Prehistorie-Nabije Oosten, Europa (2)

Van $1

    Inhoudsopgave
    Geen koppen

    Ca 3650 alpiene gebergtevorming tot ca 3400 mislukking van de torenbouw, een periode van 250 jaar.

    Hoewel de alpiene gebergtevorming zijn begin had tijdens de vloed met het volstorten van de diepe delen van de Tethyszee, bleek eerst met het naar boven komen van het sediment dat de alpiene orogenese begon (ca 3650 v. Chr.). Daarbij bleek al direct de dodelijke combinatie met het zeewater van de Tethyszee. Bij iedere schok kwam het water in beweging, met alle gevolgen van dien. Bij iedere schok kon het omliggende land zich verheffen of dalen. Waarschijnlijk heeft men in de vlakte van Sinear gemeend veilig te zijn voor al het geweld. Ook de bewoners van Europa zullen een veilig bestaan gezocht hebben. 

    Wat betreft het verblijf in de vlakte van Sinear, kan worden verwezen naar het artikel Mesopotamië-torenbouw. In dit artikel is aangegeven dat met de komst van de vele immigranten in Sinear het neolithicum daar eindigde en het vroegchalcolithicum met de cultuur van Hassuna begon. De dragers van deze cultuur zijn getuige geweest van een grote toestroom van immigranten. Hassuna droeg nog neolithische kenmerken, maar dat ging veranderen door de komst van de vele nieuwkomers. De dragers van de op de cultuur van Hassuna volgende culturen, Halaf (Nrd Mesop.) en Samarra (Zd Mesop.), zijn waarschijnlijk getuige geweest van de torenbouw. Gelijktijdig met de cultuurdragers van Hassuna, Samarra en Half leefden in Egypte dragers van de Tasische cultuur (genoemd naar het dorp Deir Tasa, in de buurt van Fajum in het noordelijk deel van Midden-Egypte).

    Mensen met neanderthaler kenmerken gingen in die tijd nieuwe gebieden verkennen in Europa. Soortgenoten waren misschien eerder reeds dieper Azië binnen gedrongen. Ook daar, mogelijk nog heftiger dan in Europa, gezien de omvang van het gebied met zijn vele bergketens, werden ook zij geconfronteerd met de ernstige gevolgen van de orogenese. Voortdurend op zoek naar de beste jachtgronden konden jagersvolken binnen korte tijd lange afstanden afleggen. Ze hebben misschien het gevaar op de koop toe genomen. Aan de rand van het water en in de vruchtbare dalen werd immers het meeste wild gevonden. Zowel in Europa als in Azië zal geen gebied onverkend zijn gebleven. Neanderthalers woonden daarom redelijk verspreid over Europa.

    Hoewel de gebergtevorming in Europa het klimaat danig heeft veranderd, bleef het noordelijk van de Alpen aanvankelijk nog leefbaar. Met de komst van de neanderthaler begon in Europa het middenpaleolithicum. De paleoantropologie plaatst de neanderthaler en het middenpaleolithicum in de tijd van het Riss-Würm interglaciaal, het Würm I en het Würm I/II interstadium (volgens gangbare mening van 75.000 tot 35.000 jaar geleden). Waarschijnlijk bevond Europa zich tussen 3650 v. Chr. en 3400 v. Chr. in een overgangsfase van een warm klimaat naar een koud klimaat. Koud ging het pas duidelijk worden na het mislukken van de torenbouw. Met het Würm-I stadium wordt een ijstijdperiode bedoeld. Er is alreeds eerder aangegeven dat de veronderstelling van de aanwezigheid van ijstijden in het verleden ter verklaring van onze landschappelijke kenmerken niet noodzakelijk zijn. Het Riss-Würm interglaciaal en het Würm I/II interglaciaal vormen bij elkaar een periode met redelijk normaal weer.

    Het zijn niet alleen jagende bevolkingsgroepen geweest die Europa gingen verkennen, op zoek naar jachtgronden. Ze werden gevolgd door kleine sedentaire groepjes, die op zoek gingen naar geschikte grond voor de verbouw van voedsel. Hun oorspronkelijk gebied is, naar het lijkt, de regio van Jericho IX geweest. Ze worden genoemd naar de vindplaats van hun cultuur wadi-an-Natuf. De Natufiërs waren de dragers van de Natufische cultuur, het Natufien. Deze landbouwers trokken langs de Middellandse-Zee kust tot in Noord Afrika. Uit hen is het Mechta volk (naar Mechta een vindplaats in Algerije) voortgekomen met hun Capsien cultuur (naar de vindplaats Capsa). De Mechta mensen staan aan de basis van het graciele meer donkere Mediterrane ras en het Berberide ras. Natufiërs zijn ook naar het noorden, richting Libanon en verder, getrokken. Daaruit zou het meer licht getinte Dalide ras van Noord-West Eurpa zijn voortgekomen. Jericho IX werd echter verwoest in de tijd dat men naar Sinear trok en Jericho VIII verrees op haar puinhopen. 

    In Azië zijn te Chou Kou Tien (Peking) in een grot de resten van een neanderthaler type mens (pithecanthropus pekinensis, ook wel sinanthropus genoemd) gevonden, samen met een ongeordende hoeveelheid beenderen van dieren. De aarde waarin zij zich bevonden, bleek samen met de beenderen door water daar te zijn afgezet. De gevonden resten zijn afkomstig van mensen en dieren die dood of levend door het water meegevoerd zijn. De Pekingmens (zo wordt hij genoemd) is waarschijnlijk slachtoffer geworden van een tsunami.

    Belangrijke vindplaatsen in Europa van gebeente van neanderthalers zijn Neandertal in Duitsland, Spy in België, La-Chapelle-aux-Saints, Le Moustier en La Ferassie in Frankrijk, Monte Circeo in Italië en Krapina in Kroatië.

    Ca 3400 mislukking van de torenbouw tot 2659 de geboorte van Peleg, een periode van bijna 800 jaar.

    De torenbouw te Babel eindigde omdat de HEERE door een totale verwarring in woordgebruik alle samenwerking onmogelijk maakte. Het kon bijna niet anders of dat leidde tot een totale miscommunicatie. De onenigheid zou groot zijn geweest, zo niet gevaarlijk. Nimrods' dictatuur kon de eenheid niet meer waarborgen. De gemeenschap explodeerde. Aan het vroegchalcolithicum kwam een eind en het middenchalcolithicum begon (zie het artikel Mesopotamië-na de torenbouw). 

    In verband met de mislukking van de torenbouw te Babel spreekt de Bijbel niet direct over een geologische catastrofe. Het valt wel op dat de bewoningslaag van Jericho VIII werd bedolven onder een kleilaag. Er was waarschijnlijk een enorme hoeveelheid water door het Jordaandal gespoeld, ook al behoefde dat niet per definitie op hetzelfde moment te zijn geweest als de spraakverwarring. In het Nabije Oosten wordt het klimaat beduidend natter.

    Ook is het aannemelijk dat het klimaat ten noorden van de Alpen duidelijk kouder werd. De Alpen kregen meer en meer hun huidige vorm en vormden een bepalende factor in het Europese klimaat. De Tethyszee strekte zich fragmentarisch uit over grote delen van het laagland ten noorden van de Alpen, ruimschoots op afstand van de bewoonde wereld. Europa ten noorden van de Alpen ging een lange periode van koude tegemoet. Met de koudeperiode na de neanderthaler cultuur en na het mislukken van de torenbouw bevond Europa zich in het Midden- en Late-Würm (volgens gangbare mening 35.000 tot 9.000 jaar geleden) gedurende een deel van het laatpleistoceen. Het leven voor mens en dier vroeg om een sterke mate van aanpassing. Er vond een trek naar het zuiden plaats. Vooral ook als gevolg van de gebeurtenissen in Mesopotamië kwamen bevolkingsgroepen Europa verkennen.

    De neanderthalers in het noorden van Europa zullen ongetwijfeld geconfronteerd zijn geweest met koude en misoogsten. Misschien hebben ze ook nieuwe jachttechnieken moeten ontwikkelen door de aanwezigheid van nieuwe diersoorten uit het hogere noorden. Hun soortgenoten in Zuid-Europa hebben zich beter kunnen handhaven, althans wanneer zij niet werden verdreven door nieuwkomers. In Frankrijk ontwikkelde zich een nieuwe cultuur (het Châtelperronien) die nog veel kenmerken had van het Mousterien van de neanderthaler. De nieuwkomers hadden niet de kenmerken van de neanderthaler, maar alle kenmerken van de huidige mensenrassen en worden naar een van de vele vindplaatsen genoemd (de Cro-Magnon mens). Rond de Franse stad Les Eyzies aan de rivier de Vézère ontstond later de bekende grotcultuur van Aurignac-mensen (het Aurignacien). Vervolgens verschenen in Europa dragers van diverse culturen, waarvan de bekendste zijn het Gravettien (bekend om zijn Venus-figuurtjes), het Solutrien (bekend om zijn bladvormige speerpunten; int.: 'leaf-shaped points') en het Magdalénien  (bekend om zijn grotkunst). Enkele van deze culturen hebben gedeeltelijk naast elkaar bestaan.

    Het blijft wat raadselachtig waar deze culturen hun oorsprong hadden. Ze hadden een jagerstraditie en kwamen uit het oosten van Europa, misschien zelfs uit Azië. Ze hadden zich namelijk verspreid over grote delen van Europa. Nederland kreeg aanvankelijk bezoek van mensen wier cultuur zich kenmerkte door het gebruik van bladvormige stenen spitsen, die zij gebruikten als messen, dolken of speerpunten. Ze leefden waarschijnlijk vooral van rendieren. Na enige tijd waren ze weer verdwenen. Men denkt dat de cultuurdragers van de Bladspits Groep naar het westen trekkende neanderthalers zijn geweest. Een deel van hen was in Engeland terecht gekomen. Engeland had een verbinding met het vasteland.

    Wat betreft de Aurignacmensen heeft men ook gedacht dat zij via de Gibraltarbrug in Spanje en Frankrijk zijn terechtgekomen. Bij het ontstaan van de Pyreneeën en de Alpen werd de Middellandse Zee bij Gibraltar namelijk afgesloten.

    Ook wordt gesproken over de cultuur van het Périgordien. Met deze cultuur wordt het Châtelperronien bedoeld. Zij die menen dat het Gravettien de voortzetting was van het Châtelperronien, hebben het Gravettien het Laat-Périgordien genoemd.  Anderen zijn van mening dat het Gravettien aansluit op het Aurignacien.

    Aan het eind van deze lange koudeperiode van 800 jaar heeft zich in Frankrijk uit het Magdalénien het Azilien ontwikkeld, in Nederland hebben dragers van de Hamburgcultuur gewoond, bekend als de Tjongercultuur en Ahrensburgcultuur

    In het Oude Europa (ten zuiden van Boedapest aan de Tisza en de Donau, Bulgarije, Macedonië, Thessalië in Griekenland) vond een ware bevolkingsexplosie plaats en kwamen vooral met name de culturen van Starcevo, Impresso, Karanovo en Sesklo tot ontwikkeling.

    Lit.: www.academia.edu/2350876/Bladspitsen 

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.