Ruben (persoon)

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Bron

    Ruben is een persoon in de Bijbel. Hij is een van de voorvaders van het volk Israël, de stamvader van de Israelietische stam Ruben. Ruben werd geboren in Paddan-Aram als de oudste zoon van Jacob en Lea. Zijn moeder Lea noemde haar eerstgeborene “Ruben”, hetgeen betekent “Zie, een zoon!”.

    Ge 29:32 En Lea werd bevrucht, en baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Ruben; want zij zeide: Omdat de HEERE mijn verdrukking heeft aangezien, daarom zal mijn man mij nu liefhebben.
    (SV)

    Ruben lag, ontuchtig, bij Jacobs bijwijf Bilha (Gen. 35:22). Dit was de aanleiding, dat hij het eerstgeboorterecht verloor. 

    Toen Jozef, de oudste zoon van Rachel, door zijn jaloerse broers gedood dreigde te worden, kwam Ruben, de oudste zoon van Jacob, voor hem op en verloste hem uit hun hand (Gen.37:21-22).

    Ge 37:21 Ruben hoorde dat, en verloste hem uit hun hand; en hij zeide: Laat ons hem niet aan het leven slaan.
    Ge 37:22 Ook zeide Ruben tot hen: Vergiet geen bloed; werpt hem in dezen kuil die in de woestijn is, en legt de hand niet aan hem; opdat hij hem uit hun hand verloste, om hem tot zijn vader weder te brengen. 

    (SV)

    Buiten Ruben echter om verkochten zijn broers Jozef aan voorbijtrekkende kooplieden. 

    Ge 37:29 Als nu Ruben tot den kuil wederkeerde, ziet, zo was Jozef niet in den kuil; toen scheurde hij zijn klederen.
    Ge 37:30 En hij keerde weder tot zijn broederen, en zeide: De jongeling is er niet; en ik, waar zal ik heengaan?

    (SV)

    Toen hij en zijn broers in Egypte in moeilijkheden raakten, wees hij zijn broers op hun ongehoorzaamheid ten dage dat hij Jozef wilde sparen:

    Ge 42:21 Toen zeiden zij tegen elkaar: Werkelijk, wij zijn schuldig vanwege onze broer. Wij zagen zijn zielsbenauwdheid toen hij ons om genade smeekte, maar wij gaven hem geen gehoor! Daarom komt deze benauwdheid over ons. 
    Ge 42:22 Ruben antwoordde hun: Heb ik het jullie niet gezegd: Bezondig je niet aan deze jongen! Maar jullie luisterden niet; zie, nu wordt er vergelding geëist voor zijn bloed!
    (HSV)

    Hij sprak borg voor Benjamins veiligheid aan het Egyptische hof. Zijn vader Jacob verzekerde hij: 

    Ge 42:37 Toen zei Ruben tegen zijn vader: U mag mijn twee zonen doden, als ik hem niet bij u terugbreng! Geef hem in mijn hand en ik zal hem bij u terugbrengen! (HSV)

    Zijn vader Jacob voorzegde aan het eind van zijn leven wat Ruben zou overkomen: hoewel Ruben de eerstgeborene was, zou hij wegens zijn daad van ontucht niet de voortreffelijkste zijn.

    Ge 49:1 Daarop riep Jakob zijn zonen en zei: Verzamel jullie, dan maak ik jullie bekend wat jullie in later tijd {letterlijk: aan het einde van de dagen.} overkomen zal.
    Ge 49:2 Kom bijeen en luister, zonen van Jakob, luister naar Israël, jullie vader.
    Ge 49:3 Ruben, jij bent mijn eerstgeborene, mijn kracht en de eerste [vrucht] van mijn mannelijkheid, de voortreffelijkste in hoogheid en de voortreffelijkste in sterkte.
    Ge 49:4 Onstuimig als het water [als je bent], zul je niet de voortreffelijkste zijn, want je bent het bed van je vader ingeklommen, [en] toen heb je [het] geschonden. Hij is mijn sponde ingeklommen!
    (HSV)

    Met zijn geslacht naar Gosen vertrokken, werd hij en zijn vier zonen Hanoch, Pallu, Hezron en Karmi het hoofd van een der Israëlietische stammen, die in de aanvang van de 40-jarige woestijnreis 46.500 en bij de intocht in Kanaän 43.730 weerbare mannen telde. De nakomelingen van Ruben heten Rubenieten.

    Bron

    P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Uit het lemma Ruben is op 20 jan. 2014 enige tekst verwerkt.

     
      

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.