Vlees

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Bron

    Vlees is de spiermassa van mensen en dieren. In het Nieuwe Testament wordt het woord ‘vlees’ ook gebruikt voor de zondige geaardheid van de mens van vlees en bloed. In de laatste betekenis staat het vlees met zijn hartstochten en begeerten tegenover de Geest en zijn werking. 

    Voor de gewone consumptie mochten de Israëlieten in al hun woonplaatsen in het beloofde land dieren slachten en hun vlees eten zoveel zij lustten. De tienden en eerstelingen echter moesten bij de tempel te Jeruzalem gegeten worden. 

    De 12:15 Gij moogt evenwel slachten en vlees eten zoveel gij wilt, overeenkomstig de zegen, die de HERE, uw God, u in al uw woonplaatsen geeft; de onreine zowel als de reine mag daarvan eten, als van een gazel en een hert;
    De 12:16 alleen het bloed zult gij niet eten, gij zult het op de aarde uitgieten als water.
    De 12:17 In uw woonplaatsen zult gij de tiende van uw koren niet mogen eten, noch die van uw most en uw olie, noch de eerstelingen van uw runderen en van uw kleinvee, noch iets van de gelofteoffers, die gij beloven zult, noch uw vrijwillige offers, noch uw wijgeschenken.

    De 12:18 Maar voor het aangezicht van de HERE, uw God, zult gij ze eten, op de plaats die de HERE, uw God, verkiezen zal, gij en uw zoon en uw dochter, uw dienstknecht en uw dienstmaagd, en de Leviet, die binnen uw poorten woont, en gij zult u verheugen voor het aangezicht van de HERE, uw God, over alles wat gij ondernomen hebt.
    (NBG51)

    Het slachtvee voor de offers (rund, geit, schaap) mochten ze ook voor de voeding gebruiken. Ook aan de Levitisch (of wettelijk) onreine is het gebruik van vlees niet verboden, zoals dit het geval is ten opzichte van het offervlees (Lev.7:19 vv.), maar zulk vlees is gelijk aan het wildbraad, bij het gebruik waarvan niet naar reinheid of onreinheid gevraagd wordt, omdat het wild (gazel, hert) niet geofferd mag worden. Zoals zij een ree of een hert ook in de woestijn vrijelijk in eigen woning mochten slachten, zo zouden zij het voortaan ook kunnen doen ten opzichte van rund en schaap.

    Van bloed echter mocht niet gegeten worden (Deut. 12:16).

    Bron

    Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Deut. 12:15. Hiervan is enige tekst verwerkt. 

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.