Paard

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Bron

    Versie vanaf 06:26, 15 sep 2019

    Terug naar deze versie.

    Terug naar Versie archief.

    Bekijk huidige versie

    Het paard is een dier dat door de mens voornamelijk wordt gehouden als rij- en trekdier.

    De wetenschappelijke Latijnse naam luidt Equus ferus caballus. Het is een gedomesticeerd hoefdier. Wetenschappelijk gezien behoort het tot de orde der onevenhoevigen en is het een van de ongeveer tien huidige soorten uit de familie der paardachtigen (Equidae).

    Het paard werd onder de Israëlieten alleen voor de oorlog gebruikt, in wagens of voor de cavalerie, maar het gebruik ervan gaf blijk van gebrek aan vertrouwen op Jahweh: zie Hos. 14:3.

    Hos 14:3 (14:4) Assyrië zal ons niet verlossen, op paarden zullen wij niet rijden. Wij zullen nooit meer zeggen: U bent onze god tegen het werk van onze handen. Bij U immers vindt een wees ontferming.
    (HSV)

    Een beschrijving van het oorlogspaard geeft God aan Job:

    Job 39:19 (39:22) Kunt u het paard kracht geven? Kunt u zijn nek met manen bekleden?
    Job 39:20  (39:23) Laat u het springen als een sprinkhaan? De majesteit van zijn gesnuif is een verschrikking.
    Job 39:21  (39:24) Het schraapt in de dal grond en het is vrolijk in zijn kracht, en het trekt uit, de wapens tegemoet.
    Job 39:22  (39:25) Het lacht om de angst en is niet ontsteld, en keert niet om vanwege het zwaard.
    Job 39:23  (39:26) De pijlkoker klettert tegen hem aan, het ijzer van de werpspies en de speer.
    Job 39:24  (39:27) Al trillend en briesend verslindt het de aarde, en is niet te houden als het geluid van de bazuin klinkt.
    Job 39:25  (39:28) Bij elke bazuinklank zegt het: Ha! en van verre ruikt het de strijd,  en het hoort het tieren van de vorsten en het krijgs geschreeuw.
    (HSV)

    Het was de koning der Israëlieten verboden om paarden te vermenigvuldigen, Deut. 17:16.

    De 17:16 Maar hij mag voor zichzelf niet veel paarden aanschaffen en het volk niet laten terugkeren naar Egypte om veel paarden aan te schaffen, omdat de HEERE tegen u gezegd heeft: U mag nooit meer langs deze weg terugkeren.
    (HSV)

    Aanvankelijk verlamden de Israelieten de paarden van hun vijanden en verbrandden zij de wagens van de Kanaänieten, Joz. 11:6,9. David echter, na de overwinning op Hadadezer, doodde weliswaar de meeste wagenpaarden, maar hield er toch 100 over, 2 Sam. 8:4.

    Salomo had 40.000 paardenstallen voor zijn wagens en 12.000 ruiters, 1 Koningen 4:26.

    Het paard symboliseert een opkomende wereldmacht, in het algemeen door de Voorzienigheid bestuurd. In het eerste deel van Zacharia heeft de profeet visioenen van vier wagens getrokken door paarden die per wagen een bepaalde kleur hebben. De wagens stellen de vier winden van de hemel voor, en als zodanig traden ze op in de vier grote heidense rijken beschreven door Daniël. Wanneer deze wagens verder wordt gesproken, worden de rode paarden niet genoemd, want het Chaldeeuwse rijk was voorbij toen Zacharia het visioen had (Zach. 1:8; 6:1-7).

    In het laatste bijbelboek, Openbaring, zien we ook paarden met ruiters daarop. Ze stellen de machten voor die God in zijn regeringswegen en oordelen inschakelt, Opb. 6:1-8; zie Opb. 9:7,9,17.

    In Opb. 19 komt de Here Jezus, de Getrouwe en Waarachtige, tevoorschijn, rijdende op een wit paard, om oorlog te voeren in gerechtigheid, Opb. 19:11-21.

    Bij zijn intocht in Jeruzalem echter reed de Heiland op een ezel.

    Mt 21:4 Dit nu is gebeurd, opdat vervuld werd wat gesproken is door de profeet, die zei:
    Mt 21:5 ‘Zegt aan de dochter van Sion: Zie, uw koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier’.
    Mt 21:6 Nadat de discipelen nu waren heengegaan en hadden gedaan zoals Jezus hun had opgedragen,
    Mt 21:7 brachten zij de ezelin en het veulen en legden hun kleren daarop, en Hij ging erop zitten.
    Mt 21:8 De zeer grote menigte nu spreidde hun kleren op de weg, en anderen hakten takken van de bomen en spreidden ze op de weg.
    Mt 21:9 De menigten nu die voor Hem uitgingen en zij die volgden, riepen de woorden: Hosanna voor de Zoon van David! Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer! Hosanna in de hoogste hemelen!
    (TELOS)

    Bron

    A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Horse. Hieruit is op 11 maart 2013 tekst genomen, vertaald en verwerkt.


     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.