Liefde, liefhebben

Van $1

    Versie vanaf 16:31, 2 jul 2020

    Terug naar deze versie.

    Terug naar Versie archief.

    Bekijk huidige versie

    Het woord liefde wordt gebezigd voor (1) de genegenheid tot iets of iemand, het welgevallen aan iets of iemand, de gehechtheid aan iets of iemand, (2) de welgezindheid tegenover iemand, (3) de belangstellende toewijding aan iets.

    Ad 1. Iemand kan liefde tot zijn land hebben. Kinderlijke liefde toont zich in de gehechtheid aan de ouders. Iemand kan liefde tot zijn ouders hebben.
    Ad 2. Welgezindheid is hier gunstig gezind zijn, het goede voorhebben met.
    Ad 3. Iemand kan liefde tot de kunst hebben. Iemand kan zijn taak met liefde vervullen.

    Griekse woorden

    In de Griekse brontekst van het Nieuwe Testament wordt verschillende woorden voor liefde en liefhebben gebruikt. 

    Agapaoo. Het werkwoord αγαπαω, agapaoo (klemtoon op onderstreepte lettergreep). Het Strongnummer is 25. Het woord komt 142x voor in het Nieuwe Testament. In de oude Griekse vertaling van het Oude Testament (de Septuagint) wordt het agapao steeds gebruikt als vertaling van het Hebreeuwse ahav, liefhebben. Agapao wordt gebruikt voor het liefhebben van personen en ook van dingen. Van personen: welkom heten, koesteren, gesteld zijn op, houden van. Van dingen: aangenaam vinden, met of over iets tevreden zijn. 

    Lu 11:43 Wee u, farizeeen, want u hebt de eerste zetels in de synagogen en de begroetingen op de markten lief.
    Joh 3:19 En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos.

    Joh 12:43 want zij hadden de eer van de mensen meer lief dan de eer van God.
    2Ti 4:10 want Demas heeft mij verlaten, daar hij de tegenwoordige eeuw heeft liefgekregen, en is naar Thessalonika gereisd, Crescens naar Galatie, Titus naar Dalmatie.
    Heb 1:9 U hebt gerechtigheid liefgehad en wetteloosheid gehaat; daarom heeft God, uw God, u gezalfd met vreugdeolie boven uw metgezellen’.
    1Pe 3:10 ‘Want laat hij die het leven wil liefhebben en goede dagen zien, zijn tong van kwaad weerhouden en zijn lippen van het spreken van bedrog;
    2Pe 2:15 Door de rechte weg te verlaten zijn zij afgedwaald en volgen de weg van Bileam, de zoon van Bosor, die het loon van de ongerechtigheid liefhad,
    1Jo 2:15 Hebt de wereld niet lief, noch wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem.
    Opb 12:11 En zijzelf hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot de dood toe.

    (TELOS)

    De eerste maal in het Nieuwe Testament komt agapao voor in: 

    Mt 5:43 U hebt gehoord dat gezegd is: U zult uw naaste liefhebben en uw vijand haten. 
    Mt 5:44 Maar Ik zeg u: hebt uw vijanden lief en bidt voor hen die u vervolgen, 
    Mt 5:45 opdat u zonen wordt van uw Vader die in de hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. 

    Mt 5:46 Want als u hen liefhebt die u liefhebben, wat voor loon hebt u? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? 
    (TELOS)

    God heeft de mensen lief. 

    1Jo 4:10 Hierin is de liefde, niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden als zoenoffer voor onze zonden.
    1Jo 4:11 Geliefden, als God ons zo heeft liefgehad, behoren ook wij elkaar lief te hebben.
    1Jo 4:19 Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.

    (TELOS)

    De liefde van de mens tot God wordt altijd uitgedrukt door agapao.

    Jak 1:12 Gelukkig de man die verzoeking verdraagt; want beproefd geworden zal hij de kroon van het leven ontvangen, die Hij beloofd heeft aan hen die Hem liefhebben.
    Jak 2:5 Hoort, mijn geliefde broeders: heeft God niet de armen in de wereld uitverkoren om rijk te zijn in het geloof en erfgenamen van het koninkrijk, dat Hij beloofd heeft aan hen die Hem liefhebben?
    1Pe 1:8 Hoewel u Hem niet gezien hebt, hebt u Hem lief; hoewel u Hem nu niet ziet, maar gelooft, verheugt u zich in Hem met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde,
    (TELOS)

    De gelovigen hebben elkaar lief te hebben:

    1Pe 2:17 Eert allen, hebt de broederschap lief, vreest God, eert de koning.
    1Jo 2:10 Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht en geen aanleiding tot vallen is in hem.
    1Jo 3:11 Want dit is de boodschap die u van het begin af hebt gehoord, dat wij elkaar zouden liefhebben;

    1Jo 4:11 Geliefden, als God ons zo heeft liefgehad, behoren ook wij elkaar lief te hebben.
    (TELOS)

    Mannen hebben hun eigen vrouwen lief te hebben. 

    Efe 5:25 Mannen, hebt uw vrouwen lief, evenals ook Christus de gemeente heeft liefgehad en Zichzelf voor haar heeft overgegeven, 
    Efe 5:28 Zo behoren ook de mannen hun eigen vrouwen lief te hebben als hun eigen lichamen. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief.

    (TELOS)

    Phileo. Het werkwoord φιλεω, phileo (klemtoon op de onderstreepte lettergreep). Het Strongnummer is 5368. Het woord komt 25x voor in het Nieuwe Testament. Het werkwoord phileo is afgeleid van het bijvoeglijk naamwoord φιλος, philos, dat betekent : vriend, vriendelijk zijn voor iemand, hem het goede wensen, makker, collega, hij die vertrouwd met iemand omgaat, metgezel. Phileo betekent[1]

    1. liefhebben, beminnen; goedkeuren; houden van; bekrachtigen; vriendelijk behandelen, als vriend ontvangen
    2. tekenen van liefde tonen; kussen
    3. graag iets doen; plegen, gewoon zijn

    De eerste keer in het Nieuwe Testament komt phileo voor in:

    Mt 6:5  En wanneer u bidt, zult u niet zijn zoals de huichelaars; want zij houden ervan in de synagogen en op de hoeken van de straten te staan bidden, om zich aan de mensen te vertonen. Voorwaar, Ik zeg u: zij hebben hun loon al. 
    (TELOS)

    Hieruit blijkt dat phileo evenals agapao zich op dingen, zaken kan richten:

    Mt 23:6 en zij houden van de eerste plaats bij de maaltijden en de eerste zetels in de synagogen (TELOS)

    De liefde van de Vader tot de Zoon wordt ook uitgedrukt door phileo.

    Joh 5:20 Want de Vader heeft de Zoon lief en toont Hem alles wat Hijzelf doet; en Hij zal Hem grotere werken tonen dan deze, opdat u zich verwondert. (TELOS)

    De liefde van God tot de mens wordt uitgedrukt door agapao en door phileo. De liefde van de mens tot God wordt altijd uitgedrukt door agapao. De liefde tot de Heer Jezus kan ook worden uitgedrukt door phileo. 

    Mt 10:37 Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waard; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waard; (TELOS)

    Phileo kan ook betekenen: een teken van liefde tonen, kussen:

    Mt 26:48 Nu had hij die Hem overleverde, hun een teken gegeven en gezegd: Die ik zal kussen, Die is het; grijpt Hem! (TELOS)

    'Broederliefde' (philadelhpa) en agapao komen samen voor in: 

    1Th 4:9 Wat nu de broederliefde betreft, hierover hebt u niet nodig dat wij u schrijven; want zelf bent u door God onderwezen om elkaar lief te hebben;
    1Pe 1:22 Daar u uw zielen hebt gereinigd door de gehoorzaamheid aan de waarheid, tot ongeveinsde broederliefde, hebt elkaar vurig lief uit een rein hart,

    (TELOS)

    God heeft zijn kinderen lief: Hij heeft welgevallen aan hen, Hij heeft genegenheid tot hen, Hij is hen gunstig gezind, heeft het goede met hen voor en bevordert hun geluk. Hij is de bron van de liefde. Liefde is Zijn wezen: 'God is liefde'. 

    Hoogste deugd. Paulus beschrijft de liefde in het bekende hoofdstuk 1 Cor. 13. De liefde is een onmisbare deugd en de hoogste deugd. 

    1Co 13:1  Als ik in de talen van de mensen en van de engelen spreek, maar ik heb geen liefde, dan ben ik klinkend koper of een schelle cimbaal geworden.
    1Co 13:2 En als ik profetie heb, en ik weet alle verborgenheden en alle kennis, en als ik al het geloof heb, zodat ik bergen verzet, maar ik heb geen liefde, dan ben ik niets.
    1Co 13:3 En als ik al mijn bezittingen uitdeel, en als ik mijn lichaam overgeef om mij te beroemen, maar ik heb geen liefde, dan baat het mij niets.
    1Co 13:4  De liefde is lankmoedig, is goedertieren; de liefde is niet jaloers; de liefde praalt niet, is niet opgeblazen,
    1Co 13:5 handelt niet onwelvoeglijk, zoekt niet haar eigen belang, wordt niet verbitterd, rekent het kwade niet toe,
    1Co 13:6 verblijdt zich niet over de ongerechtigheid, maar verblijdt zich met de waarheid;
    1Co 13:7 alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verduurt zij.
    1Co 13:8 De liefde vergaat nooit; maar hetzij profetieen, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden.
    1Co 13:9 Want wij kennen ten dele en wij profeteren ten dele,
    1Co 13:10 maar wanneer het volmaakte is gekomen, zal wat ten dele is, te niet gedaan worden.
    1Co 13:11 Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, overlegde ik als een kind; nu ik een man geworden ben, heb ik afgedaan met wat van het kind was.
    1Co 13:12 Want wij kijken nu door een spiegel, wazig, maar dan van aangezicht tot aangezicht, nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen zoals ik ook gekend ben.
    1Co 13:13 En nu blijft geloof, hoop, liefde, deze drie; maar de meeste van deze is de liefde.
    1Co 14:1  Jaagt naar de liefde en streeft naar de geestelijke uitingen, maar vooral, dat u mag profeteren.

    (TELOS)

    Gehoorzaamheid. De Heer Jezus beklemtoont dat de echte liefde tot Hem blijkt uit het bewaren van Zijn woorden en geboden.

    Joh 14:21 Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader worden geliefd; en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.
    (…)
    Joh 14:23 Jezus antwoordde en zei tot hem: Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren, en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en woning bij hem maken.
    Joh 14:24 Wie Mij niet liefheeft, bewaart mijn woorden niet; en het woord dat u hoort, is niet van Mij, maar van de Vader die Mij heeft gezonden.
    (TELOS)

    Eerste liefde

    De Heer Jezus verwijt de gemeente te Efeze dat zij haar eerste liefde heeft verlaten.

    Opb 2:1 Schrijf aan de engel van de gemeente in Efeze: Dit zegt Hij die de zeven sterren in zijn rechterhand houdt, die in het midden van de zeven gouden kandelaars wandelt:
    Opb 2:2 Ik weet uw werken en uw arbeid en uw volharding en dat u de bozen niet kunt verdragen; en u hebt op de proef gesteld hen die zeggen dat zij apostelen zijn en het niet zijn, en hebt hen leugenaars bevonden;
    Opb 2:3 en u hebt volharding en hebt verdragen terwille van mijn naam en u bent niet moe geworden.
    Opb 2:4 Maar Ik heb tegen u, dat u uw eerste liefde hebt verlaten.
    Opb 2:5 Bedenk dan waarvan u afgevallen bent en bekeer u en doe de eerste werken. Maar zo niet, Ik kom tot u en zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, als u zich niet bekeert.
    Opb 2:6 Maar dit hebt u, dat u de werken van de Nicolaieten haat, die ook Ik haat.
    Opb 2:7 Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, die zal Ik te eten geven van de boom van het leven die in het paradijs van God is.
    (TELOS)

    De eerste liefde is waarschijnlijk de aanvankelijke genegenheid tot, of de innige gemeenschap met, of de toewijding aan Hem, of een combinatie van deze dingen. Wie zijn eerste liefde verlaten heeft, is van een hoogte gevallen (vers 5). De eerste liefde kan hersteld of herwonnen worden door: 

    1. Horen naar de stem van God / Jezus / Heilige Geest (vers 7)
    2. Bedenken waarvan je afgevallen bent. Bedenken waartoe onbekeerlijkheid (“zo niet”, vers 5) leidt.
    3. Bekering en eerste werken doen

    Een vraag die kan opkomen is: Is de eerste liefde eerst in de tijd of in rang? Is de eerste liefde de prille, frisse, sprankelijkende en ijverige liefde van het begin? Of is de eerste liefde de liefde tot Hem die onze liefde het eerst waard is; die de eerste plaats inneemt van personen en zaken die onze liefde waard zijn. Of is de eerste liefde beide?

    Een tweede vraag die gesteld kan worden: De eerste liefde tot wie? Het kan de liefde tot God zijn of de liefde tot de naaste of tot beide God en mens. Een pasbekeerde heeft vaak liefde tot God en tot de medemens.

    De eerste liefde tot de Heiland kan verder ook herwonnen worden door (1) van Hem te lezen in de Bijbel, in het bijzonder de evangelieën, (2) de gemeenschap (dus ook tijd) met Hem te zoeken in het gebed, (3) Jezus voor ogen te houden en (4) Hem meer in je leven, in je doen en laten, te betrekken; voor Hém iets te doen of na te laten.

    Meer weten over de eerste liefde: 

    Bill Bright, Eerste liefdeOorspronkelijke uitgave: First Love: Restoring Your Passion for God. NewLife Publications, 2002. Nederlandse vertaling: Oswin Ramaker. Als download (pdf-document) beschikbaar op GroeiMagazine.nl

    Voetnoot

    1. ↑ Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.


     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.