Voorbereiding (Voorsabbat)

Uit Christipedia

Voorbereiding of Voorsabbat (Gr. paraskeue) is de dag waarop de Joden zich voorbereiden op de sabbat, dus de vrijdag. De voorbereidingen omvatten onder meer uit het klaarmaken van de sabbatsspijzen, het wassen en aantrekken van de feestkleding en het ontsteken van de lampen. Voorbereidingsdag heet ook de dag waarop de Joden zich voorbereiden op een grote feestdag, vooral op Pasen. Zie Matth 27: 62; Marc 15: 42; Luc 23: 54; Joh 19: 31, 42.

Joh 19:14 (Nu was het de voorbereiding van het pascha; het was ongeveer het zesde uur.) En hij zei tot de Joden: Zie, uw koning! (Telos)

Lu 23:54  En het was de dag van de voorbereiding en de sabbat brak aan. Lu 23:55  De vrouwen nu die met Hem waren meegekomen uit Galilea, volgden en bezagen het graf en hoe zijn lichaam werd gelegd. Lu 23:56  Na hun terugkeer nu bereidden zij specerijen en balsems. En op de sabbat rustten zij naar het gebod. (Telos)

Bij de Joden heet de voorsabbat arubta, d.i. „de avond (van de Sabbat)”. In de eerste eeuw na Christus was 'voorbereiding' een technische term voor vrijdag geworden, aangezien elke vrijdag een voorbereiding op de sabbat was. De Griekse en Aramese naam heeft eigenlijk betrekking op de namiddaguren waarin de voorbereiding van de met zonsondergang aanvangende sabbatsviering plaats had, en is vervolgens op de hele dag overgedragen. In modern Greeks betekent paraskeue vrijdag[1].

Feestdagen. Evenals de sabbat werden ook de hoge feestdagen, welke als sabbatten gevierd werden, voorafgegaan door een voorbereiding; met name geldt dat van het Paasfeest, waarvan de voorbereiding reeds begon met het 6e uur (ofwel 12.00 uur ‘s middags) van de 14e Abib (Nisan), waarom ook Johannes de dag waarop Jezus gekruisigd werd de „voorbereiding van het Pascha” noemt (Joh. 19: 14), en deze uitdrukking kan en moet verstaan worden als 'de vrijdag van de paasweek'[2]. In de Joodse Talmoed is de „Feestavond” de „Paasavond”, de „Nieuwjaarsavond” de dag die aan Pascha voorafging.

Van een „voor-nieuwe-maan” en van de gewoonte om ook op de voorsabbat en op de voor-nieuwe-maan niet te vasten lezen wij alleen in het apocriefe boek Judith 8: 6.

Hoorngeschal. Tot die voorbereidende maatregelen werden de inwoners van de Israëlische steden opgeroepen door hoorngeschal. De Jeruzalemmers werden opgeroepen door zes, met tussenpozen herhaalde, priesterlijke trompetsignalen van de tempel, vermoedelijk van de Sabbatshal (2 Kon. 16: 18). Zelfs beweert de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus dat een priester van de dakrand van het pastophorium (een bijgebouw van de tempel) het begin en het einde van de sabbat met trompetgeschal aankondigde[3].

De voorbereidende maatregelen begonnen met het 9e uur, naar onze tijdrekening 3 uur ’s middags[4], en bestonden inzonderheid in de toebereiding van de spijzen voor de sabbat (vgl. Ex. 16: 5-23), in het wassen en aandoen van de feestkleren, het gereedmaken van de dis en het aansteken van de lampen; ook mochten de Israëlieten, volgens een privilege van keizer Augustus, op de dag van de voorbereiding van het 9e uur af (ofwel vanaf 15.00 uur ‘s middags) niet voor de rechtbank gedaagd worden (vgl. Josephus, t.a.p.).

Bronnen

Ed. Rhiem, C.H. van Rhijn (red.), Bijbelsch woordenboek voor ontwikkelde lezers der Heilige Schriften (Utrecht: Kemink & Zoon, z.j.) s.v. Voorsabbat. Tekst hiervan is op 30 januari 2015 verwerkt.

Groot Nieuws vertaling, woordenlijst s.v. Voorbereidingsdag.

Voetnoten

  1. Gleason L. Archer, Encyclopedia of Bible Difficulties (Zondervan Publishing House, Grand Rapids, MI, 1982), blz. 375.
  2. Gleason L. Archer, Encyclopedia of Bible Difficulties (Zondervan Publishing House, Grand Rapids, MI, 1982), blz. 376.
  3. Flavius Josephus, Joodse oorlogen, 4, 9 , 12.
  4. Flavius Josephus, Oudheden 16, 6, 2