Mesopotamië - torenbouw

Van $1

    Inhoudsopgave
    Geen koppen

    Toen ongeveer 400 jaar na de vloed de Alpen en het Zagrosgebergte ontstonden (zie artikel Zondvloed en gebergtevorming) , werden de nakomelingen van Noach geconfronteerd met enorme natuurkrachten in de vorm van aardbevingen, vulkanisme, tsunami's en een verstoord klimaat. Dit heeft voor hen de voedselvoorziening heel onzeker gemaakt. Rivieren en beken ontvingen geen water meer of verlegden hun bedding. Het moet deze gemeenschappelijke ervaring zijn geweest, waardoor men massaal op drift geraakte. Vluchtend voor al het geweld, trof men elkaar in de vlakte van Sinear (Gen. 11:2). Waarschijnlijk meende men daar te vinden waarnaar men zocht, veiligheid en voedsel. (zie de artikelen Tweestromenland met kaart, Nimrod en Babylon)

    Het is waarschijnlijk niet tot een botsing gekomen met families die reeds in de regio woonden. De oorspronkelijke bewoners zijn de dragers geweest van de vroegchalcolithische cultuur van Hassuna. In feite leefden zij in de overgangsfase van het neolithicum naar het vroegchalcolithicum. Onder leiding van een sterke leider bundelde men de krachten (Gen. 11:3-4). Hij wordt genoemd in Gen. 10:8-10. Het blijkt Nimrod, een zoon van Cush, een zoon van Cham te zijn. Tjarko Evenboer wijst in zijn boek op de band die er gebleven is tussen het geslacht van Cham en het voorzondvloedse geslacht van Kaïn. Mogelijk is er een relatie tussen Cham en de familie van Naëma (Gen. 4:22) geweest. Na de vloed kan men het Jahwe (de God van Seth) in de kring van Cham niet vergeven dat hij het geslacht van Kaïn weggevaagd heeft. Een onnozel voorval (Gen. 9:20-25) brengt de scheiding tussen wie Jahwe dient en wie de slang dient scherp aan het licht. Noach heeft geweten hoe men binnen de familie over Gods oordeel dacht. Nimrod wordt echter gezien als een held, als iemand bij wie men zich veilig voelt. Dat hij een aanbidder was van Nammu (Naëma?), de godin van de grote waterdiepten, en van de slang, wordt voor lief genomen. De macht van Nimrod zal uitlopen op pure opstand tegen de God van Noach (Gen. 10:9). De aartsvaders Arfachsad, Assur, Kenan en Selah waren tijdgenoten van hem.

    Vertellingen uit de Bijbel doen het nog al eens voorkomen, dat letterlijk alle mensen naar de vlakte van Sinear zijn getrokken. De Bijbel zegt dat niet duidelijk. Eerder geeft de Bijbel aan, dat het vooral de nakomelingen van Cham zijn geweest en dat Assur zich later bij hen heeft gevoegd. Een hypothese zou kunnen zijn dat de mensen van Hassuna nakomelingen van Cham zijn geweest. Ook de kanttekeningen van de statenvertaling wijzen daar op.

    In het geologisch zeer onrustige Europa zwierven inmiddels kleine groepen, bij wie jacht en voedsel verzamelen een belangrijk middel voor de voedselvoorziening was. Schedels, gevonden te Swanscombe (Eng.) en te Steinheim (Dld.), laten zien dat de schedelvorm veel lijkt op die van de moderne mens. Verspreid over Europa vindt men daarnaast schedels met neanderthaler kenmerken. Dezelfde mix aan kenmerken die men heeft aangetroffen in de grotten van de Karmel in Palestina en te Shanidar in Noord-Irak (gebieden van herkomst?). De archeologie plaatst de neanderthaler in een periode met sterke klimaatschommelingen. Een belangrijke fase voor hen is het milde Amersfoort-interstadiaal geweest. Na het ontstaan van de Alpen en de Pyreneeën werd het klimaat namelijk gekenmerkt door heftige schommelingen. De neanderthaler mens leefde verspreid over heel Europa. Ze kwamen tot dicht bij de Nederlandse grens bij Limburg. Ze waren de dragers van de Moustérien-cultuur. Hun cultuur plaatst hen in het middenpaleolithicum van Nederland. De gangbare archeologie plaatst hen in de periode van 200.000 jaar geleden tot 20.000 jaar geleden. De Bijbelse tijdrekening plaatst hen, en daarmee het Nederlandse middenpaleolithicum, in de periode van ca 3650 tot 3400 voor Christus, de periode van torenbouw.

    Jericho moet gerekend worden tot de oudste steden. De oudste en onderste bewoningslaag (Jericho IX) stamt uit het neolithicum. Dat wil zeggen, nog voor men massaal naar Sinear trok. Jericho VIII is de bewoningslaag die gelijktijdig was met de bouw van de toren te Babel. Eveneens gelijktijdig vestigden zich de eerste bewoners aan de oevers van de Nijl.

    Wat er gebeurd is tijdens de torenbouw, waardoor het werk totaal mislukte, is niet duidelijk. Men begreep elkaar niet. Mogelijk was men met elkaar in een ernstig conflict geraakt en werd er gevochten. Het is wel duidelijk dat God ingreep. De dienst aan Jahwe was volledig uit Babel verbannen. Men verkoos andere goden. Naar de mens gesproken is Gods bedoeling met de mens na de vloed opnieuw mislukt. Uit de opdracht van God aan het volk van Israël om de Kanaänieten uit te roeien, moet misschien de conclusie verbonden worden dat God hier met een rechtvaardig oordeel komt over een volk dat uit pure haat het er bewust op toe heeft gelegd de dienst aan Hem te niet te doen. God is niet alleen absoluut in Zijn genade, maar ook in Zijn oordeel. Dat zich bij de mislukking van de torenbouw ook natuurrampen hebben voor gedaan, kan misschien afgeleid worden uit het feit dat Jericho VIII bedekt is geworden door een laag klei. Bovendien breekt ten noorden van de Alpen een koudeperiode aan die ongeveer 800 jaar zal duren. 

    Lit.: *Tjarko Evenboer - De wereldwijde vloed (Hoornaar 2012) / *W. de Visser - Herschreven Geschiedenis. Bijdrage aan de vorming van een Bijbels paradigma (Zoetermeer 2010) / * Bärbel Auffermann en Jörg Orschiedt - Neanderthalers in Europa  (Leuven 2003) / * Dora Jane Hamblin - De eerste steden  (uit de serie Ontstaan der mensheid, uitg. Time/Life 1975)

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.