Kanaän (land)

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Bronnen
    2. 2. Voetnoot

    Versie vanaf 02:57, 6 apr 2020

    Terug naar deze versie.

    Terug naar Versie archief.

    Bekijk huidige versie

    Kanaän is de oude benaming van het land Israël. Het is het land ten westen van de Jordaan. De eerste maal dat in de Bijbel sprake is van het land Kanaän is in Gen. 11:31.

    Ge 11:31 En Terah nam Abram, zijn zoon, en Lot, Harans zoon, zijns zoons zoon, en Sarai, zijn schoondochter, de huisvrouw van zijn zoon Abram, en zij togen met hen uit Ur der Chaldeën, om te gaan naar het land Kanaän; en zij kwamen tot Haran, en woonden aldaar.
    (SV)

    Het land werd bevolkt door de nakomelingen van Kanaän, een kleinzoon van Noach. 

    Ge 10:15  En Kanaän gewon Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth,
    Ge 10:16 En den Jebusiet, en den Amoriet, en den Girgasiet,
    Ge 10:17 En den Hivviet, en den Arkiet, en den Siniet,
    Ge 10:18 En den Arvadiet, en den Tsemariet, en den Hamathiet; en daarna zijn de huisgezinnen der Kanaanieten verspreid.
    Ge 10:19 En de landpale der Kanaanieten was van Sidon, daar gij gaat naar Gerar tot Gaza toe; daar gij gaat naar Sodom en Gomorra, en Adama, en Zoboim, tot Lasa toe.

    (SV)

    De betekenis van de naam Kanaän is onzeker; de betekenis ‘laagland’ is onwaarschijnlijk. Het land werd (deels) veroverd door de Israëlieten onder leiding van Jozua. Er woonden toen verschillende volkeren.

    Ex 23:23 Want Mijn Engel zal voor uw aangezicht gaan, en Hij zal u inbrengen tot de Amorieten, en Hethieten, en Ferezieten, en Kanaanieten, Hevieten, en Jebusieten; en Ik zal hen verdelgen.
    (SV)

    Niet-israelietische volken (Wolters).jpg
    Kaart[1]: niet-Israelietische volken.

    Van de alleroudste bewoners van Kanaän worden genoemd:

    • De Refaïeten, een geslacht van reuzen, dat vooral ten oosten van de Jordaan moet hebben gewoond (Gen. 14 :5).
    • De Zuzieten (Gen. 14 :5, Deut. 2 :10,11)
    • De Enakieten, ook een volk van reuzen, dat het bergland van Juda, vooral de streek van Hebron, bewoonde (Num. 13 :22,28; Deut. 1 :28; 2 :10; Joz. 11 :21; 14 :12 en 15; 15 :13 v.; Richt. 1 :10,20)

    Al deze volksstammen werden verdrongen of uitgeroeid door de Kanaänieten.

    Bij de komst van Abraham in Kanaän moeten de Kanaänieten zich al geruime tijd daar gevestigd hebben, want hun ongerechtigheid was reeds groot geworden (Gen. 12 :6; 15 :16).

    Bronnen

    In dit lemma is, onder toestemming, in aug. 2011 gebruik gemaakt van tekst uit: C. Lindeboom, Bijbelgids, of Handleiding tot het verkrijgen van Bijbelkennis. Middelburg: Stichting de Gihonbron, 2009. Bewerking door J. Pluimers van de uitgave uit 1929.

    Voetnoot

    1. ↑ Kaart van Cartografisch instituut J.B. WoltersHet afbeeldingsbestand is ontleend aan Kaleo.nl, website van Evangelie-gemeente Oud-Beijerland.

     


     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.