Sodom

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Voetnoot

    Deze pagina is overgezet naar een nieuw softwaresysteem en kan in de
    laatste versie tijdelijk worden bekeken en verder worden bewerkt op:
     
    https://christipedia.miraheze.org/wiki/Sodom

    Sodom (Hebr. sedom, Gr. sodoma, Lat. sodoma) is één van de Kanaänitische steden, bij het dal Siddim, welke tot een verschrikkelijk strafgericht, door een vuur- en zwavelregen verwoest en omgekeerd werden. God verwoestte de stad om de slechtheid van de bevolking, Gen. 19:24-28. De zonden waren trots (Ezech. 16:49), verwaarlozing van de armen en behoeftigen (Ezech. 16:49) en seksueel wangedrag. De figuurlijke vruchten waren bitter (vgl. De 32:32). 

    Zie Gen. 10: 19; 13: 10; 19: 24, 25; Jes. 1: 9. Amos 4: 11. In het N.T. wordt Sodom genoemd in: Mt 10:15; 11:23-24; Mr 6:11; Lu 10:12; 17:29; Ro 9:29.

    De naam ‘Sodom’ betekent ‘branden’[1].

    Sodom was gelegen aan de zuidoostelijke grens van Kanaän:

    Ge 10:19 En de grens van de Kanaänieten reikte van Sidon in de richting van Gerar tot aan Gaza, [en] in de richting van Sodom, Gomorra, Adama en Zeboïm, tot aan Lasa.
    (HSV)

    Sodom lag in de toen waterrijke, paradijselijke Jordaanvlakte.

    Ge 13:10 En Lot sloeg de ogen op en zag dat heel de Jordaanvlakte rijk aan water was; voordat de HEERE Sodom en Gomorra te gronde gericht had, was zij in de richting van Zoar als de hof van de HEERE, als het land Egypte.
    (HSV)

    Abraham_in_Kanaan (Access Foundation).jpg

    Kaart[2]: Mogelijke ligging van Sodom in de zuidoosthoek van de tegenwoordige Dode Zee 
    (Klik op de kaart op deze te vergroten)

    Lot ging er wonen (Gen. 13:12; 14:10) en vervulde er kennelijk een bestuurlijke taak; hij zat er in de poort.

    Eén koning van Sodom wordt in de Schrift vermeld: Bera, koning ten tijde van Abram. Tegen hem en vier andere Kanaänitische koningen trokken vier koningen uit het Oosten ten strijde. Sodom werd ingenomen, Lot en andere inwoners als gevangenen weggevoerd, maar later werden ze door Abram bevrijd. 

    De mannen van Sodom waren grote zondaars.

    Ge 13:13 De mannen van Sodom waren echter slecht en grote zondaars tegenover de HEERE.
    Ge 18:20 Verder zei de HEERE: De roep van Sodom en Gomorra is groot en hun zonde heel zwaar.
    (HSV)

    Het waren openlijke zondaars.

    Jes 3:9  Hun gelaatsuitdrukking getuigt tegen hen. Zoals Sodom maken zij hun zonden [openlijk] bekend, zij verbergen [ze] niet. Wee hun ziel, want zij doen zichzelf kwaad aan.
    (HSV)

    De zonden van Sodom die vermeld worden zijn: het seksueel wangedrag van de mannen (homoseksueel en biseksueel gedrag), de begeerte om de gasten van Lot te verkrachten (groepsseks), trots en de verwaarlozing van armen en behoeftigen.

    Eze 16:49 Zie, dit was de ongerechtigheid van uw zuster Sodom: trots, overvloed van voedsel en zorgeloze rust had zij met haar dochters. De hand van de arme en de behoeftige ondersteunde zij echter niet.
    (HSV)
    Jds 1:7 Zoals Sodom en Gomorra en de steden daaromheen, die op dezelfde wijze als dezen hoereerden en ander vlees achterna gingen, daar liggen als een voorbeeld, doordat zij een straf van eeuwig vuur ondergaan.
    (TELOS)

    Het Nederlandse woord sodomie herinnert aan de ontucht van de mannen van Sodom. 

    De vruchten van de Sodomieten, hun houding en werken, waren bittere vruchten: 

    De 32:32 Want hun wijnstok is uit de wijnstok van Sodom en uit de velden van Gomorra; hun druiven zijn giftige druiven, bittere trossen hebben zij.
    (HSV)

    Om het slechte gedrag van hun burgers verwoestte God de steden Sodom en Gomorra door vuur en zwavel uit de hemel te laten neerkomen, nadat Lot en zijn gezin door twee engelen uit Sodom waren uitgeleid.

    Lu 17:29 op de dag echter dat Lot uit Sodom ging, regende het vuur en zwavel van de hemel en verdelgde hen allen.
    (TELOS)

    Sodom_en_Gomorra-John_Martin.jpg

    'De verwoesting van Sodom en Gomorra', schilderij van John Martin (1789-1854), 1852 [3] .

    Ge 19:28 Hij keek uit over Sodom en Gomorra en over heel het gebied van de vlakte. En zie, hij zag dat er rook van dat land opsteeg, zoals de rook van een oven.
    (HSV)

    Bij de uitvoering van het Godsgericht kwam geen mensenhand te pas:

    Kla 4:6 Groter is de ongerechtigheid van de dochter van mijn volk waw dan de zonde van Sodom, dat als in een ogenblik ondersteboven werd gekeerd, zonder toedoen van [mensen] handen.
    (HSV)

    Het resultaat wordt beschreven:

    De 29:23 zeggen dat heel zijn land zwavel en zout, een brandplek, is; dat het niet wordt bezaaid, er niets op groeit en er geen enkel gewas opkomt, zoals bij de omkering van Sodom en Gomorra, Adama en Zeboïm, die de HEERE omgekeerd heeft in Zijn toorn en in Zijn grimmigheid
    (HSV)

    De plaats is thans waarschijnlijk bedekt door het water van de Dode Zee. De exacte ligging is echter onzeker. 

    Sodom wordt steeds verbonden met Gomorra in de vermeldingen van die vernietiging. Deze beide steden worden zowel in het O.T. als in de N.T. voorgehouden als een waarschuwend voorbeeld van Gods rechtstreeks handelen in oordeel (Gen. 14, 18, 19; 2 Petr. 2:6; Judas 7). In Jes. 1:10 was Israël zo diep gevallen, dat de profeet hen aanspreekt als 'gij oversten van Sodom', 'gij volk van Gomorra'. 

    Jes 1:9 Als de HEERE van de legermachten ons niet een gering aantal ontkomenen had overgelaten, als Sodom zouden wij geworden zijn; wij zouden Gomorra gelijk geworden zijn.
    Jes 1:10  Hoor het woord van de HEERE, leiders van Sodom! Neem de wet van onze God ter ore, volk van Gomorra!


    Jer 23:14 Maar bij de profeten van Jeruzalem heb Ik iets afschuwelijks gezien: zij plegen overspel, met leugen gaan zij [hun weg] zij bemoedigen de kwaaddoeners, zodat niemand zich bekeert van zijn slechtheid. Zij allen zijn voor Mij als Sodom, en zijn inwoners als Gomorra.
    (HSV)

    Sef 2:9 Daarom, [zo waar] Ik leef, spreekt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Voorzeker, Moab zal als Sodom worden en de Ammonieten als Gomorra: een distelveld, een zoutgroeve en een woestenij tot in eeuwigheid! De rest van Mijn volk zal hen plunderen, het overblijfsel van Mijn volk zal hen in erfelijk bezit nemen.
    (HSV)

    Hoewel het oordeel ernstig en volledig was, zei de Heer Jezus dat het voor de steden Sodom en Gomorra dragelijker zou zijn in het dag van het oordeel dan voor de steden waarin Hij zijn machtige werken gedaan had en die had niettemin verworpen hadden (Matth. 10:15.)

    In het laatste bijbelboek is Jeruzalem de stad die 'geestelijk genaamd wordt Sodom en Egypte' (Opb. 11:8).

    Voetnoot

    1. ↑ Aldus Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
    S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Sodom, noemt als betekenis, naar het arabisch, treurigheid. Ronkel was destijds hoofdonderwijzer aan een Joodse school en beëedigd vertaler. 
    2. ↑ Kaart ontleend van Zaine Ridling (red.), Bible Atlas. Access Foundation. De gebruiksvergunning is: attribution, non-commercial.   
    3. ↑ Bron: Wikipedia, bronpagina. Auteursrecht: publiek domein.

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
    BestandGrootteDatumToegevoegd door 
     Sodom_en_Gomorra-John_Martin.jpg
    Geen beschrijving
    55.7 kB09:52, 4 feb 2013Kees LangeveldActies
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.