Liefde, liefhebben

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Eerste liefde

    Versie vanaf 16:19, 2 jul 2020

    Terug naar deze versie.

    Terug naar Versie archief.

    Bekijk huidige versie

    Het woord liefde wordt gebezigd voor (1) de genegenheid tot iets of iemand, het welgevallen aan iets of iemand, de gehechtheid aan iets of iemand, (2) de welgezindheid tegenover iemand, (3) de belangstellende toewijding aan iets.

    Ad 1. Iemand kan liefde tot zijn land hebben. Kinderlijke liefde toont zich in de gehechtheid aan de ouders. Iemand kan liefde tot zijn ouders hebben.

    Ad 2. Welgezindheid is hier gunstig gezind zijn, het goede voorhebben met.

    Ad 3. Iemand kan liefde tot de kunst hebben. Iemand kan zijn taak met liefde vervullen.

    God heeft zijn kinderen lief: Hij heeft welgevallen aan hen, Hij heeft genegenheid tot hen, Hij is hen gunstig gezind, heeft het goede met hen voor en bevordert hun geluk. Hij is de bron van de liefde. Liefde is Zijn wezen: 'God is liefde'. 

    Paulus beschrijft de liefde in het bekende hoofdstuk 1 Cor. 13. De liefde is een onmisbare deugd en de hoogste deugd. 

    1Co 13:1  Als ik in de talen van de mensen en van de engelen spreek, maar ik heb geen liefde, dan ben ik klinkend koper of een schelle cimbaal geworden.
    1Co 13:2 En als ik profetie heb, en ik weet alle verborgenheden en alle kennis, en als ik al het geloof heb, zodat ik bergen verzet, maar ik heb geen liefde, dan ben ik niets.
    1Co 13:3 En als ik al mijn bezittingen uitdeel, en als ik mijn lichaam overgeef om mij te beroemen, maar ik heb geen liefde, dan baat het mij niets.
    1Co 13:4  De liefde is lankmoedig, is goedertieren; de liefde is niet jaloers; de liefde praalt niet, is niet opgeblazen,
    1Co 13:5 handelt niet onwelvoeglijk, zoekt niet haar eigen belang, wordt niet verbitterd, rekent het kwade niet toe,
    1Co 13:6 verblijdt zich niet over de ongerechtigheid, maar verblijdt zich met de waarheid;
    1Co 13:7 alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verduurt zij.
    1Co 13:8 De liefde vergaat nooit; maar hetzij profetieen, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden.
    1Co 13:9 Want wij kennen ten dele en wij profeteren ten dele,
    1Co 13:10 maar wanneer het volmaakte is gekomen, zal wat ten dele is, te niet gedaan worden.
    1Co 13:11 Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, overlegde ik als een kind; nu ik een man geworden ben, heb ik afgedaan met wat van het kind was.
    1Co 13:12 Want wij kijken nu door een spiegel, wazig, maar dan van aangezicht tot aangezicht, nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen zoals ik ook gekend ben.
    1Co 13:13 En nu blijft geloof, hoop, liefde, deze drie; maar de meeste van deze is de liefde.
    1Co 14:1  Jaagt naar de liefde en streeft naar de geestelijke uitingen, maar vooral, dat u mag profeteren.

    (TELOS)

     

    De Heer Jezus beklemtoont dat de echte liefde tot Hem blijkt uit het bewaren van Zijn woorden en geboden.

    Joh 14:21 Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader worden geliefd; en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.
    (…)
    Joh 14:23 Jezus antwoordde en zei tot hem: Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren, en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en woning bij hem maken.
    Joh 14:24 Wie Mij niet liefheeft, bewaart mijn woorden niet; en het woord dat u hoort, is niet van Mij, maar van de Vader die Mij heeft gezonden.
    (TELOS)

    Eerste liefde

    De Heer Jezus verwijt de gemeente te Efeze dat zij haar eerste liefde heeft verlaten.

    Opb 2:1 Schrijf aan de engel van de gemeente in Efeze: Dit zegt Hij die de zeven sterren in zijn rechterhand houdt, die in het midden van de zeven gouden kandelaars wandelt:
    Opb 2:2 Ik weet uw werken en uw arbeid en uw volharding en dat u de bozen niet kunt verdragen; en u hebt op de proef gesteld hen die zeggen dat zij apostelen zijn en het niet zijn, en hebt hen leugenaars bevonden;
    Opb 2:3 en u hebt volharding en hebt verdragen terwille van mijn naam en u bent niet moe geworden.
    Opb 2:4 Maar Ik heb tegen u, dat u uw eerste liefde hebt verlaten.
    Opb 2:5 Bedenk dan waarvan u afgevallen bent en bekeer u en doe de eerste werken. Maar zo niet, Ik kom tot u en zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, als u zich niet bekeert.
    Opb 2:6 Maar dit hebt u, dat u de werken van de Nicolaieten haat, die ook Ik haat.
    Opb 2:7 Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, die zal Ik te eten geven van de boom van het leven die in het paradijs van God is.
    (TELOS)

    De eerste liefde is waarschijnlijk de aanvankelijke genegenheid tot, of de innige gemeenschap met, of de toewijding aan Hem, of een combinatie van deze dingen. Wie zijn eerste liefde verlaten heeft, is van een hoogte gevallen (vers 5). De eerste liefde kan hersteld of herwonnen worden door: 

    1. Horen naar de stem van God / Jezus / Heilige Geest (vers 7)
    2. Bedenken waarvan je afgevallen bent. Bedenken waartoe onbekeerlijkheid (“zo niet”, vers 5) leidt.
    3. Bekering en eerste werken doen

    Een vraag die kan opkomen is: Is de eerste liefde eerst in de tijd of in rang? Is de eerste liefde de prille, frisse, sprankelijkende en ijverige liefde van het begin? Of is de eerste liefde de liefde tot Hem die onze liefde het eerst waard is; die de eerste plaats inneemt van personen en zaken die onze liefde waard zijn. Of is de eerste liefde beide?

    Een tweede vraag die gesteld kan worden: De eerste liefde tot wie? Het kan de liefde tot God zijn of de liefde tot de naaste of tot beide God en mens. Een pasbekeerde heeft vaak liefde tot God en tot de medemens.

    De eerste liefde tot de Heiland kan verder ook herwonnen worden door (1) van Hem te lezen in de Bijbel, in het bijzonder de evangelieën, (2) de gemeenschap (dus ook tijd) met Hem te zoeken in het gebed, (3) Jezus voor ogen te houden en (4) Hem meer in je leven, in je doen en laten, te betrekken; voor Hém iets te doen of na te laten.


     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.