Juk

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Ongelijk juk

    Versie vanaf 05:46, 16 sep 2019

    Terug naar deze versie.

    Terug naar Versie archief.

    Bekijk huidige versie

    Een juk (Lat. iugum, Gr. zugon) is een werktuig waarmee trekdieren werden gespannen voor een ploeg of wagen. Een juk heeft bijvoorbeeld de vorm van een houten blok met uithollingen die om de nek van trekdieren sluiten. Met een juk werden een paar ossen of andere trekdieren voor de ploeg of wagen gespannen. In figuurlijke zin is een juk datgene wat iemand wordt opgelegd als een last, mogelijk een toestand van drukkende dienstbaarheid of van beproeving[1]. De Heer Jezus roept zijn leerlingen op zijn juk, dat zacht is, op te nemen (Matth. 11:30).

    In figuurlijke en ongunstige zin spreekt men bijvoorbeeld van ‘het juk van de slavernij’, ‘het Babylonisch juk’, ‘het Spaanse juk’. De laatste uitdrukking verwijst naar de heerschappij of dwingelandij van Spanje, waaronder Nederland eens gebracht was.

    Stieren (1 Kon. 19 : 19 vv.; Job. 1: 14; Amos 6 : 12), en koeien (Richt. 14 : 18) , ook ezels (Ex. 23 : 2; Jes. 30 : 24; 32: 20), maar niet gemengd (Deut. 22 : 10), trokken paarsgewijze (1 Sam. 11 : 5; 1 Kon. 19 : 19), aan het juk. Vandaar dat een paar ook heet een juk (Job 1:3 ; 42: 12; Jes. 51: 23; Luk. 14: 19), en de rijkdom aan vee naar jukken berekend werd.

    Bij het juk behoorden, behalve de dwarsstang, nog twee om de halzen van de trekdieren gebogen stukken hout , met banden (Ps. 2 : 3 ; 129 : 3 vv.; Jes. 28 : 22; 1 Kor. 7: 32), een ketting (Sirach 28 : 24), of iets anders aan die dwarstang bevestigd.

    Vaak wordt het juk als beeld gebruikt (Gen. 27 : 40; Lev. 26 : 13; Deut. 28 : 48; 1 Kon 12: 4 Jes. 9: 4; 10 : 27 ; 14 : 25; 47 :6; Jer. 2: 20; 5: 5; 27 : 2-11; 30 : 8; Klaagl. 1: 14 ; 3 : 27; Ezech. 30 : 18; 34: 27; Nah.1: 13;. Matth. 11: 29 vv.; Gal. 5: 1; I Tim.6: 1).

    Voor weerspannige ossen werden ze zwaarder gemaakt (1 Kon. 12 : 4; Jes. 47 : 6; Hand. 15 : 10; Deut. 28 : 48, wordt in beeldspraak van een ijzeren juk gewaagd).

    Tot aandrijving had de landman een zweep , die alleen Jes. 10 : 26 en Nah. 3 : 2 genoemd wordt. Verder een zogenoemde ossenstok, dienende om de aan de ploeg klevende aardkluiten af te stoten, eens door Samar als krijgswapen gebruikt , Richt. 3 : 31. Beeldsprakig gebruikt in Jes. 9 : 4 en, als spreekwoord in Hand. 9 : 5, tegen de prikkels achteruitslaan: zich door weerspannigheid leed berokkenen.

    De Heer Jezus schijnt vóór zijn profetische bediening het beroep van zijn vader gevolgd te hebben (Matt. 13: 55; Mark. 6: 3). Justinus in het begin der tweede eeuw zegt van Hem: „Hij verrichtte, onder de mensen levend, het werk van een timmerman, hij maakte ploegen en jukken."[2] De Heer Jezus roept ons, zijn leerlingen, op zijn (figuurlijke) juk, dat zacht is, op te nemen (Matth. 11:30).

    Ongelijk juk

    Een ongelijk juk of span is een koppel verschillende diersoorten, bijvoorbeeld een os en een ezel onder één juk, als één span. Dit was onder de wet van Mozes verboden.

    De 22:9 Gij zult uw wijngaard niet met Tweeerlei bezaaien; opdat de volheid des zaads, dat gij zult gezaaid hebben, en de inkomst des wijngaards niet ontheiligd worde.
    De 22:10 Gij zult niet ploegen met een os en met een ezel te gelijk.
    De 22:11 Gij zult geen kleed van gemengde stof aantrekken, wollen e


     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.