified Bible).

    Man van één vrouw

    1 Tim. 3:2; Titus 1:6. Hij is de man van één vrouw; hij is niet getrouwd met twee vrouwen (hij is geen 'bigamist'),  

    ouderlingen.jpg

    Hij is een persoon die niet kan worden aangevallen op seksuele losbandigheid en laksheid. Het morele en sociale leven in de tijd toen Paulus dit schreef, maakte deze standaard die Paulus hier aanhaalt een hele belangrijke. Van heidense tempelprostituanten werd regelmatig gebruik gemaakt door velen, zonder dat iemand daardoor werd gestigmatiseerd. 

    "Gezelschapsmeisjes" werden vaak gebruikt door zowel getrouwde als ongetrouwde mannen. Velen hielden er openlijk een maîtresse op na. Dus in het eisenpakket van oudsten, de man van een vrouw te zijn, eiste Paulus hiermee dat ze er een goede en intieme relatie met hun eigen vrouw op na hielden. Jezus zelf zet de standaard nog hoger: Indien iemand in zijn hart een andere vrouw begeert (sterk verlangend naar seksueel en fysiek contact), dan heeft die persoon reeds gezondigd (Math. 5:28).

    Paulus zegt hier, dat een leider een goed huwelijk moet hebben met een gezond seksleven en zichzelf niet opzettelijk bloot moet stellen aan seksuele verleidingen (zoals pornografie ect). Een man en een vrouw moeten hard werken om een geweldige eenheid en liefde met elkaar te ontwikkelen in hun huwelijk. Een man moet nooit zijn privé problemen delen met een andere vrouw, dan alleen met zijn eigen vrouw of een volwassen man van God.

    Bezadigd

    1 Tim. 3:2; Titus 1:8. 

    A. Deze karaktertrek betekent, dat iemand zich in de hand kan houden. Hij heeft zelfcontrole en discipline. Een oudste moet zichzelf in de hand kunnen houden in alle gevallen:

    1. Omtrent verlangens en genegenheden (Concordant Literal).

    2. Een man die discreet is (Philips).

    3. Los van extremiteiten.

    4. Iemand die controle en macht heeft over dingen (Robertson).

    B. De aanmoediging om bezadigd te zijn, (1. Thess. 5:6,8) is een oproep voor matiging. Een gematigd iemand heeft een goede kijk op het leven en een correct en vruchtbaar geestelijk oriëntatie vermogen. Een bezadigd mens verliest niet zijn fysieke,mentale en geestelijke balans. Hij is stabiel, standvastig, denkt altijd helder en verliest niet onder druk het zicht op de zaken zoals ze zijn. Hij raakt niet verwikkeld in valse zekerheden van de dag; hij heeft een juist perspectief op de dingen die er spelen. 

    Nuchter

    1 Tim. 3:2. 

    A. Dit betekent o.a. voorzichtig, verstandig, niet overgegeven aan fantaserend denken of emotionele irrationaliteit, het trekken van gezonde conclusies.

    Een nuchter persoon is:

    I. Veilig in zijn denken en oordeel.

    2. Eerlijk denkend (Phillips).

    3. Gedisciplineerd.

    B. Vele religieuze rages, modegrillen, fantasierijke ideeën en onstabiele zaken worden leiders aangeboden. Leiders met een veilige, gezonde en standvastige kijk op de zaken van het leven,wijken niet snel af van Gods weg. Het woordenboek beschrijft dat nuchter zijn in het algemeen het volgend inhoudt:

    Voorzichtigheid, praktische wijsheid, het begrijpen van de tegenwoordige tijd. In Spreuken staat dat een nuchter man " zijn weg verstaat" en "open staat voor correctie" en hongerig is om getraind te worden" (Spr. 12:16,23; 13:16; 14:8,15,18; 15:5; 16:21; 18:15; 19:14; 22;3; 27:12).

    Respectabel, beschaafd

    1 Tim. 3:2.

    A. Een goed gedrag hebben, het hebben van een bescheiden, ordelijke, gedisciplineerde, en beschaafde levensstijl. Een respectabel iemand is:

    1. Ordelijk en gematigd.

    2. Niet licht of onbeduidend.

    3. Heeft een bedaard gedrag, dat de bediening van God niet in opspraak brengt.

    B. Het Griekse woord voor "respectabel" moeten worden bekeken in zijn breedste zin, om een karaktereigenschap aan te geven die veel meer betekent dan alleen een verfijnd, beleefd en beschaafd persoon. Een respectabel persoon leeft een goed geordend leven. Het woord wordt ook gebruikt voor het beschrijven van een goed geordend huis (Matth. 12:44) en met goed onderhouden olielampen (Matth. 25;7). 

    Paulus zegt hier dat een persoon die respectabel is, een levensstijl heeft die door de leringen van de bijbel is beïnvloed. Het heeft invloed op de manier waarop hij spreekt, hoe hij zich uit, hoe hij zich thuis en op het werk gedraagt, en op het werk, en hoe hij zaken doet. God is een God van orde. Ook een man van God moet daarom ordelijk zijn.

    Enkele teksten hierover zijn: 1. Thess. 4:10-12~ Col. 3:23-24,4;5-6; 1. Tim. 6:2; 1. Petr. 2:12; Phil. 1:27.

    Gastvrij

    1 Tim. 3:2

    A. Houdt van gasten, houdt ervan om in het gezelschap van anderen te zijn, vooral in het gezelschap van gelovigen.

    B. Liefdevol en een vriend voor gelovigen, vreemdelingen en buitenstaanders (Titus 1 :6, Amplified).

    C. Het betekent meer dan alleen mensen in je huis opnemen. Het betekent dat je ervan houdt en dat je liefdevol bent, wanneer er gasten in je huis zijn. Een oudste moet ervan houden om gasten in zijn huis te hebben en een hulp te zijn voor vreemdelingen.

    Enkele teksten hierover zijn: Lev. 19;33-34; Rom. 12:9-10; Hebr. 13: 1-2; 1. Petr. 4:9.

    Bekwaam tot onderwijs

    1 Tim. 3:2

    A. Een bekwaam Ieraar zijn. Het Griekse woord betekent niet alleen simpelweg les geven, maar les geven op een bekwame wijze.

    B. Bekwaam om te onderwijzen als resultaat van zelf onderwezen te zijn.

    C. Het houdt in, dat iemand de capaciteiten heeft om critici en ongelovigen te weerleggen. Dit is het resultaat van de bekwaamheid, om op juiste wijze de waarheid van Gods woord te communiceren (Titus 1 :9). 

    D. Zij die bekwaam zijn om te onderwijzen zijn ook bekwaam om te leren. Zij leren meer van het woord (2. Tim. 2:2). Zij gaan voortdurend meer het woord geloven (Titus 1 :9). Zij gaan voortdurend meer het woord uitleven (Tim. 2:24-25).

    Niet aan wijn verslaafd

    1 Tim. 3:3; Titus 1 :7

    A. Letterlijk, niet zuchtende of verlangende naar wijn. Iemand die verslaafd is aan wijn is iemand die vaak en veel alcohol drinkt.

    B. Zou Paulus hier geheelonthouding bedoelen? In dit gedeelte spreekt Paulus niet over geheelonthouding. Hij gebruikt hier het woord "paoinos' dat absoluut verwijst naar overmatig gebruik. Het is het drinken van alcohol dat resulteert in het verlies van je controle over je gezond verstand en wat leidt naar gebondenheid. Paulus spreekt hier over het te veel aan alcohol.

    C. Een hogere wet gaat in dit soort zaken in werking, nI. dat we niets doen, waardoor een medebroeder of zuster aanstoot aan zou kunnen nemen.

    Niet op zichzelf gericht

    1 Tim. 3:3, Titus 1:7

    A. Een oudste moet niet worden gedomineerd door zelfinteresse, zelfzucht, onverzettelijkheid en arrogantie. Hij moet zich onderwerpen aan het juiste gezag en er naar streven om God en anderen te behagen en niet zichzelf

    B. Niet ongehoorzaam.

    C. Zelfzuchtig en arrogant (Thayer).

    D. Niet onverzettelijk (Williams).

    E. Arrogant en aanmatigend (Amplified Bijbel).

    F. Niet overgegeven aan zelfgenoegen (Concordant Literal).

    G. Niet op zichzelf gericht zijn. (Beck).

    H. Een op zichzelf gericht persoon, is iemand die er op staat dat de dingen gaan zoals hij het wil. Hij legt nooit zijn verlangens opzij, zodat hij een ander dienstbaar kan zijn, en als hij het uiteindelijk toch doet, dan doet hij het met veel tegenzin en al mopperend. Een op zichze1f gericht persoon, bouwt zijn eigen wereld om zichzelf heen. Het is iemand die zichzelf tot gezag is geworden (2. Petr. 2:2-3, 10, 14, 18). Deze beschrijving slaat misschien wel niet op iemand van ons die dit leest, maar toch om zeker te zijn, stel jezelf de volgende vragen:

    1. Krijg je meestal of altijd je zin?

    2. Heb je het er moeilijk mee om je fouten toe te geven?

    3. Bestier je je huisgezin op een autoritaire wijze (Doe dit omdat ik het je zeg)?

    4. Heb je als kind ook altijd je zin gekregen, en ben je daardoor verwend en verwaand geworden?

    I. Zelfzucht en een sterke wil zijn twee verschillende dingen. Iemand die geestelijk volwassen is, zal niet domineren, ook al heeft hij een sterke wil.

    Niet opvliegend

    1 Tim. 3:3; Titus 1:7

    A. Niet snel boos, niet neigend naar boosheid of opvliegendheid; niet humeurig of snel geïrriteerd; niet snel provocerend of driftig.

    B. Capabel om te heersen over je eigen geest (Kevin J. Conner).

    C. De persoon die niet snel boos is, daarbij slaan de stoppen niet door, of vliegen alle hendels los. Onze hulp in het hanteren van woede is Efeze 4;26. Sommige gevoelens van boosheid zijn onontkoombaar omdat we leven in een gevallen wereld. Maar als we ze sneI kwijtraken en ze de rug toekeren, zullen ze ons geen kwaad doen. Maar het broeden op boosheid, brengt schade toe aan de geest; smeulende, en wraak zoekende woede veroorzaakt dat iemand zijn perspectief verliest. Degenen die langzaam boos worden zullen het makkelijker vinden om met de beweging van de Heilige Geest samen te werken. 

    Niet strijdlustig

    1 Tim. 3:3

    A. Niet iemand die terug slaat, niet gewelddadig, vechtlustig, of twistziek. Een strijdlustig iemand is altijd in om te argumenteren en zeker in voor een theologische discussie.

    B. Niet ruzie zoekend of overgegeven aan bekvechterij.

    C. Een strijdlustig iemand is iemand, die de controle over zijn gezond verstand verliest en wordt geregeerd door woede. Hij is altijd klaar om de strijd aan te gaan met een vechtlustige en oorlogvoerende natuur. Hij kan zich niet altijd voorkomen dat hij zich overgeeft aan lichamelijk geweld.

    1. Mozes: Hij doodde een Egyptenaar (Hand. 7:20-29), wierp de stenen tafelen van de wet neer, sloeg kwaad op de rots van voorziening wat tegenstrijdig was met wat God tegen hem had gezegd (Num. 20:1-13). Ondanks dit heeft God hem toch machtig kunnen gebruiken.

    2. Petrus was ook altijd ruw en onbezonnen in woord en daad. Hij sloeg het oor af van een dienstknecht van de hogepriester in de nacht van Jezus zijn arrestatie (Joh. 18:1-27).

    Niet twistziek

    1 Tim. 3:3

    A. Het is geen ruziezoeker; Hij is iemand die niet graag twist en ruzie maakt, maar hij is een vredestichter.

    B. Gemakkelijk tc corrigeren.

    C. Een twistzieke persoon is iemand die anderen domineert, maar dit eigenlijk doet vanuit onzekerheid en vanuit een defensieve houding. Hij is in strijd met anderen, moet ook wedijveren en debatteren met anderen. Hij is niet gelukkig totdat hij de baas is en is niet gewillig om te dienen of onder iemand anders te staan. Hij is niet gewillig om te buigen en is niet flexibel. "Het gaat op mijn manier, anders doen wij het helemaal niet." Zulke mensen, gewoonlijk jaloers en zelfzuchtig, worden gemotiveerd door trots. Ze zijn geneigd om te strijden en te twisten en houden van tegenstrijdigheden, rivaliteit, conflict, strijd en tweedracht.

    D. In tegenstelling tot het vorige wat we gezien hebben zoekt een goede oudste vrede. Romeinen 12: 16 en 18 is zijn  motto."Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen."

    Vriendelijk

    1 Tim. 3:3

    A. Geduldig, vriendelijk, attent, verdraagzaam; een persoon met een milde stemming.

    B. In Fillipenzen 4:5 is dit zelfde woord op verschillende manieren vertaaId in "vriendelijkheid", "verdraagzaamheid" en "bescheidenheid." Het Griekse woord wat hier gebruikt wordt heeft o.a. te maken met overgave. Het wordt gebruikt in de context van het niet opeisen van wettelijke rechten. Wettelijke rechten kunnen moreel verkeerd zijn, als ze door een persoon worden misbruikt, waardoor anderen gaan lijden onder zijn misbruik zijn rechten. Ben nobel en edelmoedig persoon is bereid zich te onderwerpen aan iemand die onder hem staat. Galaten 6: 1 vertelt ons dat we mens en moeten herstellen "met den geest der zachtmoedigheid."

    Vrij van de liefde voor geld

    1 Tim. 3:3

    Deze persoon heeft niet een zucht naar geld. Het betekent het niet verkrijgen van geld op een oneerlijke manier of het verkrijgen van oneerlijk geld op wat voor manier dan ook. Deze persoon is niet jaloers op het bezit van een ander. Hij is geen liefhebber van (dol op) geld, niet gierig of simpelweg hebzuchtig. Ben oudste moet vrij zijn van de liefde voor geld en de dingen, die je ermee kunt krijgen. Om onverzadigbaar te zijn op het gebied van rijkdom en bereid zijn het te verkrijgen op een discutabele manier, is duidelijk een reden om iemand voor het oudstenschap te diskwalificeren. Het maakt geestelijke groei onmogelijk.

    Eigen huis goed besturend

    1 Tim 3:4; Titus 1:6

    A. Een oudste moet op een goede wijze leiding kunnen geven aan zijn eigen gezin (gezinsleden, financiën, bezittingen enz.). Dit aspect van besturen houdt tevens het aspect in van betrokken (zorgdragend) management. Daar is dus meer voor nodig dan alleen toezicht houden op de algemene gang van zaken, maar het is daadwerkelijk meehelpen om leiding te geven aan het gezin. Het woord "goed" in het Grieks is een krachtige term wat betekent "schitterend" of uitmuntend" in tegenstelling tot "'aardig" of "geestelijk."

    B. "Die met alle waardigheid zijn kinderen onder tucht houdt." Dit houdt in je kinderen onder controle hebben (in gehoorzaamheid en onderwerping). De term "met alle waardigheid" kan betrekking hebben op de kinderen van de oudste, maar ook op zichzelf of op beide. Het betekent waardig, respectvol, eerbiedwaardig, hoogachtend.

    C. Titus 1:6 Amplified; "Wiens kinderen goed zijn getraind, die gelovig zijn, niet een open prooi zijn voor beschuldigingen of erg losjes in hun moraal en gedrag of onbeheersbaar en wanordelijk."

    Dit gedeelte spreekt niet over hele kleine kinderen. Kinderen gaan door verschillende fasen van moeilijkheden heen. De tijd zal het leren of de ouders hun kinderen goed hebben getraind. "Losbandigheid" kan alleen spreken van oudere kinderen die een leeftijd hebben bereikt waardoor je ze verantwoordelijk kan stellen. Opstandigheid en een onjuiste levensstijl, is karakteristiek voor de normale rebellie onder oudere tieners en jong volwassenen. In 1.Sam. 2: 12 zijn de twee zonen van Samuël gediskwalificeerd voor het priesterschap omdat hun opstandig leven hen maakte tot "zonen van Belial." Om oprecht onze kinderen lief te hebben, moeten we ze ook disciplineren in liefde (Efez. 5:25; 1.Petr. 3:7).

    Gunstig bekend bij de buitenstaanders

    1 Tim. 3:7; Titus 1:6

    A. Dit is het resultaat van het uitleven van een uitstekend getuigenis richting de mens en die niet tot de gemeente (de niet christelijke wereld) behoren. Een' reputatie kun je hebben in de buurt waar je woont, op het gebied van zaken en op het gebied van de wetten van het land. Een oudste moet een gerespecteerde persoon zijn op zijn werk alsook in de gemeente.

    B. Een voorbeeld in het uitleven van christelijke waarden in zijn eigen omgeving. Dit heeft o.a. te maken met integriteit, eerlijkheid en reinheid.

    C. Zich op een goede manier gedragende (1.Thess. 4:11-12).

    D. Jezelf gedragen met wijsheid t.o.v. buitenstaanders (Col. 4:3,6).

    E. Wees niet tot een aanstoot voor zowel de Jood als de heiden (1.Cor. 10:31-33).

    F. Een goede wandel leiden onder de heidenen (1.Petr. 2:12).

    Liefde voor het goede

    Tit. 1:8

    A. Het Griekse woord wat hier wordt gebruikt, is een woord met een brede betekenis. Het houdt o.a. in het lief hebben van goede mensen, goede activiteiten, goede dingen, goede gedachten, enz. Het verlangen van een oudste moet uitgaan naar de goede dingen van God en niet uitgaan naar het slechte, discutabele of minder belangrijke dingen.

    B. Een promotor van normen en waarden.

    C. Het is het hebben van een gedachtegang die gedetailleerd is beschreven in Fillipenzen 4:8 waarin een lijst van dingen wordt genoemd die voor een gelovige goed zijn om daarover te overpeinzen: Voorts, broeders, al wat waar, al wat waardig, al wat rechtvaardig is, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, al wat deugd heet en lof verdient, bedenk dat;

    Rechtvaardig

    Tit. 1:8

    A. Oprecht, eerlijk en juist. Dit heeft niet alleen te maken met een juiste houding t.o. v. God, maar ook met –het doen van het juiste en het oprechte t.o.v. andere mensen. Het is ons gedrag en handelen, wat uiteindelijk zal worden gezien.

    Een rechtvaardig man:

    1. Hij heeft een oprecht karakter.

    2. Eerlijk in zijn besluiten.

    3. Recht in zijn oordeel.

    4. Oprecht en eerlijk denkend.

    B. Een rechtvaardig persoon kan volwassen besluiten maken en heeft een juist oordeel. God zegende Salomo uitermate omdat hij in plaats van om te vragen rijkdom, hij het volgende gebed bad: "Geef mij thans wijsheid en kennis, dat ik voor dit volk kan uitgaan en ingaan, want wie zal dit grote volk van U kunnen richten?" Andere voorbeelden van rechtvaardige mannen zijn: Jozef (Matth. 1: 19), Comelius (Hand.. 10:22), Johannes de Doper (Marc.6:20).

    Vroom

    Tit. 1:8.

    A. Een vroom man jaagt naar heiligheid, is een lust in Gods ogen en is apart gezet voor de dienst van God. Het tegenovergestelde van. dit karakterkenmerk is wereldgelijkvormigheid en vleselijkheid.

    B. Een persoon die in zijn karakter en natuur op God gericht is (Kevin J. Conner).

    C. Een toegewijd persoon die actief en constant gerechtigheid uitoefent. Hij behoudt zijn morele en Goddelijke verplichtingen.

    Geen pasbekeerde

    1 Tim. 3:6

    A. Niet een pasbekeerde die net tot geloof is gekomen.

    B. Een persoon die "net is geplant" (Robertson).

    C. Hoopvolle beginners die kwaliteiten hebben voor een bediening missen vaak de volwassenheid in het geloof, die nodig is. Dit verwijst niet naar de leeftijd van een persoon, maar naar de geestelijke volwassenheid van zo'n persoon. Zulke leiders kunnen gemakkelijk "verwaand" worden. In het Griekse betekent dat "in rook worden omhuld". Het is dus alsof trots hem omhult als een rokerige mist. In deze mistige toestand kan de duivel deze persoon makkelijk aan het wankelen brengen. Niet te snel moeten pas bekeerden in een positie van geestelijk leiderschap geplaatst worden. Sommigen van deze "kasgroei" leiders overleven deze fout, terwijl anderen geruïneerd worden voor het leven, terwijl weer anderen nooit een gebalanceerde rol vinden in hun bediening.

    Zich houdend aan het woord van God

    Tit. 1:9.

    A. Een oudste moet inzicht en kennis hebben in het woord van God doordat het hem is onderwezen en door constante zelfstudie dat hij ontvangen heeft (2.Tim. 2:2). Ook moet de oudste de vaardigheid bezitten om de gemeente te onderwijzen in de waarheid van Gods principes.

    B. Zich houdende aan het betrouwbare woord houdt in:

    1. Nooit bereid zijn de waarheid te compromitteren (Kevin J. Conner).

    2. Een diepe overtuiging van de onfaalbaarheid en autoriteit van de schrift.

    C. Volwassenheid in zijn omgang.

    1. Het is een persoon die je sneI mag.

    2. Het is een eerlijke persoon. Ik zou hem vertrouwen met mijn bankrekening.

    3. Hij is een gevoelig persoon.

    4. Hij straalt Christus uit.

    5. Hij is een goede vader.

    6. Hij houdt van mensen - zijn gezin, de gemeente, zijn naaste.

    7. Hij werkt hard.

    8. Hij is een nederig persoon.

    9. Hij houdt zijn woord.

    10. Hij is niet op zichzelf gericht of zelfingenomen.

    11. Hij laat je je op je gemak voelen.

    12. Ik kan hem aanbevelen voor bijna iedere taak.

    13. Hij laat je met zitten.

    14. Hij zal geen misbruik van je maken.

    15. Hij is geen opportunist.

    16. Hij gebruikt geen mensen voor zijn eigen doeleinden.

    17. Hij weet waar hij naartoe gaat, hij plant vooruit.

    18. Hij is bedachtzaam en hartelijk.

    19, Hij is echt.

    20. Hij is een goede rentmeester van zijn tijd en talenten.

    21. Hij is niet snel van streek.

    22. Hij is consistent.

    23. Hij erkent en respecteert de autoriteit van de voorganger (primus interparis).

    24. Hij is een volhouder.

    25. Hij geeft zijn fouten toe.

    26. Hij is gewillig om te leren.

    27. Hij heeft geen martelaren complex.

    28. Hij is een eerlijk persoon.

    29. Hij is relatie gericht en niet in eerste instantie bedieningsgericht.

    30. Hij is bereid het belang van de gemeente te stellen boven zijn eigen belang.

    Nog enkele aandachtspunten

    1. De meest belangrijke karakter kenmerken waar een pastor op zou moeten letten bij het uitkiezen van oudsten en leiders:

    A. Integriteit.

    B. Het delen van dezelfde geest en visie; moet dezelfde DNA bezitten.

    C. Getrouwheid.

    D. Toewijding aan de plaatselijke gemeente.

    E. Juiste houding.

    F. Een herdershart.

    G. Stabiliteit.

    H. De capaciteit heeft om met mensen om te gaan.

    I. Genadig.

    J. Nederig hart.

    K. Erkent de voorganger als visiedrager en "primus interparis".

    L. Een houding die offert.

    M. Hoeft geen salaris van de gemeente.

    N. Succesvol op zijn seculaire werk.

    O. Hij leeft in overeenstemming met de principes van de bijbel.

    P. Niet verslaaft aan de goden van deze wereld.

    Q. Goede gewoonten.

    R. Ontvangt correcties en veranderingen.

    S. Ondersteunend en heeft niet een competitiedrang jegens anderen.

    T. Erkent het principe van teambediening.

    U. Iemand die een geheim kan bewaren.

    V. Is een man met veel liefde.

    W. Heeft een vrouw die mede het karakter heeft zoals boven omschreven.

    2.0nderstaande karaktertrekken zouden zichtbaar moeten zijn in potentiële leiders. Enkele vragen die een leider kan stellen om karakter ontwikkeling te evalueren?

    A. Blijf ik leven in dichte gemeenschap met de Heilige Geest?

    B. Accepteer ik de bijbel als het woord van God?

    C. Houd ik van het volk van God?

    D. Identificeer ik mezelf met Gods volk in een specifieke plaatselijke gemeente?

    E. Geef ik mij vrijwillig over aan gezag?

    F. Houd ik van zondaren en mensen die zijn teruggevallen?

    G. Aanbid ik God werkelijk met geheel mijn hart?

    H. Heb ik een sterk gebedsleven?

    I.  Heb ik een volwassen houding in momenten wanneer de druk groot is?

    J. Laat ik een ander het werk afmaken, wat ik ben begonnen, zonder gevoelens van bitterheid erop na te houden t.o.v. die    andere persoon?

    K. Luister ik naar kritiek, en kan ik kritiek verdragen?

    L. Kan ik het accepteren, dat een ander een taak krijgt waar ik zelfbeter voor gekwalificeerd zou zijn?

    M. Geniet ik stiekem wanneer een ander het fout doet?

    N. Geef ik ruimte aan anderen hun mening, of moet ik altijd argumenteren om mijn standpunt te bevechten?

    O. Heb ik innerlijke vrede in tijden van moeiten?

    P. Kan ik iemand vergeven, die mij opzettelijk negeert?

    Q. Heb ik mijn woede onder controle?

    R. Geef ik bepaalde pleziertjes op ter wiIle van het bereiken van lange termijn doelen?

    S. Maak ik projecten af die ik begin?

    T. Plaats ik anderen voor mijzelf?

    U. Kan ik vrijelijk toegeven wanneer ik fout zit?

    V. Houd ik mij aan beloftes en kom ik mijn afspraken na?

    W. Kan ik iets voor mij houden, wanneer dat het beste is om te doen?

    X. Kan ik in vrede leven met de dingen, die ik niet kan veranderen?

    Wie is bekwaam?

    Wat een eisen worden er gesteld aan hen die Gods kerk leiden! Maar vergeet twee dingen niet:

    1. Onze bekwaamheid is in Christus! Als Gods Geest in ons de vrucht van de Geest gaat uitwerken, dan komen deze karaktereigenschappen openbaar, want het zijn de karaktereigenschappen van onze Heiland.
    2. In feite zijn dit niet alleen eisen die aan oudsten van de gemeente van Christus gesteld moeten worden, wij allen die in Christus zijn zouden meer en meer aan dit beeld moeten gaan beantwoorden. God geve ons genade en kracht om te wandelen door de Geest.

    Voetnoot

    1. ↑ Groot Nieuws voor u; geillustreerde uitgave van het Nieuwe Testament in de omgangstaal (Haarlem, Boxtel: 1985, 6e druk, 2e oplage), Verklarende woordenlijst s.v. Oudsten.
     

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
    BestandGrootteDatumToegevoegd door 
     ouderlingen.jpg
    Geen beschrijving
    90.25 kB17:36, 30 aug 2010Andre WisseActies
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.