Verbond

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Bronnen
    2. 2. Voetnoot

    Een verbond is een verdrag, vereniging, overeenkomst tussen twee of meer partijen.

    God sloot een verbond met Noach. De Here beloofde, dat de aarde niet meer door water zou worden verdelgd (⇒ Zondvloed). De regenboog is hiervan het teken (Gen. 9:8-17).

    God heeft met met de Israëlieten meerdere verbonden gesloten (Rom. 9:4). Hij sloot een verbond met Abraham met betrekking tot het beloofde land en Abrahams nakomelingen (Gen. 15:18; 17:2-7; 9:11).

    Landbelofte. Het verbond met Abraham en zijn zaad (= nageslacht) hield een landbelofte in:

    Ge 15:18 Ten zelfden dage maakte de HEERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath: (SV)

    Het beloofde land was 'het land van uw (d.i. Abrahams) vreemdelingschappen', Gen. 17:8.

    Ge 17:8 En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn. (SV)

    Het land zou tot een eeuwige bezitting zijn. 

    Talrijk nageslacht. Het verbond hield tevens de belofte van een talrijk nageslacht in, Gen. 17:2. God zou Abram 'zeer vruchtbaar maken', Gen. 17:6, en hem en Sara 'tot volken stellen', Gen. 17:6, 16. Abram zou 'een vader van menigte der volken' worden; daarom zou hij voortaan Abraham, d.i. vader van een menigte, genoemd worden, Gen. 17:2, 4-5. Koningen zouden uit Abraham an Sarai voortkomen, Gen. 17:6, 16.

    Eeuwig verbond. God sloot het verbond met Abraham en zijn nageslacht, Gen. 17:7, 13. Het is een eeuwig verbond.

    Verhouding. Het verbond hield ook de belofte van een bepaalde verhouding tussen de beide partijen in: God zou Abraham en zijn nageslacht tot een God zijn. 

    Ge 17:7 En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u.
    Ge 17:8 En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn. (SV)

    Verbondsteken. Het onontbeerlijke 'teken van het verbond' (Gen. 17:11) was de besnijdenis van al wat mannelijk is, Gen. 17:10. 'Mijn verbond zal in uw vlees zijn', Gen. 17:13. Nalaten van de besnijdenis betekende een verbreking van het verbond, Gen. 17:14. De overtreder moest daarom van zijn volksgenoten worden afgesneden, Gen. 17:14. 

    In Exodus is sprake van een verbond met Abraham, Izaäk en Jakob (Ex. 2:24; 6:1-6). De Here beloofde Zijn volk te verlossen uit de macht van Egypte.

    Toen het verloste volk in de woestijn was maakte de Here met hen een verbond, dat voorwaardelijk was. 't Was een aangrijpende gebeurtenis! Donderslagen, bliksemstralen, een zware wolk, een rokende Sinaï, een sterk bazuingeschal waren de begeleidende symptonen (Ex. 19:5, 16; Hebr. 12:18-21). De tien geboden werden gegeven en het houden ervan werd door God als voorwaarde van dit verbond gesteld (Ex. 20:1-17). De sabbat is hiervan het teken (Ex. 31 :13, 16). De bijbel vermeldt ons het verloop. Geen Israëliet heeft ooit van nature aan deze eisen kunnen voldoen, zodat ieder die onder de wet Gods stond of staat een overtreder is.

    In Deuteronomium ging het nieuwe geslacht van de Israëlieten over in het verbond, Deut. 29:12. God maakte een verbond met hen, Deut 29:12. 

    De 29:13 Opdat Hij u heden Zichzelven tot een volk bevestige, en Hij u tot een God zij, gelijk als Hij tot u gesproken heeft, en gelijk als Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft. (SV)

    Slachtoffers. Soms werd bij het sluiten van een verbond dieren geslacht. Dat zien wij bijvoorbeeld bij Abram. God had hem het land Kanaän beloofd.

    Ge 15:8 Hij zei: Heere HEERE, waardoor zal ik weten dat ik het in bezit zal krijgen?
    Ge 15:9 Hij zei tegen hem: Haal voor Mij een driejarige jonge koe, een driejarige geit, een driejarige ram, een tortelduif en een jonge duif.
    Ge 15:10 Hij haalde al deze [dieren] voor Hem, deelde ze doormidden en legde de stukken tegenover elkaar; de vogels deelde hij echter niet.
    (...)
    Ge 15:17 En het gebeurde dat de zon onderging en het donker werd; en zie, er was een rokende oven en een brandende fakkel, die tussen die stukken doorging.

    Ge 15:18 Op die dag sloot de HEERE een verbond met Abram, en zei: Aan uw nageslacht heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat:
    (HSV)

    Jer 34:18 Ik zal de mannen die Mijn verbond hebben overtreden, die de woorden van het verbond dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden, niet gestand hebben gedaan, maken [als] het kalf dat zij in tweeën hebben gesneden en tussen de stukken waarvan zij zijn doorgegaan,
    Jer 34:19 [namelijk] de vorsten van Juda, de vorsten van Jeruzalem, de hovelingen, de priesters en de hele bevolking van het land, die [allen] tussen de stukken van het kalf zijn doorgegaan.
    Jer 34:20 Ja, Ik zal hen geven in de hand van hun vijanden en in de hand van hen die hen naar het leven staan. Hun dode lichamen zullen de vogels in de lucht en de dieren op de aarde tot voedsel zijn.

    (HSV)

    Door het slachten van beesten, en de verdeling der stukken, waar de bondgenoten midden door gingen, was men in de oude tijd gewoon een teken te stellen, dat de verbreker van het verbond waardig was aldus in stukken gehouwen te worden [1]

    Nieuw verbond. Eenmaal zal God echter met de twaalf stammen een nieuw verbond oprichten (Jer. 31:31-34). Bij dit nieuwe verbond stelt de Here echter geen voorwaarden. Hijzelf zal Zijn wetten in hun harten schrijven. Dat houdt in, dat dit volk als geheel een nieuwe geboorte zal ontvangen. Het stenen hart wordt door de Here weggenomen en een vlezen hart komt ervoor in de plaats (Ezech. 36:26, 27). Ongetwijfeld heeft de Heer Jezus hierop gedoeld in het nachtelijk gesprek met Nicodemus (Joh. 3:10).

    In de brief aan de Hebreën wordt vermeld, dat het verbond, door de Here met Zijn volk bij de Sinaï gesloten, verouderd is en dat hiervoor in de plaats het nieuwe verbond zal komen (Hebr. 8:8-12; 10:16, 17). Het zijn aanhalingen uit Jeremia.

    Uit het bovenstaande blijkt duidelijk, dat dit oude- en nieuwe verbond uitsluitend ziet op het joodse volk, op Israël

    Het nieuwe verbond kan God oprichten op grond van het bloed van Christus. Reeds bij de instelling van het avondmaal wijst de Heer Jezus hierop (Matth. 26:38). Dit nieuwe verbond zal in werking treden als gans Israël, dat zijn de twaalf stammen, zich tot God bekeerd zal hebben (Jer. 31 :18-20). Dan zullen zij overgaan in het verbond (vgl. Deut. 29:12). 

    De gelovigen uit de bedeling der genade vormen met elkaar de Gemeente Gods. Ze zijn kinderen van God door wedergeboorte en mogen God hun Vader noemen (Rom. 8:14-17). Ja het "Abba, Vader" past in hun mond. Hun verhouding tot God is veel inniger dan in een verbond tot uiting kan komen.

    Wel genieten ze nu reeds van de zegeningen van het nieuwe verbond (2 Cor. 3:6), dat eenmaal door God met Juda en Israël zal worden opgericht; het zijn de zegeningen verbonden met de inwoning van de Heilige Geest (Rom. 8:23). Zij hebben ze als eerste gave ontvangen, terwijl bij de oprichting van het nieuwe verbond de Heilige Geest op al wat leeft zal worden uitgestort (Joël 2:28). 

    Bronnen

    H. Moll, Wat zegt Gods Woord over ...?, deel 1 (Oostburg: W.J Pieters, z.j.), blz. 61-62.  Hieruit is, onder toestemming, in februari 2012 tekst opgenomen. 

    Voetnoot

    1. ↑ Aldus de Kanttekenaren bij de Statenvertaling van Gen. 15:17.

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.