Chronologie - Abraham tot uittocht (1)

Van $1

    Inhoudsopgave
    Geen koppen

    Versie vanaf 18:36, 15 jul 2020

    Terug naar deze versie.

    Terug naar Versie archief.

    Bekijk huidige versie

    Van belang voor de chronologie van deze periode is Galaten 3:17-18. In de brief van Paulus aan de Galaten zegt Paulus dat de wetgeving, die 430 jaar na de belofte aan Abraham plaats vond, de uiteindelijke vervulling van die belofte (namelijk de komst van onze Heer Jezus Christus) niet te niet doet. Toen Abraham de lieden van Sodom en Gomorra bevrijd had uit de handen van Kedor-Laomer en de zijnen, bevestigde de HEERE  aan Abraham Zijn belofte, die Hij dertig jaar daar voor aan hem deed. God sprak volgens Gen. 15:13 namelijk nu over een periode van 400 jaar. Er waren dus inmiddels dertig jaar voorbij. 

    Hand. 7:6 verwijst naar de tekst in Gen. 15:13 en zegt daarbij dat de genoemde periode tegelijk de periode is van vreemdelingschap van Abraham en zijn nakomelingen. De verdrukking tijdens dat vreemdelingschap, waarover gesproken wordt in Gen. 15:13, zal zijn hoogtepunt bereiken kort voor de wetgeving, die plaats zou hebben 430 jaar na de belofte aan Abraham in Ur. 

    De Goddelijke openbaring vertelt ons een geschiedenis van 'Belofte en Vervulling'. Een geschiedenis die niet voor tweeërlei uitleg vatbaar is.

    Uitgaande van de veronderstelling dat Abraham in 1880 v. Chr. uit Haran vertrok, komt de Bijbel met betrekking tot de periode 'Abraham tot uittocht, met duidelijke informatie die van belang is voor de opstelling van een chronologie. 


     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.