Prehistorie-algemeen

Van $1

    Inhoudsopgave
    Geen koppen

    Vele gelovigen hebben geleerd om te zwijgen, wanneer met stelligheid gesproken wordt over onze voorouders die 700.000 jaar geleden geleefd moeten hebben. Omgeven door bewijzen, verkregen door methoden van ouderdomsbepalingen, opgravingen van voorwerpen en vooral wereldwijde erkenning, maakt het bijna onmogelijk daartegen iets in te brengen. 

    De Bijbel zegt ons dat het leven beduidend jonger moet zijn. De schepping van de mens zou niet meer dan 8000 jaar geleden plaats hebben gehad. De vraag kan gesteld worden of het wel zin heeft wereldwijd aanvaarde stellingen over het menselijk verleden te willen veranderen. Gelovigen hebben dan ook de neiging stilzwijgend een eigen gedachte over dit thema er op na te houden.

    De wetenschappelijke onderzoeker is nu eenmaal gehouden aan internationaal erkende methoden van onderzoek. De resultaten en de daaruit voortvloeiende conclusies moeten immers verifieerbaar zijn en objectief! Het is wel zo dat de ene tak van wetenschap zich voor het uitgangspunt van objectiviteit beter leent dan de andere. Natuurkunde en geschiedschrijving zijn wat dat betreft duidelijk verschillend. Voorafgaand aan een onderzoek stelt men, behalve het doel en de werkwijze van het onderzoek, de standpunten vast van waaruit men redeneert en conclusies trekt. Het resultaat zal vervolgens uitwijzen in hoeverre standpunten aangepast moeten worden. Vermoedens of vooronderstellingen moeten in principe een tijdelijk bestaan hebben.

    Geheel anders is het gegaan met de evolutiegedachte en het daarbij passend tijdpad. Wat als een idee begon, veranderde al spoedig in een soort verplichte werkhypothese, een onmogelijk vooroordeel, waaraan alle onderzoeksresultaten getoetst dienen te worden. De nog nimmer bewezen evolutiegedachte is binnen de natuurwetenschappelijke wereld erkend als een feit, een noodzakelijk principe, een verplicht wereldbeeld (een paradigma). 

    Wat algemeen voor waar wordt gehouden, behoeft echter nog niet waar te zijn! Zo hebben de verschillende dateringsmethoden weliswaar een waas van objectiviteit, maar zijn desondanks omgeven met aannames, zoals bijvoorbeeld het eerder genoemde evolutietijdpad van het leven van zeg maar 450.000.000 jaar. Het evolutiegeloof heeft alle besef van tijd op hol doen slaan. De menselijke maat ontbreekt volledig. Zo heeft de neanderthaler het volgens de gangbare mening maar liefst gedurende 170.000 jaar (heel dun verspreid over Europa, in kleine groepjes van veelal nog geen twintig personen, onder soms zeer barre omstandigheden, met een uiterst korte gemiddelde levensduur) volgehouden, om over hun medemenselijke voorouders (Homo erectus) maar niet te spreken (500.000 jaar). (zie artikel: Christipedia.miraheze/Homo sapiens erectus)

    Uitgangspunten, ontleend aan de Heilige Schrift, wijken duidelijk van het evolutiemodel af. Omdat een gelovig christen zijn visie op al het bestaande, al het geschapene, ontleent aan God en Zijn Woord, plaatst hij zich al direct met zijn uitgangspunten buiten de gangbare wetenschap. De pretentie dat de Bijbel het enige boek is met Goddelijk gezag, roept eerder vijandschap op dan zinvolle discussie. Te meer daar hij bovendien op grond van hetzelfde Goddelijke Woord belijdt dat de Bijbel in zichzelf gezaghebbend is. Het is niet afhankelijk van menselijke bevestiging of ontkenning. Christenen doen er daarom wijs aan onderling tot een goed onderbouwde visie op de geschiedenis van het leven en van de mensheid als onderdeel van een christelijke antropologie te komen. Uiteraard moet er ruimte zijn voor aannames, vermoedens en hypothesen. De Heilige Schrift is namelijk wel duidelijk over zaken die het geloof betreffen, maar ze is niet altijd duidelijk over bijkomende zaken. Dat neemt niet weg, dat, wanneer ze uitspraken doet over bijkomende zaken, men haar wel serieus moet nemen, omdat het Goddelijk gezag zich ook daarover uitstrekt. God vraagt in Zijn Woord gehoorzaamheid en geloof. Een christen mag op basis daarvan van een eigen paradigma getuigen. De vraag of feitenmateriaal van geschiedkundige waarde geplaatst kan worden in een Bijbels tijdschema blijft een legitieme vraag.  

    De Bijbel zegt ons dat God uit het niets de materie heeft geschapen en vervolgens in zes dagen de aarde heeft ingericht voor zijn schepselen die Hij binnen die zes dagen schiep. De schepping vloeide voort uit Goddelijke liefde, almacht en wijsheid. De mens en alle organismen zijn vervolgens getuige geweest van ingrijpende kosmische, geologische en klimatologische gebeurtenissen, die keerpunten in zijn geschiedenis (regionaal of wereldwijd) werden. Gebeurtenissen die men vanuit wetmatigheden in het heden niet kan herleiden. De Bijbel heeft enkele van die keerpunten aangegeven. Ze hebben in veel gevallen in de Goddelijke Openbaring een eigen rol gespeeld. De Bijbel rechtvaardigt het geloof in catastrofen als oorzaak van ingrijpende gebeurtenissen (catastrofetheorie). De Bijbelse visie op het verleden van de mens laat zien dat ingrijpende geologische en klimatologische gebeurtenissen plaats hadden in de geschiedenis van de mensheid en niet miljoenen jaren daar voor.

    De gangbare wetenschap weigert in ongeloof te erkennen dat in enkele gevallen God, gedachtig aan Zijn Verbond, op een bijzondere manier heeft ingegrepen in de geschiedenis van de mensheid. God heeft ons geopenbaard dat enkele catastrofale gebeurtenissen gezien moeten worden als een op het juiste moment en de juiste plaats plaatshebbende Goddelijke interventie tot waarschuwing van de goddelozen en tot redding van Zijn gunstgenoten. Dit soort gebeurtenissen moeten gerekend worden tot de heilswonderen van God. Het zijn herscheppingswonderen. Er hebben daarnaast ongetwijfeld catastrofen met grote invloed plaats gehad, die niet in de Bijbel vermeld zijn. 

    Het geloof in een God Die ingrijpt in de geschiedenis van de mensheid, kan gemakkelijk leiden tot willekeurig gebruik van een catastrofe als verklaring voor bepaalde verschijnselen in de geschiedenis. Creationisten dienen bedacht te zijn op deze valkuil. Inmiddels is het ook de aanhangers van het evolutiegeloof duidelijk geworden dat er mogelijk wereldomvattende catastrofen zijn geweest, gezien de aanwezigheid van inslagkraters, veroorzaakt door meteorieten. Zij plaatsen deze gebeurtenissen echter in voormenselijke tijden, miljoenen jaren geleden. 

    Belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis van de mensheid zijn bijvoorbeeld: de schepping van de mens, de zondvloed, de verdeling der aarde tijdens Peleg, de verwoesting van Sodom en Gomorra, de uittocht uit Egypte, de veldslag in het dal van Ajalon, de beving tijdens koning Uzzia.

    Voorts dient opgemerkt te worden dat de vormgeving van het landschap in Europa niet in de eerste plaats gestuurd is door een reeks van ijstijdperioden met zich uitbreidende en terugtrekkende vergletsjering, maar door de ontwikkeling van de alpiene gebergten, zoals de Alpen en de Karpaten. Ook al heeft Europa een duidelijk klimaatverandering meegemaakt, dan nog heeft het er alle schijn van dat de landschappelijke kenmerken van West en Midden Europa niet zijn gevormd door ijs, maar door gebergtevorming en omvangrijke waterverplaatsingen als gevolg van gebergtevorming. De jongste gebergten, zoals de Alpen en de Karpaten, zijn namelijk ontstaan in de Tethyszee. De klimaatschommelingen zijn waarschijnlijk voornamelijk het gevolg van die gebergtevorming. 

    Het is Milankovitch geweest die een sluitende verklaring heeft willen zoeken voor de periodieke schommelingen in intensiteit van zonnestraling op aarde. De ritmische schommelingen van zonnestraling op het aardoppervlak zouden van beslissend belang zijn als verklaring voor het bestaan van de ijstijden. Hij ging er van uit dat de schommelingen veroorzaakt werden door astronomische factoren, vooral met name ogenschijnlijk geringe variaties in de positie van de aarde ten opzichte van de zon. Hij vatte zijn conclusies samen in een curve, die over een periode van 1 miljoen jaar laat zien dat er naast diverse korte, ook twee lange ijstijden zijn geweest. Ondanks dat men aanvankelijk grote bedenkingen had vanwege de vele aannames die tot die conclusie hebben geleid, blijft men echter de stralingscurve van Milankovitch hanteren als bewijs voor het bestaan van ijstijden. O.a. uitkomsten van ouderdomsbepalingen heeft men in relatie gezet tot deze curve (dit heet calibreren of calibratie).  

    Vanwege bovengenoemde en andere gebeurtenissen dient de prehistorie in het algemeen herschreven te worden. 

    Lit.: * Velikovsky, I. - Worlds in collision (Londen 1969) / * Velikovsky, I. -Earth in upheaval  (Londen 1957) / * Withcomb J.C., H.M. Morris - The Genesis Flood; the Biblical Record and its Scientific Implications (Philadelphia 1967) / * Visser, W. de - Herschreven Geschiedenis; bijdrage aan de vorming van een Bijbels paradigma (Zoetermeer 2010) / * Dobzhansky, T. - De biologische en culturele evolutie van de mens (Utrecht/Antwerpen 1965, Aula 217) / * J. Veldkamp - Geofysica (Utrecht/Antwerpen 1965, Aula 219)

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.