Wyclif, John

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Bronnen

    John Wyclif (ca. 1328 – 1384), ook Wycliffe, Wiclif of Wiclef, was een Engels evangelie-leraar, Bijbelvertaler en kerkhervormer in de 14 eeuw. Hij is 'de morgenster van de Reformatie' genoemd, een licht dat al zo'n tweehonderd jaar vóór de grote kerkhervorming scheen.

    John Wyclif werd ca. 1328 geboren te Hipswell, bij Richmond, Yorkshire. Toen hij aan de universiteit te Oxford studeerde, hadden zijn leraars een grote verwachting van hem. Ca. 1360 werd hij master van Balliol College. In 1372 werd hij doctor in de godgeleerdheid.

    Hij hield veel van zijn vaderland. Toen in 1365 de paus aan de Engelse koning een schatting oplegde, weigerde deze die schatting te betalen en Wyclif verdedigde deze weigering van de koning, omdat de paus over de Engelse kerk volstrekt geen opperheerschappij had. De koning en het gehele hof hadden daarom veel op met de geleerde Wyclif.

    Wyclif, John.jpgWyclif zag de vele gebreken, die in de kerk waren binnengekomen. Hij bestreed het wereldlijk bezit van de paus en de kerk in een geschrift. De paus veroordeelde vele uitspraken uit dat boek, maar het hof hield Wyclif de handen boven het hoofd.

    Wyclif begon zijn arbeid in het Evangelie te Lutterworth, Leichestershire; in 1374 werd hij daar pastoor. Hij had met diep medelijden toen hij de onkunde van het volk had leren kennen. Daarom wilde hij aan dat onkundige volk het Evangelie laten prediken. Hij zelf ging in dat goede werk voor en hij stelde ook reizende predikanten aan, die twee aan twee het land doortrokken, om het Evangelie in de taal van het volk te verkondigen.

    Hoe meer Wyclif de Bijbel onderzocht, hoe meer hij de behoefte voelde, om de Heilige Schrift over te zetten in de volkstaal, want er bestond helemaal geen vertaalde Bijbel in Engeland. Wyclif begon nu ijverig aan de overzetting van de Bijbel, en, toen die arbeid voltooid was, konden de mensen in Engeland de Bijbel zelf onderzoeken.

    Toen Wyclif de Bijbel van het begin tot het einde goed gelezen had, zag hij dat er veel meer gebreken in de kerk waren, dan hij ooit tevoren bespeurd had. Nu begon de ijverige prediker op die gebreken te wijzen. Hij was in 't geheel niet bevreesd, om voor zijn gevoelens uit te komen.

    De verering van de beelden en van de relikwieën noemde hij dwaasheid. De aflaat, de mis, de biecht veroordeelde hij op scherpe wijze. Het kloosterleven noemde hij een leven tegen Gods wil in. En de grootste van alle dwalingen was naar zijn mening de leer van de wezensverandering (transsubstantiatie), d.w.z. de leer, dat het brood en de wijn bij het avondmaal veranderen in het lichaam en bloed van Jezus Christus.

    Hij keurde ook af al de waardigheden en ambten in de kerk, waarvan de Bijbel in 't geheel niet sprak. De Apostelen kenden alleen maar ouderlingen en diakenen. Waarom moesten er dan pausen, bisschoppen en zovele andere kerkelijke waardigheidsbekleders zijn? Al die door mensenen gemaakte ambten waren er slechts, om de hoogmoed te bevorderen en niet minder om de hebzucht op te wekken.

    Zulk een getuigenis was er nog nooit gehoord. Wat durfde die man veel te zeggen! Hij stond wel in een goed boekje bij het hof, maar het zou wel te verwonderen zijn, als het hof al die dingen maar door de vingers zag. De hogeschool, waaraan Wyclif onderwijs gaf, verstootte hem, omdat hij teveel durfde zeggen, en een synode te Londen, in het jaar 1382 gehouden, verklaarde hem voor een ketter. Het hof bewerkte dat Wyclif niet gedood werd, maar hij moest zich in de eenzaamheid terugtrekken. Hij ging weer naar Lutterworth.

    De paus was woedend over wat die Engelse geleerde had durven zeggen. Hij ontbood hem om binnen 60 dagen te Rome te komen, maar dat gebeurde niet. De Heere God had in Zijn raad besloten, dat de trouwe dienaar niet naar Rome zou gaan. In Lutterworth, Leicestershire bracht Wyclif de laatste twee jaar van zijn leven teruggetrokken door. Op oudejaarsdag van het jaar 1384 werd hij door een beroerte getroffen en ging hij zonder doodstrijd de eeuwige rust in.

    Het is wel opmerkelijk, dat deze getrouwe getuige voor de marteldood bewaard bleef; maar zijn vijanden vonden dat te mooi. In 1428 werden de geschriften van Wyclif verbrand en achttien jaar later gaf de paus bevel, om het gebeente van de godzalige man op te graven. Wat men daarmee deed? Men verbrandde het, en de as strooide men over de rivier. Zo meende de paus de gedachtenis aan deze prediker te verdrijven, maar dat was geheel en al mis gedacht.

    Vele van Wyclifs geschriften waren al door de wereld verspreid. Vooral in Bohemen werden ze met graagte gelezen en het zaad, dat Wyclif gestrooid had, zou weldra heerlijke vruchten voortbrengen. Men kan iemands gebeente wel verbranden, maar daardoor vernietigt men zijn woorden niet. Wyclif heeft zeer grote invloed gehad en zijn bijbelse gedachten hebben aan honderden de ogen geopend voor de grote dwalingen, die in Rome's kerk allerwegen heersten.

    De Wycliffe Bijbelvertalers hebben de naam van hun organisatie naar hem genoemd. 

    Bronnen

    J.H. Landwehr, Leesboek over de geschiedenis der kerk voor school en huis, blz.114-117. Kampen: J.H. Kok, 1915. Hieruit is tekst genomen en in december 2001 in dit artikel op Christipedia verwerkt. 

    De foto is ontleend aan het vermelde werk van J.H. Landwehr, blz. 115.
     

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
    BestandGrootteDatumToegevoegd door 
     Wyclif, John.jpg
    Bron: J.H. Landwehr, Leesboek over de geschiedenis der kerk, blz. 115
    99.55 kB21:40, 27 dec 2011Kees LangeveldActies
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.