Rama (in Benjamin)

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Bronnen
    2. 2. Voetnoten

    Deze pagina is overgezet naar een nieuw softwaresysteem en kan in de
    laatste versie tijdelijk worden bekeken en verder worden bewerkt op:
     
    https://christipedia.miraheze.org/wi..._(in_Benjamin)

    Rama (= ‘hoogte’) in de stam Benjamin was een stad in het oude Israël, gelegen 8 km of twee uur gaans ten noorden van Jeruzalem.

    Rama was gelegen aan de straat van Sichem, een klein uur gaans noordwaarts van Gibea, waar Saul werdgeboren, een half uur gaans ten westen van de priesterstad Geba (of  Gaba, thans Dscheba).

    Rama wordt het eerst genoemd in Joz. 18:25, als deel van het erfbezit van de stam Benjamin.

    Joz 18:25 Gibeon, Rama en Beëroth;
    (HSV)

    Het is dat Rama, waar de profetes Debora onder de palmen als vrouwelijke rechter gezeten was (Richt. 4: 4 , 5). 

    Later behoorde het tot het rijk van Israël (tienstammenrijk). Koning Baësa liet het als een grensstad tegen het rijk van Juda bevestigen (1 Kon. 15: 17, 21,22; 2 Kron. 16 : 1).

    Koning Asa van Juda brak echter de vestingwerken weder of en bouwde met die materialen Geba en Mizpa (1 Kon. 15:22; 2 Kron. 16: 6).

    Ook Hosea 5: 8 maakt van dit Rama gewag, desgelijks Jes. 10: 29.

    Samaria-Wolters.jpg

    Kaart[1]: Ligging van Rama ten noorden van Jeruzalem.
    (Klik op de kaart om in te zoomen) 

    De profeet Jeremia en andere door de Babyloniërs gevangen genomen Israelieten werden tijdelijk bewaard in Rama.

    Jer 40:1 Het woord dat van de HEERE gekomen is tot Jeremia, nadat Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, hem uit Rama weg had laten gaan, toen hij hem [gevangen] genomen had, en hij in ketenen geboeid was te midden van alle ballingen uit Jeruzalem en Juda, die weggevoerd werden naar Babel.
    (HSV)

    Blijktbaar was in 586 te Rama een opvangkamp voor krijgsgevangenen uit Benjamin, Juda en Jeruzalem, van waaruit zij op transport werden gesteld naar Babel.

    Jer 31:15 Zo zegt de HEERE: Er is een stem gehoord in Rama, een rouwklacht, een zeer bitter geween: Rachel weent over haar kinderen. Zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, want zij zijn er niet [meer].
    Jer 31:16 Zo zegt de HEERE: Bedwing uw stem van geween, en uw ogen van tranen, want er is loon voor uw werk, spreekt de HEERE. Zij zullen uit het land van de vijand terugkomen,
    Jer 31:17 en er is hoop voor uw nakomelingen, spreekt de HEERE, [uw] kinderen zullen terugkomen naar hun gebied.
    (HSV)

    De gevangen Jeremia (Jer. 40:1) werd hier vrijgelaten door de Babyloniers. 

    Benjaminieten keerden uit de ballingschap naar Rama terug (Ezra 2: 26; Neh. 7: 30; 11 : 33).

    Rama wordt vereenzelvigd met de tegenwoordige plaats Er-Ram.

    Bronnen

    Commentaar Tekst voor tekst bij Jer. 31:15
    H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. 's Gravenhage: M.J. Visser, 1872. Hieruit is in 2011 tekst opgenomen. 

    Voetnoten

    1. ↑ A. van Deursen, Schoolatlas voor Bijbelse geschiedenis, Uitg. J.B. Wolters Groningen Batavia, 1940. De kaart is gemaakt door het Cartografisch instituut J.B. Wolters.
     

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.